|
Ik heb de grootste! Nee, nee, nee, lelijke lezer. Bijvoorbeeld de waanzinnige stad Dubai. En haar even waanzinnige emir en bestuurders. Maar eerst een kort stukje historie over dit federale land, eigenlijk zeven landen, waar we ons in bevinden: de Verenigde Arabische Emiraten. De rijkdom die olie en gas de Emiraten heeft gebracht, lijkt de hoofden van de sjeiks op hol te brengen. Het beste voorbeeld daarvan is Dubai, na Abu Dhabi het meest welvarende emiraat. De stad, die al twintig jaar explosief groeit, is op veel plaatsen nog altijd een grote bouwput. Overal worden brede asfaltwegen aangelegd, met verlichting; er worden hotels gebouwd, dagelijks lijkt er wel eentje bij te komen; wolkenkrabbers worden uit het gele woestijnzand gestampt, de ene een nog gewaagder architectonisch staaltje van superioriteit dan de andere. Het vliegveld is een van de snelst groeiende ter wereld, waar bouwkranen en –putten tot het vaste meubilair behoren. Elke wijk heeft een of meer winkelcentra (de shopping malls) waar letterlijk alles te koop is, de Rolexen je om de oren vliegen en winkelwagens twee keer zo groot zijn als in Nederland. Het eerste en enige 7-sterrenhotel ter wereld staat in Dubai: de Burj al Arab. De goedkoopste kamer kost toch nog zo’n 2.500 euro per nacht exclusief ontbijt, maar je wordt dan ook met een helikopter naar het speciale platform hoog op de wolkenkrabber ingevlogen. Inmiddels heeft Abu Dhabi het tweede 7-sterrenhotel, ze konden niet achterblijven. Voor de kust van Dubai, in de Arabische Golf, worden eilanden gemaakt in de vorm van palmbomen. Als je genoeg geld hebt koop je hier de komende jaren een huis of boek je een hotel. En in 2008 moet “De Wereld”klaar zijn: een project van driehonderd eilanden, zo gebouwd dat ze vanuit de lucht gezien de continenten en aardbol vormen en zo groot zijn dat het vanaf de maan zichtbaar is. Miljonair zijn is niet voldoende als je een van de eilanden wilt aanschaffen voor de bouw van je eigen waterresort. Tijdens ons verblijf in Dubai maken we een paar fietstochtjes om een glimp op te vangen van de absurditeit van dit land en deze stad. Het fietsen is geen pretje: de wegen zijn groot en druk en de automobilisten zijn heer en meester van het asfalt en lijken zich weinig aan te trekken van snelheidsbeperkingen. Vooral op de vele rotondes is het uitkijken geblazen: de afritten worden op volle snelheid genomen terwijl wij proberen ons halve of driekwart rondje af te maken. De duurste of grootste auto heeft voorrang en vaak is dat een Porsche Cayenne, een Lamborghini, een Mercedes 600 of een doodgewone Landcruiser V8. We zien voor het eerst van ons leven een Maybach. Het kan hier allemaal. En wij?
Met gevaar voor eigen leven fietsen we door de Shandagha-tunnel onder de ‘Creek’door, overleven het en brengen een bezoek aan het zuidelijke deel van de stad, Bur Dubai. Via de Soukh Madina Jumeira lopen we een uur later het Madina Jumeira Hotel in en vergapen ons aan het luxe buffet en de rondbuikige toeristen. Verdwaasd zitten we op het witte strand, met uitzicht op de Burj al Arab. We bezoeken het Heritage House en krijgen een inkijkje in het leven zoals het zich nog maar vijfentwintig jaar geleden afspeelde, zonder elektriciteit, zonder stromend water, zonder airco. Het contrast kan niet groter zijn.
Na vier dagen Dubai maken we een laatste avondwandeling langs de supergezellige Creek, genieten van de verlichte bootjes en de oude houten dhows die de Straat van Hormuz oversteken voor de handel met Iran. Morgen zullen we de vertrouwde woestijn in fietsen en verlaten de grootste.
|