|
Niets is sterker dan Dinsdagavond is het zover. Met de ferry laten we ons 's middags naar Üsküdar varen. Op de boot ziet het al volledig geelblauw van de Fenerbahce-supporters. Wij zijn de enigen die roodwitte kleding dragen, inclusief mijn Feyenoord shirt. De sfeer in de stad en op de boot is fantastisch: er wordt veel gezongen en geschreeuwd, overal zijn standjes met geelblauwe snuisterijen, sjaaltjes en ballonnen. In Üsküdar lopen we met de stroom supporters mee, die de weg hier beter kennen dan wij. Door de rijk versierde straten lopen we, tussen de honderden tegenstanders, in een vriendelijk vijandige sfeer. We worden bekeken, toegeschreeuwd en toegelachen maar ondervinden geen hinder. Iedere Fenerbahce-fan is er heilig van overtuigd dat hun club straks zal winnen. In het hol van de leeuw, het Sükrü Saracoglu Stadyumu, kan het spoken, zoals commentator Eddy Poelman dat zo dreigend weet te zeggen. Hier winnen is vrijwel onmogelijk en ook niet aan te raden. Sommige voetballers schijnen in dit stadion liever niet te voetballen. We komen bij het stadion aan op het moment
dat ook de Feyenoord-supportersbus arriveert. De eerste confrontatie
tussen de fans is een feit: er worden vreesaanjagende kwalificaties
naar elkaar geroepen, trommels laten dreigend geroffel horen en middelvingers
gaan omhoog. We melden ons bij vak B9 en vragen of we een plekje in
het bezoekersvak kunnen krijgen. Gelukkig wordt dat toegestaan en we
vervoegen ons bij de Rotterdammers. Die blijken elkaar allemaal te kennen,
we worden door sommigen verbaasd aangekeken. In het vak zitten ook een
dertigtal Turkse ME-agenten, die naast de scheiding van de vakken gaan
zitten. Karin maakt een praatje met de baas van het stel en hoort dat
het hun taak is 'foute' fans te verwijderen. Even later komt Karin met
een gelukzalige glimlach om de lippen teruglopen.
Er komen steeds meer Nederlandse fans het bezoekersvak
in, maar meer dan 60 worden het er uiteindelijk niet. Aanstaande vrijdag
is alweer de volgende wedstrijd, in Monaco. De meeste gaan daar naar
toe. We maken een praatje met een paar van de hondstrouwe die-hards,
die naar elke wedstrijd van hun club gaan, waar dan ook.
Dan begint de wedstrijd. In het eerste kwartier
wordt Feyenoord, zoals verwacht, volledig overlopen door de geelblauwen.
Daarna gaat het gelijkmatig op en creëren beide ploegen wat kansen.
De Fenerbahce-fans zingen en schreeuwen de longen uit hun lijf, steeds
met dezelfde yell. Wij komen er met de Feyenoordliederen niet bovenuit.
Maar het gaat niet gebeuren dit jaar. Vlak voor het einde scoort Feyenoord weer. We zijn helemaal door het dolle, springen op de banken en trachten tegelijkertijd onze hoofden te beschermen tegen de regen van munten, aanstekers en zakjes water. Even later is het afgelopen. De thuisvakken stromen in sneltempo leeg, wij moeten wachten tot iedereen weg is. Een half uur later is het stadion leeg en donker. We moeten via een tunnel de wachtende bus in die ons naar het treinstation zal brengen. Buiten staan honderden luidruchtige Fenerbahce-fans die hun verlies willen afreageren. Nog voor de bus wegrijdt ligt het glas van de deur eruit. Het kan de pret in de bus niet drukken. We hebben de yell van de Turken overgenomen, de hele bus gaat heen en weer, op weg naar Europa. Zodra we buiten iets in de kleur blauw of geel ontwaren, maakt niet uit wat het is, wordt de yell ingezet. De bus krijgt een politie-escorte en vrijbaan zodat hij niet stil komt te staan. Dat zou gevaarlijk kunnen zijn. Een half uur later staan we op straat in onze eigen wijk, met verhitte hoofden en schorre kelen. De laatste dagen bezoeken we de
mooiste moskeeën, wandelen door de mystieke stad en brengen de
fietsen op orde voor de volgende etappes. Karin gaat naar het Topkapi-paleis
wat helaas op een teleurstelling uitloopt: het museum wordt verbouwd
en om die reden zijn veel afdelingen gesloten. Onze routeplanning loopt tot Jordanië. Vanaf daar moeten we linksaf Azië in, of rechtdoor naar Afrika. De beslissing is snel genomen, we gaan op zoek naar de heer Mandela om hem de hand te schudden en te bedanken voor alles wat hij heeft gedaan.
|