|
Bobbels Weemoedig nemen we afscheid van het hotelpersoneel
en van Istanbul. De stad heeft ook Karin's hart gestolen; het mijne
was twintig jaar geleden al weggenomen. Nog eenmaal nemen we alles goed
in ons op wanneer we de Gouden Hoorn oversteken, langs de vissers, eetstalletjes,
moskeeën en sfeervolle straten. Met de Bosporus aan onze rechterhand
fietsen we in de richting van de tweede intercontinentale brug. De hoteleigenaar
is ervan overtuigd dat we hier wel overheen mogen fietsen. We zullen
zien. Bij de tweede intercontinentale brug wordt het al snel duidelijk dat ook deze verboden is voor fietsers en wandelaars. Het is zelfs een tolweg. Via een parallelle weg vermijden we de tolpoorten en fietsen de brug op. Het is hier net zo druk en gevaarlijk als op de andere brug naar Azië. Ook hier is een soort fiets- en wandelpad naast de rijbanen. We stappen over de reling en fietsen daar verder. Maar net als op de andere brug een paar dagen geleden worden we ook nu gestopt door een militair. Tot onze geruststelling hoeven we niet terug, maar mogen doorfietsen. Wel op de brede, drukke weg, het fietspad is ook hier erg verboden. Dus tillen we de fietsen weer over de reling, wachten op een rustig moment en stappen op. Zo snel mogelijk fietsen we de anderhalve kilometer naar de overkant. Daar zien we een enorm bord met het woord Azië erop. Fantastisch, leuk voor een foto, een bord met de naam van een continent. We stoppen en pakken de camera. Net nadat we het plaatje hebben geschoten wordt er iets op ons gericht: even verderop staat een kwaaie militair die zijn Uzi in de aanslag heeft en ons toeschreeuwt dat we heel snel door moeten rijden. Nou zeg, we zijn toch geen terroristen. Teleurgesteld stoppen we de camera terug en stappen weer op. We werpen hem een boze blik toe als we hem passeren. Maar we zijn wel mooi over beide continentale bruggen gefietst! Dat kunnen ze ons niet meer afpakken.
Dertien kilometer verder verlaten we definitief de tentakels van deze grote stad. Het landschap wordt groen. We rijden door pittoreske dorpjes, langs een rivier met picknickplekjes, over zeer bobbelig asfalt, door een dorp met miljonairshuizen, eten salade in een restaurantje en gaan klimmen. Ons doel, de Zwarte Zee, bereiken we eerder dan gedacht. Hand in hand stappen we het koele water in; een volgende mijlpaal is bereikt. Eigenlijk is elke kilometer een mijlpaal maar een zee of een nieuw land spreekt wat meer tot de verbeelding. De dagen daarna zijn vooral zwaar. Het lijkt wel of we het fietsen niet meer zijn gewend na een week slenteren in Istanbul. Het is warm, vochtig en benauwd. De weg langs de Zwarte Zee bestaat uit honderden korte felle klimmetjes op het nog immer hobbelige asfalt. In een lekkere afdaling naderen we een dorpje met 50 kilometer per uur, wanneer ik plotseling gelanceerd word. Ik vlieg met beide wielen los van de grond enkele meters door de lucht. Karin ziet het gebeuren en kan net op tijd afremmen voor de onzichtbare snelheidsremmer in de vorm van een bobbel dwars over de weg. Gelukkig kom ik goed neer en kan mijn balans houden. Twee tassen zijn echter losgeschoten en van de fietsen gevlogen. We monteren de tassen opnieuw, er is niets gebroken. De snelheidsremmer is van een afstandje niet te zien, hij is in dezelfde kleur als de rest van de weg. Vanaf nu zullen we wat meer moeten anticiperen op dit soort gevaarlijke bobbels.
Op de prijzige campings aan de Zwarte Zee worden we gastvrij ontvangen. Als we vertellen over onze reis krijgen we vrijwel altijd de gewenste korting. In Akcakese krijgen we een van de mooiste plaatsen van de camping voor een fractie van de normale prijs. Ook de honderden muggen kunnen niet verhinderen dat we van het weidse uitzicht genieten. De volgende dag arriveren we op een kleine camping in Agva. Het broeierige weer van de afgelopen dagen komt tot ontlading in een forse onweersbui. Een vreemd natuurverschijnsel openbaart zich voor onze ogen: de onweersbui komt in razende vaart aanzetten, verderop zien we de bomen heen en weer schudden door de rukwinden. Waar wij staan is het windstil en droog. Dan komt de bui nog iets dichterbij en blijft ineens hangen. Voor ons zien we een verbazingwekkende waterscheiding: wij staan droog, terwijl het drie meter van ons af werkelijk stort. Het duurt enkele minuten voor de bui verder trekt en ook wij tenslotte nat worden. Twee dagen later zijn we de landtong
tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara overgestoken. Het fietsen
gaat een stuk beter en we maken weer kilometers. In dorpjes drinken
we thee met de plaatselijke bevolking. Als we willen afrekenen wordt
er telkens heftig nee geschud. We fietsen tussen tientallen hazelnootplantages
en honderden vijgenbomen. Bij Yalova heeft een aardbeving drie jaar
geleden een deel van de stad platgelegd. Duizenden houten noodwoningen
vormen de stille getuigen van de ellende die voor vele inwoners nog
altijd voortduurt. In Cinarcik besluiten we een dagje te blijven hangen.
De min-vier-sterren-camping is erg gezellig. De Turken hier zijn nog
vriendelijker en gastvrijer dan anders. Na tien minuten hebben we een
tafel, twee stoelen en zes gebakken vissen voor ons staan.
|