|
Twintig jaar later Grenzen zijn groter dan je denkt. De grens
tussen twee landen is voor de gemiddelde reiziger niet meer dan een
klein obstakel naar het volgende reisdoel. Met een geldig document neem
je de meeste grenzen binnen een uur. Maar, de wereld die je vervolgens
instapt is vaak een totaal andere dan de wereld waar je zojuist vandaan
kwam. Zo is het ook met de grens tussen Bulgarije en Turkije. De mensen
zijn anders: van de stugge, in zichzelf gekeerde Bulgaar naar de ontwapenende,
gastvrije Turk. Het landschap is anders: van rommelig vervallen akkers
naar velden vol zonnebloemen en graan. De cultuur is anders: van strakke
eenvormige gebouwen en genummerde flats op rij, naar de sierlijke islamitische
bouwkunst die zich manifesteert in de fraaie moskeeën.
Onze stop is in Edirne, de eerste grote stad
in het westen van Turkije. Het centrum maakt grote indruk: immens grote
moskeeën, gezellige drukte van auto's en ezels, vervelende bedelaars
en twee banken waar geld wisselen meer dan een uur in beslag neemt.
Er schijnen technische problemen te zijn; wanneer deze eindelijk opgelost
zijn, zijn we multimiljonair en dat geeft een voldaan gevoel. In de volgende drie dagen fietsen we naar het
oosten, met maar één doel: Istanbul. De oudste tekenen
van beschaving op deze bijzondere geografische plek dateren van drie
eeuwen voor Christus. Diverse volken hebben hun hoofdkwartier gevestigd
op dit kruispunt van Zwarte Zee, Bosporus, Gouden Hoorn, Zee van Marmara
en de verbinding naar de Middellandse Zee. De vele oude namen van de
stad belichamen de verschillende periodes waarin verschillende heersers
hun stempel op de wereld wilden drukken: Byzantium, Constantinopel,
Istanbul. Na de Eerste Wereldoorlog wist Mustapha Kemal Atatürk
van het Turkse volk een eenheid te maken en in 1923 werd de Turkse republiek
uitgeroepen met Atatürk als president. De grondwet van 1924 gaf
hem grote bevoegdheden, die hij gebruikte voor een radicale hervorming
van het oude Turkije naar West-Europees model. De politieke en sociale
hegemonie van de islam verdween. Hedentendage wordt Atatürk nog
altijd gezien als de vader des vaderlands.
Ik maak een grote fout. Het leek me wel aardig om via Tekirdag langs de Zee van Marmara naar Istanbul te fietsen. Dezelfde route die ik twintig jaar geleden de andere kant op reed. Misschien ben ik zo ijdel om te denken dat ik in die twintig jaar niet veel veranderd ben, in Turkije is er in twintig jaar wel veel veranderd. Het grappige weggetje langs de zee met die leuke authentieke ezelskarren is veranderd in een vierbaansweg, die steeds drukker wordt naarmate we Istanbul naderen. Vrachtwagens en bussen passeren soms rakelings; het gebrek aan uitwijkmogelijkheden noodzaakt ons door de kuilen en over de hobbels van het slechte asfalt te sturen. Het is duidelijk: hier moet je als fietser niet zijn, tenzij je suïcidaal bent.
De laatste dag is aanvankelijk niet de gemakkelijkste. Tegenwind, slecht wegdek, verkeersdrukte, uitlaatgassen en de stad Istanbul die uit haar voegen lijkt te barsten. Op 50 kilometer van het centrum begint de bebouwing van de stad al. Aanvankelijk zijn dat lelijke vakantieparken en luxe buitenverblijven; verderop gaat het over in een lint van huizen, flats, tankstations, bedrijven en kantoren. De lieftallige dorpjes met kleine, geurige falaffeltentjes die ik me van twintig jaar geleden herinner zijn volledig ingebouwd door flats en appartementen. We fietsen nu tussen duizenden vrachtwagens, bussen en personenauto's. De sfeer in het verkeer wordt grimmiger: iedereen wil zo snel mogelijk naar het centrum van Istanbul. Wij ook, maar 50 kilometer is ver weg wanneer je steeds uit moet wijken en af en toe de berm in duikt. Auto's passeren elkaar rakelings, vrachtwagens moeten regelmatig uitwijken naar rechts. En dat is waar wij rijden. De meesten proberen ons wat ruimte te geven, maar ze hebben het niet altijd voor het zeggen. Zwarte dieselwolken benemen ons het zicht en de broodnodige zuurstof. Ik vloek mezelf en iedereen stijf, het fietsen is soms angstaanjagend. Het is doodzonde en erg teleurstellend om in mineurstemming deze parel binnen te fietsen. Toch vertrouwen we op een goede afloop en onze beschermengels.
Wanneer we eenmaal de binnenstad van Istanbul binnenkomen, is het grootste leed geleden. De stad is fantastisch: mooie oude huizen, zingende muezzins, duizenden kleine winkeltjes en overal wandelende mensen. Het verkeer is nog altijd druk, maar we hebben besloten één van de rijbanen in beslag te nemen. We fietsen naast elkaar, auto's moeten de andere rijbaan gebruiken om ons te passeren. Sommigen zijn het er niet mee eens en proberen ons van de weg af te toeteren. Maar we blijven ons voordoen als een auto. Voor ons is dit veel veiliger dan rechts houden en op enkele centimeters gepasseerd worden door de grote stalen blikken. Open monden staren ons na. Extatisch rijden we het hete centrum van de stad in en proeven verrukt de oosterse sfeer. We raken in vervoering door de vreemde geuren die onze poriën binnendringen. Voor mij is het geen twintig jaar later, het is het gewoon nog altijd 1982. Voor Karin is het de eerste keer in haar leven dat ze daadwerkelijk gegrepen wordt door een stad. Beiden zien we er naar uit ieder aspect van de stand te ontdekken.
|