Twintig jaar later

Grenzen zijn groter dan je denkt. De grens tussen twee landen is voor de gemiddelde reiziger niet meer dan een klein obstakel naar het volgende reisdoel. Met een geldig document neem je de meeste grenzen binnen een uur. Maar, de wereld die je vervolgens instapt is vaak een totaal andere dan de wereld waar je zojuist vandaan kwam. Zo is het ook met de grens tussen Bulgarije en Turkije. De mensen zijn anders: van de stugge, in zichzelf gekeerde Bulgaar naar de ontwapenende, gastvrije Turk. Het landschap is anders: van rommelig vervallen akkers naar velden vol zonnebloemen en graan. De cultuur is anders: van strakke eenvormige gebouwen en genummerde flats op rij, naar de sierlijke islamitische bouwkunst die zich manifesteert in de fraaie moskeeën.
Deze grens is een feestje voor ons. Iedereen lijkt ons te willen helpen. We mogen van de vrachtwagenchauffeurs niet in de rij gaan staan. Ze dwingen ons naar voren, als fietser mag je eerst. Bij douane en grensbeambten wordt ons drie keer vriendelijk verzocht de paspoorten te laten zien, en de tien euro die we onverwacht voor het visum moeten betalen levert een mooie zegel en een stempel op. De aandacht die we krijgen is niet zozeer functioneel als wel om de nieuwsgierigheid te bevredigen. Net voorbij de grenswachten is een prachtig toeristenbureau, waar Karin haar folderverlangen volledig vervult.
We zijn beiden lyrisch wanneer we Turkije in fietsen. Om een of andere reden is Turkije een mijlpaal; vermoedelijk speelt de Islamitische cultuur van het 'verre' Midden-Oosten daar een rol in. Turkije is geen Europa meer, Turkije staat voor alles wat anders is, voor andere mensen en andere, vreemde gewoontes.

Peter in Edirne

Onze stop is in Edirne, de eerste grote stad in het westen van Turkije. Het centrum maakt grote indruk: immens grote moskeeën, gezellige drukte van auto's en ezels, vervelende bedelaars en twee banken waar geld wisselen meer dan een uur in beslag neemt. Er schijnen technische problemen te zijn; wanneer deze eindelijk opgelost zijn, zijn we multimiljonair en dat geeft een voldaan gevoel.
Vanaf de camping bezoeken we de volgende dag deze sfeervolle stad: de Selimiye Moskee (een van de grootste ter wereld, gebouwd door de beroemde architect Sinan), de Eski Moskee, de Bedesten (overdekte markt) en duizenden kleine winkeltjes en ambachten brengen ons volledig in wereldreissferen. In de zeldzame straten waar de afgelopen eeuwen geen brand heeft gewoed bewonderen we de ouderwetse houten huizen. We trachten toestemming te krijgen om de minaretten van de enorme Selimiye Moskee te beklimmen, maar kunnen de beheerder van de moskee niet overreden, hoezeer we ook ons best doen. Deze wereldberoemde moskee is het symbool van het Ottomaanse Rijk en door haar ligging reeds van grote afstand en vanuit alle windstreken zichtbaar.

In de volgende drie dagen fietsen we naar het oosten, met maar één doel: Istanbul. De oudste tekenen van beschaving op deze bijzondere geografische plek dateren van drie eeuwen voor Christus. Diverse volken hebben hun hoofdkwartier gevestigd op dit kruispunt van Zwarte Zee, Bosporus, Gouden Hoorn, Zee van Marmara en de verbinding naar de Middellandse Zee. De vele oude namen van de stad belichamen de verschillende periodes waarin verschillende heersers hun stempel op de wereld wilden drukken: Byzantium, Constantinopel, Istanbul. Na de Eerste Wereldoorlog wist Mustapha Kemal Atatürk van het Turkse volk een eenheid te maken en in 1923 werd de Turkse republiek uitgeroepen met Atatürk als president. De grondwet van 1924 gaf hem grote bevoegdheden, die hij gebruikte voor een radicale hervorming van het oude Turkije naar West-Europees model. De politieke en sociale hegemonie van de islam verdween. Hedentendage wordt Atatürk nog altijd gezien als de vader des vaderlands.
In het dorp Hayrabolu veroorzaakt onze aanwezigheid een opstootje. Terwijl ik boodschappen doe, staan er zo'n twintig mannen om Karin en de fietsen heen. Ze willen alles weten over onze reis, zijn onder de indruk van de kaart van Turkije en nodigen ons uit om 'voor eeuwig' thee te komen drinken. Na een lang gesprek fietsen we toch maar door. We passeren honderden zonnebloemvelden, pompoenen, maïs, uien en bonen. Tekirdag is een bijzondere herinnering voor mij: twintig jaar geleden fietste ik hier ook, op de terugweg van Istanbul naar Nederland. Op ogenschijnlijk hetzelfde bankje aan de Zee van Marmara maakt Karin een foto van me. Zou ik ouder geworden zijn? Zo voelt het niet en dat is goed.

Peter op bankje

Ik maak een grote fout. Het leek me wel aardig om via Tekirdag langs de Zee van Marmara naar Istanbul te fietsen. Dezelfde route die ik twintig jaar geleden de andere kant op reed. Misschien ben ik zo ijdel om te denken dat ik in die twintig jaar niet veel veranderd ben, in Turkije is er in twintig jaar wel veel veranderd. Het grappige weggetje langs de zee met die leuke authentieke ezelskarren is veranderd in een vierbaansweg, die steeds drukker wordt naarmate we Istanbul naderen. Vrachtwagens en bussen passeren soms rakelings; het gebrek aan uitwijkmogelijkheden noodzaakt ons door de kuilen en over de hobbels van het slechte asfalt te sturen. Het is duidelijk: hier moet je als fietser niet zijn, tenzij je suïcidaal bent.

Trucks ontwijken Karin


De campinggasten in Silivri lijken onze verkeersirritaties aan te voelen. Er staan alleen Turken op de camping; met verbaasde gezichten zien ze ons de camping op fietsen en het in hun ogen dwergententje op zetten. De twee buurmeiden brengen gefrituurde visjes en een tomatensalade als we aan het koken gaan. Een ander komt met een tafel en twee stoelen aan, zodat we een keer niet op de grond hoeven te zitten. Een derde heeft een tafelkleedje en dan is het feest! Gelukkig kennen we de Turkse woorden voor hartelijk dank. 's Avonds kijken we vanaf het terras van de camping uit over zee en volle maan en voelen beiden hetzelfde: het lijkt wel vakantie binnen de wereldreis.

Peter en Karin in Marmora-zee

De laatste dag is aanvankelijk niet de gemakkelijkste. Tegenwind, slecht wegdek, verkeersdrukte, uitlaatgassen en de stad Istanbul die uit haar voegen lijkt te barsten. Op 50 kilometer van het centrum begint de bebouwing van de stad al. Aanvankelijk zijn dat lelijke vakantieparken en luxe buitenverblijven; verderop gaat het over in een lint van huizen, flats, tankstations, bedrijven en kantoren. De lieftallige dorpjes met kleine, geurige falaffeltentjes die ik me van twintig jaar geleden herinner zijn volledig ingebouwd door flats en appartementen. We fietsen nu tussen duizenden vrachtwagens, bussen en personenauto's. De sfeer in het verkeer wordt grimmiger: iedereen wil zo snel mogelijk naar het centrum van Istanbul. Wij ook, maar 50 kilometer is ver weg wanneer je steeds uit moet wijken en af en toe de berm in duikt. Auto's passeren elkaar rakelings, vrachtwagens moeten regelmatig uitwijken naar rechts. En dat is waar wij rijden. De meesten proberen ons wat ruimte te geven, maar ze hebben het niet altijd voor het zeggen. Zwarte dieselwolken benemen ons het zicht en de broodnodige zuurstof. Ik vloek mezelf en iedereen stijf, het fietsen is soms angstaanjagend. Het is doodzonde en erg teleurstellend om in mineurstemming deze parel binnen te fietsen. Toch vertrouwen we op een goede afloop en onze beschermengels.

Peter fietst Istanboel binnen

Wanneer we eenmaal de binnenstad van Istanbul binnenkomen, is het grootste leed geleden. De stad is fantastisch: mooie oude huizen, zingende muezzins, duizenden kleine winkeltjes en overal wandelende mensen. Het verkeer is nog altijd druk, maar we hebben besloten één van de rijbanen in beslag te nemen. We fietsen naast elkaar, auto's moeten de andere rijbaan gebruiken om ons te passeren. Sommigen zijn het er niet mee eens en proberen ons van de weg af te toeteren. Maar we blijven ons voordoen als een auto. Voor ons is dit veel veiliger dan rechts houden en op enkele centimeters gepasseerd worden door de grote stalen blikken. Open monden staren ons na. Extatisch rijden we het hete centrum van de stad in en proeven verrukt de oosterse sfeer. We raken in vervoering door de vreemde geuren die onze poriën binnendringen. Voor mij is het geen twintig jaar later, het is het gewoon nog altijd 1982. Voor Karin is het de eerste keer in haar leven dat ze daadwerkelijk gegrepen wordt door een stad. Beiden zien we er naar uit ieder aspect van de stand te ontdekken.

straatje