|
Stiekem fietsen We zijn door het dolle heen, het is een feest
om in Istanbul te zijn. Ons hotelletje bevindt zich op minder dan loopafstand
van het historische centrum in de wijk Sultanahmet. Ondanks het fietsen
zijn we de eerste avond niet naar bed te slaan. We zijn al twee keer
op pad geweest en liggen moe op bed, wanneer we door de aantrekkingskracht
van de stad voor de derde maal het hotel uit gelokt worden. In de Grand Bazaar en de Egyptische Bazaar
staan onze ogen op schoteltjes. Naast het goud dat er volop blinkt,
zijn er duizenden kraampjes met noten, vruchten, kaas, Turks fruit,
sponzen, waterpijpen, kruiden, tapijten, keramiek, textiel, met parelmoer
ingelegde doosjes, gebedssnoeren en originele plastic rommel. De verkopers
lijken zich alleen op ons westerlingen te richten:
Als fietser hebben we het eigenlijk
gemakkelijk. We kunnen niets meenemen en dus ook niets kopen. Het lastige
is dat de verkopers aan onze buitenkant niet zien dat we fietsers zijn,
en als we het ze vertellen vinden ze desondanks dat we wel wat kunnen
kopen. Al is het dan maar iets kleins. Sommige verkopers zijn heel eerlijk
in hun bedoelingen:
Op maandag gaan we met de fiets op pad op zoek
naar het stadion van Fenerbahce, de rijkste van de drie voetbalclubs
in Istanbul. Morgenavond speelt Feyenoord er in de voorronde van de
Champions League. Via de Yeni Galatabrug bereiken we de wijk Karaköy
in het Europese deel van Istanbul ten noorden van de Gouden Hoorn. Van
hier fietsen we langs de Bosporus in de richting van de twee grote intercontinentale
bruggen die Europa met Azië verbinden. Via een forse klim komen
we na wat zoekwerk op de weg die naar de Fatih Sultan Mehmet Brug leidt.
Helaas is er geen fietspad, we fietsen op de vierbaansweg langs het
voortrazende verkeer. Er zijn geen voetgangers en geen fietsers. De
vrachtwagens en auto's rijden op een halve meter langs ons heen en we
krijgen steeds meer het gevoel dat we hier niet mogen zijn. Eerlijk
gezegd willen we hier ook niet meer zijn. We besluiten om op een lager
gelegen deel van de brug te gaan fietsen, op een lege baan die op een
voetpad lijkt. Halverwege echter komt een gewapende militair ons tegemoet
en gebaart ons te stoppen. Het is verboden hier te fietsen, zegt hij.
We moeten terug naar de drukke weg. Met vereende krachten tillen we
de fietsen over de reling en begeven ons weer in de gevaarlijke maalstroom.
Na anderhalve kilometer zijn we aan de andere kant van de brug, in Azië,
waar een tweede militair ons bevreemd aankijkt. We weten nu zeker dat
er hier niet gefietst of gewandeld mag worden. Hoe moeten we straks
terug?
Een Byzantijnse keizer liet de toren bouwen
voor zijn dochter omdat een zieneres voorspeld had dat zij door een
slangebeet zou sterven. Op het eiland zou zijn dochter tenminste veilig
zijn, dacht de keizer. Een heks slaagde erin een mand met vruchten naar
de prinses te smokkelen, er zat echter een slang in verborgen, zodat
ondanks alle getroffen maatregelen de voorspelling toch uitkwam. Zo
zie je maar: je kunt het kwade in het leven niet ontduiken, net als
het goede is het onafwendbaar. Het was beter geweest dat de keizer zijn
dochter vrij gelaten had, dan had ze tenminste nog een aardig leven
geleefd.
Op de terugweg komen we weer bij de intercontinentale
brug. Hier zien we grote borden snelweg en verboden voor fietsers en
wandelaars, borden die aan de andere ontbraken. Een agent stopt ons
en herhaalt wat de borden ons al vertelden. Van hem mogen we wel verder,
zegt hij, maar zijn collega's verderop zullen het niet goed vinden.
We gaan het toch proberen en fietsen door, maar worden al snel aangehouden
door een groepje verkeersagenten. We vertellen deze ochtend zonder problemen
vanaf de andere kant over de brug te zijn gefietst, maar ze willen ons
er niet door laten. Er wordt druk getelefoneerd naar de grote bruggenbaas,
maar ook die laat ons weten dat we er niet over mogen: "Yakas!"
Ons rest niets anders dan de voetgangersferry tien kilometer terug.
Later vernemen we dat de twee hoge hangbruggen over de Bosporus (ruim 60 meter boven het water) verboden zijn voor wandelaars en fietsers omdat ze in het verleden te vaak gebruikt werden door mensen die zelfmoord pleegden door van de brug af te springen
|