Een zondvloed van motoren, druiven en water

Met volle buiken en blozende wangen van alle groente en fruit stappen we op de fiets. We kunnen niet alle giften van gisteren meenemen. Alleen de 6 meloenen al wegen een kilo of tien. Wat we niet mee kunnen nemen leggen we sierlijk neer op het gras.
In de prachtige binnenlanden van Turkije heeft de tijd stil gestaan: bejaarde dorpjes, het simpele agrarische leven, versierde karren, ezels, kippen, onverharde weggetjes, roepende kinderen en wuivende mensen, pepers en paprika's die in de zon hangen te drogen, tabaksbladeren aan een touwtje geregen. Kale bergen met groene boomstippen worden afgewisseld door zinkgroene rotsen, roze granietformaties en amorfe witte kalksteenheuvels.

Peter tussen kalksteen

veel kalksteen

In Selendi worden we aangestaard door honderd paar ogen bij het boodschappen doen. In deze streek zien we ineens tientallen oude motoren met zijspan, alsof er een niet te versmade gratis aanbieding is geweest. En dan alleen hier. In de zijspannen wordt alles vervoerd: mensen, groenten, platen metaal, brandhout, zelfs oma's moeten eraan geloven. Op de overblijfselen van de vulkaan de Divlit zetten we de tent. Dat is niet echt heel stoer, want de vulkaan is sinds lange tijd niet meer actief.

kamperen bij de vulkaan

Twee dagen later, we zitten tweehonderd kilometer zuidelijker, fietsen we tussen de duizenden druiven die aan trossen op de pluk wachten. Een boer ziet ons aan komen fietsen en roept ons iets toe. We stoppen en roepen hem toe: "Merhaba, nasilsiniz?" Hij lacht, wijst op zijn struiken en roept: "Üzüm?" Of we druiven willen. Nou ja, altijd lekker natuurlijk. Hij zoekt tussen zijn struiken naar een rijpe tros, denken we. Dat blijkt niet het geval. Hij zoekt naar de gróótste tros, want hij komt even later aanlopen met een tros die net zo groot is als een flinke boodschappentas. Onvoorstelbaar, dit hebben we nog nooit gezien. En natuurlijk mogen we weer niet betalen. "Tessekür ederim!" Met drie kilo extra gewicht fietsen we in de richting van Yasluk. Net buiten het dorp zetten we de tent, naast een vervallen huisje. We hopen een beetje uit het zicht te blijven van de lokale bevolking, om een herhaling van de groentetaferelen te voorkomen. Dat lukt ons bijna. Een boer heeft ons gezien; hij stuurt eerst zijn zoon met een flinke tros witte druiven als welkomstgeschenk en komt later zelf ook nog een tros brengen. Dat is in totaal ruim vijf kilo druiven. We beginnen maar snel met eten.

De zomer is ineens ver te zoeken in Turkije. Het is koud en regenachtig wanneer we op de fiets stappen voor ons einddoel van vandaag: de kalksteenterrassen van Pamukkale. We slaan het aanbod van twee mannen af om in hun huis te komen schuilen en thee te drinken. Als we in Turkije iedere uitnodiging om 'çay' te komen drinken aan zouden nemen, zouden we de rest van ons leven hier blijven. We vallen de bergen uit en komen op een vlakte. Achter ons wordt de lucht steeds zwarter, voor ons is het licht bewolkt. Er begint een stormachtige wind te waaien, die we mee hebben Met een vaartje van 55 kilometer per uur en windkracht 6 of 7 mee worden we naar voren geblazen. Zo makkelijk hebben we nog niet gefietst. Maar het wordt steeds dreigender, na tien minuten is het bijna donker. De spierwitte watten aan de katoenplanten om ons heen lijken wel lichtgevend te worden. Auto's ontsteken hun lampen, de wind neemt nog verder toe; het is nacht geworden, om half twaalf in de ochtend. We moeten een plekje vinden om te schuilen, want er wacht ons iets verschrikkelijks beseffen we.

donder, bliksem en katoen

In een razend tempo fietsen we het plaatsje Sarayköy binnen. Rechts van de weg zien we een restaurant. We sturen er direct heen en nog voor we de fietsen onder het afdak hebben begint het te hozen. We kijken, samen met het personeel, door de ramen naar buiten. Het is buitenaards wat daar gebeurt. De wegen en tuinen staan binnen een kwartier volledig blank. Dan wordt het minder, regen en wind nemen af. We zetten de tering naar de nering en gebruiken een heerlijke lunch. Twee uur later is het droog. Grote delen van de wegen staan nog steeds blank, maar we fietsen er lekker door heen. Een nieuwe gratis fruitsoort hangt verlokkelijk aan de wilde bomen naast de weg: granaatappel. Ook lekker. In Pamukkale lijkt het iets minder hard geregend te hebben, de camping is redelijk droog. We zijn moe en dolblij dat we hier zijn: na zeven dagen fietsen hebben we twee rustdagen wel verdiend.

Bij de bekende kalksteenterrassen is het zelfs half september nog aardig druk. Met onze zelfgefabriceerde studentenkaarten weten we een korting van 75% te bedingen, niet gek. We hebben al tientallen euro's uitgespaard dankzij de kunstig geplastificeerde kortingsbewijzen. Op blote voeten lopen we door het lauwwarme water. De van afstand spierwitte kalksteen is van dichtbij grijs van kleur en heeft de mooiste vormen. Het kalkrijke warme water stroomt over de flanken van de berg en laat overal haar witgrijze sporen na. De Turken hebben het verschijnsel onder controle gebracht om meer toeristen te trekken. Zo hebben ze de natuurlijke terrassen uitgebreid door er met cement een aantal naast te bouwen. Helaas blijft dat voor een niet-blinde moeilijk onopgemerkt. In het dorp Pamukkale heeft ieder hotel een zwembad, dat verwarmd wordt met behulp van het warme bronwater. Veel terrassen op de berg staan daardoor droog en dat kan toch niet de bedoeling zijn van dit indrukwekkende natuurverschijnsel. Op een achteraf plek zijn geen toeristen, maar wel kalksteenterrassen met een geweldig uitzicht op het dal en de bergen er omheen.

bbbbPeter en Karin in PamukkalebbbbbPeter neemt een bad

We trekken onze kleren uit, waaronder we op de camping reeds zwemkleding hadden aangedaan, en genieten van het heerlijke water. In de aangelegde geul, die het water naar het dorp transporteert, is het nog water nog wat heter. Na een half uurtje opwarmen zijn we geheel wit van de kalk. Inmiddels hebben meer bezoekers deze plek ontdekt, een goede reden om weer eens op te stappen.

In de dagen daarna breken twee nokjes van mijn frame, de kleine bevestigingspunten van de bagagedrager. Lassen lukt hier niet, dus ik maak een noodverband met ijzerdraad. Helemaal stabiel is het niet: bij slecht wegdek en zijwaartse bewegingen slingeren mijn achtertassen heen en weer en raak ik bijna uit balans.

De bevolking van Turkije is ook hier fantastisch. Nooit eerder in onze reis was er zoveel gastvrijheid, terwijl we inmiddels al wat gewend zijn. We kamperen tussen de velden met paprika's, meloenen en tomaten, wanneer een aantal scherpziende boeren ons in de gaten krijgt en onmiddellijk aankomt met gratis groente en fruit. De avond erna willen we de tent in een boomgaard zetten, wanneer boer Hassan Yalcin eraan komt en ons meeneemt naar zijn huis. Zijn vrouw en kinderen vinden het geweldig dat we er zijn en er wordt een fantastische maaltijd voor ons klaargemaakt. Op Islamitische wijze zitten we gezamenlijk op de grond, een kleedje over de benen, terwijl de vrouw des huizes de heerlijkste gerechten voorschotelt. We hebben een zorgeloze nacht in de kamer van de kinderen op een snoeihard matras. Uit dankbaarheid schenken we hen onze Hollandse speelkaarten.

Op de laatste dag van onze doorsteek arriveren we na kilometers afdalen op de Malle Pietje-camping van kapitein Ali Baba in Antalya. We gaan hier een paar dagen vakantie houden en repareren wat er te repareren valt. Onze tent en fietsen vragen aandacht en het is beter om dat niet te negeren.