Stiekem fietsen

We zijn door het dolle heen, het is een feest om in Istanbul te zijn. Ons hotelletje bevindt zich op minder dan loopafstand van het historische centrum in de wijk Sultanahmet. Ondanks het fietsen zijn we de eerste avond niet naar bed te slaan. We zijn al twee keer op pad geweest en liggen moe op bed, wanneer we door de aantrekkingskracht van de stad voor de derde maal het hotel uit gelokt worden.
"Dit is de laatste keer hoor," zegt Karin. "Ik vind het prachtig maar ben ook wel erg moe nu."
"Oké," zeg ik, "we gaan alleen nog even de sfeer proeven en dan snel terug en naar bed."
"Maar dat is gevaarlijk, die sfeer is veel te lekker, het blijft vast niet bij proeven."
"Goed, dan gaan we geen sfeer proeven, maar lopen alleen een blokje om."
Tien minuten later lopen we in het park tussen de Aya Sophia en de Blauwe Moskee en blijven staan voor een terras waar een dansende derwisj rondtolt.
"Ik heb per ongeluk geproefd," zegt Karin met een schuldig gezicht. "En nu wil ik hier wel even blijven."
Opgelucht kijk ik haar aan. "Ik wou het niet toegeven, maar ik heb al drie grote happen op. Kom, we gaan hier zitten."

In de Grand Bazaar en de Egyptische Bazaar staan onze ogen op schoteltjes. Naast het goud dat er volop blinkt, zijn er duizenden kraampjes met noten, vruchten, kaas, Turks fruit, sponzen, waterpijpen, kruiden, tapijten, keramiek, textiel, met parelmoer ingelegde doosjes, gebedssnoeren en originele plastic rommel. De verkopers lijken zich alleen op ons westerlingen te richten:
"Hey, my friend, how are you? Come here, drink tea with me. What's your name? Where are you from? I want to talk to you."

zware last

Als fietser hebben we het eigenlijk gemakkelijk. We kunnen niets meenemen en dus ook niets kopen. Het lastige is dat de verkopers aan onze buitenkant niet zien dat we fietsers zijn, en als we het ze vertellen vinden ze desondanks dat we wel wat kunnen kopen. Al is het dan maar iets kleins. Sommige verkopers zijn heel eerlijk in hun bedoelingen:
"Hey hello, how can I help you to get off your money?"
In de loop van de dag maken we overdreven omtrekkende bewegingen wanneer we een verkoper naar ons toe zien komen. Dat levert vrolijke gezichten op. Nog leuker blijkt het om zelf verkopers te benaderen met hun eigen verkooptactieken:
"Hey, hello, where are you from? What is your name?"
Het meest overrompeld zijn ze bij de vraag:
"Where can I put my money?"
Het levert stralende gezichten op en wij worden vervolgens met rust gelaten. Tussen de kraampjes met vis, geroosterde maïs en pistachenootjes aan de Gouden Hoorn staan we even later uren te kijken naar de drukte van mensen, auto's en vissersboten.

haven

Op maandag gaan we met de fiets op pad op zoek naar het stadion van Fenerbahce, de rijkste van de drie voetbalclubs in Istanbul. Morgenavond speelt Feyenoord er in de voorronde van de Champions League. Via de Yeni Galatabrug bereiken we de wijk Karaköy in het Europese deel van Istanbul ten noorden van de Gouden Hoorn. Van hier fietsen we langs de Bosporus in de richting van de twee grote intercontinentale bruggen die Europa met Azië verbinden. Via een forse klim komen we na wat zoekwerk op de weg die naar de Fatih Sultan Mehmet Brug leidt. Helaas is er geen fietspad, we fietsen op de vierbaansweg langs het voortrazende verkeer. Er zijn geen voetgangers en geen fietsers. De vrachtwagens en auto's rijden op een halve meter langs ons heen en we krijgen steeds meer het gevoel dat we hier niet mogen zijn. Eerlijk gezegd willen we hier ook niet meer zijn. We besluiten om op een lager gelegen deel van de brug te gaan fietsen, op een lege baan die op een voetpad lijkt. Halverwege echter komt een gewapende militair ons tegemoet en gebaart ons te stoppen. Het is verboden hier te fietsen, zegt hij. We moeten terug naar de drukke weg. Met vereende krachten tillen we de fietsen over de reling en begeven ons weer in de gevaarlijke maalstroom. Na anderhalve kilometer zijn we aan de andere kant van de brug, in Azië, waar een tweede militair ons bevreemd aankijkt. We weten nu zeker dat er hier niet gefietst of gewandeld mag worden. Hoe moeten we straks terug?
We fietsen in de enorme wijk Üsküdar en trachten zo dicht mogelijk bij het water van de Bosporus te blijven. Zo weten we in ieder geval waar we zijn. Tussen de honderden minaretten en paleizen zien we Kiz Kulesi liggen, het Maagdeneiland met daarop de Leandertoren.

Leander-toren

Een Byzantijnse keizer liet de toren bouwen voor zijn dochter omdat een zieneres voorspeld had dat zij door een slangebeet zou sterven. Op het eiland zou zijn dochter tenminste veilig zijn, dacht de keizer. Een heks slaagde erin een mand met vruchten naar de prinses te smokkelen, er zat echter een slang in verborgen, zodat ondanks alle getroffen maatregelen de voorspelling toch uitkwam. Zo zie je maar: je kunt het kwade in het leven niet ontduiken, net als het goede is het onafwendbaar. Het was beter geweest dat de keizer zijn dochter vrij gelaten had, dan had ze tenminste nog een aardig leven geleefd.
Na enig zoeken vinden we het stadion van Fenerbahce. Voor de gelegenheid heb ik mijn Feyenoord t-shirt aangetrokken. Onverschrokken lopen we het hol van de aanstaande leeuw binnen, de supporterswinkel. Er lopen bijna alleen mannen en jongens rond, die mij en mijn t-shirt argwanend bekijken. Maar de meesten kunnen een glimlach niet onderdrukken; ze vinden het wel stoer dat ik hier durf te komen. Een enkeling sist me toe dat we morgen afgemaakt worden.
De kaartjes voor de wedstrijd blijken alleen bij speciale ticketoffices verkocht te worden. Een oudere fan is bereid ons daar met de auto heen te brengen. Via de creditcard kopen we de kaartjes; helaas zijn er alleen plaatsen beschikbaar voor het supportersvak van Fenerbahce. Bij het afscheid wensen we de fan een leuke wedstrijd toe, maar niet te leuk natuurlijk.

Peter op verboden brug

Op de terugweg komen we weer bij de intercontinentale brug. Hier zien we grote borden snelweg en verboden voor fietsers en wandelaars, borden die aan de andere ontbraken. Een agent stopt ons en herhaalt wat de borden ons al vertelden. Van hem mogen we wel verder, zegt hij, maar zijn collega's verderop zullen het niet goed vinden. We gaan het toch proberen en fietsen door, maar worden al snel aangehouden door een groepje verkeersagenten. We vertellen deze ochtend zonder problemen vanaf de andere kant over de brug te zijn gefietst, maar ze willen ons er niet door laten. Er wordt druk getelefoneerd naar de grote bruggenbaas, maar ook die laat ons weten dat we er niet over mogen: "Yakas!" Ons rest niets anders dan de voetgangersferry tien kilometer terug.
Bij de ferry moeten we de fietsen over de tolpoortjes tillen, die uitsluitend voor voetgangers bedoeld zijn. Het wordt steeds duidelijker dat er in Istanbul niet gefietst wordt. Vanuit Karaköy fietsen we over de Atatürk brug terug naar Sultanahmet. Dat is nummer drie. Nog maar één brug, de Bosporusbrug, en dan hebben we ze allemaal per fiets gehad. Dat is een mooie uitdaging voor aanstaande vrijdag, wanneer we Istanbul gaan verlaten in de richting van Azië.

Later vernemen we dat de twee hoge hangbruggen over de Bosporus (ruim 60 meter boven het water) verboden zijn voor wandelaars en fietsers omdat ze in het verleden te vaak gebruikt werden door mensen die zelfmoord pleegden door van de brug af te springen…