|
Een Franstalig klein krengetje De meest rommelige campings zijn soms de leukste. De eigenaars van ons kampeerplekje in Cinarcik zijn net zo rommelig en leuk als hun eigendom. Na een gesprek op hun terras moeten we mee naar hun tent annex houten hok een paar meter verder. Met een stel vrienden wordt daar een barbecue gehouden van vis en groenten. En drank natuurlijk, niet iedereen is streng Moslim. Wanneer er een stortbui losbarst verhuizen we van de lange tafel buiten naar het kleine houten huisje, dat gelukkig is afgewerkt met zeildoek. De raki vloeit volop, dan wordt er door Hussein en Serab een aantal Turkse liederen ingezet. De melancholieke keelklanken klinken in het benauwde hok als het filharmonisch orkest in de Rotterdamse concertzaal De Doelen. We trachten op muzikaal gebied iets terug te doen, maar na dit getalenteerde geweld maken we geen kans meer. Om half elf is het droog en modderen we vrolijk terug naar de tent. De Turkse klei blijkt een uitstekende soort lijm te bezitten waar onze schoenzolen helemaal verliefd op zijn. Moe bereiken we de tent en vallen in een diepe slaap. Bij ons vertrek de volgende dag is de camping
nog steeds onbegaanbaar. Met wat extra kilo's aan plakmodder, een armband
die Karin van de eigenaresse krijgt en de belofte dat we hier ooit terugkomen,
fietsen we langs de kust in de richting van Armutlu. De zon is teruggekeerd
en er zijn prachtige vergezichten in het schilderachtige landschap.
Onze stemming stijgt met elke meter die we klimmen en dalen. Wanneer
we in het dorp Kaplica aankomen stoppen we om op de kaart te kijken.
Onmiddellijk komt er een heel klein vrouwtje aan die ons aanspreekt:
Enkele kilometers verderop, dichtbij het gehucht
Fistikli, lukt het wel. Via een supersteile betonnen helling dalen we
af naar zee, waar een camping annex restaurantje is gevestigd: Kuzenler
et Mangal & Plaj. Het is begin september en we zijn de enige klanten,
het seizoen is voorbij. De camping, gerund door drie mannen, ligt in
een kleine baai op een weergaloos mooi en stil plekje. Het is pas acht
dagen na Istanbul, nog geen tijd voor een langere pauze. Maar dit plekje
is te mooi en erg goedkoop. We blijven er vier dagen. De uiterst voorkomende
mannen komen 's morgens en 's middags een kopje thee en verse vijgen
brengen. We kopen er groente, brood en drinken. Na het ontbijt duiken
we in zee, bestuderen de kwallen die de vorm van een portemonneetje
hebben, vangen een zeenaald, zien zonnebadende vissen en volgen een
eekhoorn op twee meter afstand. We luieren. We eten ons vol aan fruit
en Turkse koekjes en genieten van zon, zee en de gratis thee en vijgen.
een hoop kleine rotmugjes op deze camping Dan gaan we weer op pad. Het steile paadje
de camping af moeten we lopend afleggen. We fietsen over een glooiende
weg in een heerlijk zonnetje in de richting van Bursa. Links en rechts
zijn boomgaarden met olijfbomen, die bijna plukrijp zijn. In Gemlik
drinken we ons favoriete drankje: ayran, een lichtzure dunne karnemelk
die erg fris van smaak is. Hoe verser hoe lekkerder. Diep in een perzikboomgaard verborgen vinden we net voor het donker wordt een doodstil plekje voor de nacht. Jammer alleen van de perzikken. Want die zijn al geplukt.
|