Bobbels

Weemoedig nemen we afscheid van het hotelpersoneel en van Istanbul. De stad heeft ook Karin's hart gestolen; het mijne was twintig jaar geleden al weggenomen. Nog eenmaal nemen we alles goed in ons op wanneer we de Gouden Hoorn oversteken, langs de vissers, eetstalletjes, moskeeën en sfeervolle straten. Met de Bosporus aan onze rechterhand fietsen we in de richting van de tweede intercontinentale brug. De hoteleigenaar is ervan overtuigd dat we hier wel overheen mogen fietsen. We zullen zien.
We zijn al uren verder, in de wijk Kädiköy, wanneer het tot me doordringt dat er al de hele tijd een vreemde bobbel in mijn broek zit. Ik voel met mijn hand en het is echt een hele dikke bobbel.
"Stop eens," roep ik tegen Karin. We stoppen, ik steek mijn hand in mijn broekzak en vis de bobbel eruit.
"Shit," zegt Karin, "wat moeten we daar nu mee?"
In mijn hand heb ik de grote sleutelhanger, met kamersleutel, waarop met grote letters de naam van ons hotel staat.
"Ga jij hem maar even terugbrengen, dan wacht ik hier wel." Maar daar trapt Karin natuurlijk niet in. We gaan op zoek naar een brievenbus, in de hoop dat de Turkse PTT de sleutel netjes zal afleveren bij de rechtmatige eigenaar. Deze oplossing blijkt niet te werken: we komen er achter dat er in Istanbul geen brievenbussen zijn. We willen de sleutel niet weggooien, dat verdient dit hotel absoluut niet. We houden een taxichauffeur aan:
"Can you please bring this to this hotel, when you're in the neighbourhood?" vragen we de verbouwereerde man.
"No, I don't know that hotel," krijgen we als antwoord. Dan maar een ander.
"For how much?" Die wil er aan verdienen, dat is ook niet de bedoeling.
"No, I never come in the Sultanahmet-quarter."
Geen enkele chauffeur is bereid het kleinood over te nemen. Ze willen niet of kunnen niet. Ten einde raad gooien we de sleutel ergens in een vuilnisbak. Het spijt ons, hotel Paris.

Bij de tweede intercontinentale brug wordt het al snel duidelijk dat ook deze verboden is voor fietsers en wandelaars. Het is zelfs een tolweg. Via een parallelle weg vermijden we de tolpoorten en fietsen de brug op. Het is hier net zo druk en gevaarlijk als op de andere brug naar Azië. Ook hier is een soort fiets- en wandelpad naast de rijbanen. We stappen over de reling en fietsen daar verder. Maar net als op de andere brug een paar dagen geleden worden we ook nu gestopt door een militair. Tot onze geruststelling hoeven we niet terug, maar mogen doorfietsen. Wel op de brede, drukke weg, het fietspad is ook hier erg verboden. Dus tillen we de fietsen weer over de reling, wachten op een rustig moment en stappen op. Zo snel mogelijk fietsen we de anderhalve kilometer naar de overkant. Daar zien we een enorm bord met het woord Azië erop. Fantastisch, leuk voor een foto, een bord met de naam van een continent. We stoppen en pakken de camera. Net nadat we het plaatje hebben geschoten wordt er iets op ons gericht: even verderop staat een kwaaie militair die zijn Uzi in de aanslag heeft en ons toeschreeuwt dat we heel snel door moeten rijden. Nou zeg, we zijn toch geen terroristen. Teleurgesteld stoppen we de camera terug en stappen weer op. We werpen hem een boze blik toe als we hem passeren. Maar we zijn wel mooi over beide continentale bruggen gefietst! Dat kunnen ze ons niet meer afpakken.

bord Azie

Dertien kilometer verder verlaten we definitief de tentakels van deze grote stad. Het landschap wordt groen. We rijden door pittoreske dorpjes, langs een rivier met picknickplekjes, over zeer bobbelig asfalt, door een dorp met miljonairshuizen, eten salade in een restaurantje en gaan klimmen. Ons doel, de Zwarte Zee, bereiken we eerder dan gedacht. Hand in hand stappen we het koele water in; een volgende mijlpaal is bereikt. Eigenlijk is elke kilometer een mijlpaal maar een zee of een nieuw land spreekt wat meer tot de verbeelding.

De dagen daarna zijn vooral zwaar. Het lijkt wel of we het fietsen niet meer zijn gewend na een week slenteren in Istanbul. Het is warm, vochtig en benauwd. De weg langs de Zwarte Zee bestaat uit honderden korte felle klimmetjes op het nog immer hobbelige asfalt. In een lekkere afdaling naderen we een dorpje met 50 kilometer per uur, wanneer ik plotseling gelanceerd word. Ik vlieg met beide wielen los van de grond enkele meters door de lucht. Karin ziet het gebeuren en kan net op tijd afremmen voor de onzichtbare snelheidsremmer in de vorm van een bobbel dwars over de weg. Gelukkig kom ik goed neer en kan mijn balans houden. Twee tassen zijn echter losgeschoten en van de fietsen gevlogen. We monteren de tassen opnieuw, er is niets gebroken. De snelheidsremmer is van een afstandje niet te zien, hij is in dezelfde kleur als de rest van de weg. Vanaf nu zullen we wat meer moeten anticiperen op dit soort gevaarlijke bobbels.

kmaperen bij de Zwarte Zee

Op de prijzige campings aan de Zwarte Zee worden we gastvrij ontvangen. Als we vertellen over onze reis krijgen we vrijwel altijd de gewenste korting. In Akcakese krijgen we een van de mooiste plaatsen van de camping voor een fractie van de normale prijs. Ook de honderden muggen kunnen niet verhinderen dat we van het weidse uitzicht genieten. De volgende dag arriveren we op een kleine camping in Agva. Het broeierige weer van de afgelopen dagen komt tot ontlading in een forse onweersbui. Een vreemd natuurverschijnsel openbaart zich voor onze ogen: de onweersbui komt in razende vaart aanzetten, verderop zien we de bomen heen en weer schudden door de rukwinden. Waar wij staan is het windstil en droog. Dan komt de bui nog iets dichterbij en blijft ineens hangen. Voor ons zien we een verbazingwekkende waterscheiding: wij staan droog, terwijl het drie meter van ons af werkelijk stort. Het duurt enkele minuten voor de bui verder trekt en ook wij tenslotte nat worden.

Twee dagen later zijn we de landtong tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara overgestoken. Het fietsen gaat een stuk beter en we maken weer kilometers. In dorpjes drinken we thee met de plaatselijke bevolking. Als we willen afrekenen wordt er telkens heftig nee geschud. We fietsen tussen tientallen hazelnootplantages en honderden vijgenbomen. Bij Yalova heeft een aardbeving drie jaar geleden een deel van de stad platgelegd. Duizenden houten noodwoningen vormen de stille getuigen van de ellende die voor vele inwoners nog altijd voortduurt. In Cinarcik besluiten we een dagje te blijven hangen. De min-vier-sterren-camping is erg gezellig. De Turken hier zijn nog vriendelijker en gastvrijer dan anders. Na tien minuten hebben we een tafel, twee stoelen en zes gebakken vissen voor ons staan.
Het enige probleem ondervinden we als we een vlak plekje voor de tent zoeken. Onze belemmerende bondgenoot van de afgelopen dagen steekt ook hier de kop op: bobbels.

camping Cinarcik