Verdwalen, een dief in de nacht, krabben en vlektyfus

Een stel apen kijkt ons vragend aan. Gealarmeerd rent een familie knobbelzwijnen met de staart recht omhoog de bosjes in. Een troep parelhoenders vliegt verschrikt op wanneer een steentje van onder een band wegspringt. Neushoornvogels kijken vanaf een veilige afstand toe hoe we ons een weg banen door het doodstille park. Waterbucks rennen honderden meters met ons mee, tot de leider halt houdt en de hele troep blijft staan. Het mooist zijn de statige giraffes die uit de hoogte op ons neerkijken. Ik kan het niet laten en roep ze toe: "Koud daarboven?" Geen antwoord.

giraffes

Het is zwaar maar leuk fietsen in een gamereserve. Lastig wordt het bij een t-splitsing, natuurlijk zonder bordjes: links een zandpad, rechts een zandpad. Op goed geluk slaan we rechtsaf. Bij de volgende splitsing kiezen we voor links, voor de afwisseling. Na ruim 20 kilometer komen we de eerste medemens tegen. Een uur later hebben we de zekerheid dat we verdwaald zijn, wanneer we in het dorp Wami aankomen. Net als vele andere dorpjes staat Wami niet op de kaart. De weg houdt op in het dorp; twee jongens op een fiets brengen ons naar de spoorlijn. Als we het smalle paadje ernaast blijven volgen komen we na 24 kilometer vanzelf uit bij de weg naar Bagamoyo, zeggen ze. Afwisselend hobbelen, lopen en zoeven we over het smalle pad langs het spoor.

wachten tot de trein wegrijdt

Afgezien van wat fietsers die we tegenkomen op deze belangrijke noord-zuid verbinding zien we slechts bavianen, op zoek naar water.
In Bagamoyo belanden we in het simpele Alpha-guesthouse, nadat we abusievelijk bij het dure Bagamoyo Beach Resort, volgens onze gids een betaalbare strandlodge, zijn terechtgekomen. De chique lodge wordt gerund door een verlopen Franse gigolo en zijn rijke prooi. Beiden zijn om drie uur 's middags al stomdronken. Hun amicale aanrakingszucht en tot vijf maal herhaalde grapjes jagen ons snel weg.

's Nachts om half drie wordt Karin in haar slaap gestoord door vreemde metalige geluiden, maar dommelt weer in. Even later zit ze verschrikt rechtop in bed, wanneer er iets op de grond klettert. Ze klimt uit bed en doet het licht aan. Ik slaap lekker door, ondanks geluiden en licht. Karin ontdekt de oorzaak van het lawaai: ons calendulapotje ligt op de grond en er zit een vierkant gat in het ijzeren traliegaas van het raam. De kapot gesneden toilettas zit in het gat geklemd. Er zijn wat spullen uit weg en, dapper als ze is, gaat Karin naar het gevaarlijke en donkere buiten. Naast het guesthouse klimt ze over een hek met prikkeldraad en vindt de ontbrekende toiletartikelen allemaal terug. Een dief blijkt met een metaalschaar een gat in het gaas te hebben geknipt en met een stok met een haak onze toilettas naar het raam te hebben gehengeld. De volgende ochtend moeten we van de eigenaar verhuizen naar een veilige kamer, die niet aan de gevaarlijke buitenwereld grenst.

wij met Abu, de zoon van de kok van het guesthouse

We brengen een bezoek aan de overblijfselen van de Duitse koloniale periode en zien hoe ook hier de mooiste gebouwen door een gebrek aan onderhoud zwaar in verval zijn geraakt. Het museum van Bagamoyo is opvallend overzichtelijk en geeft een goed beeld van de tijd van de slavernij, de koloniale overheersing en de nationale held Nyerere, die als eerste president van het land een eenheid heeft gemaakt. Bij de uitgang zien we dat het museum is opgezet door een Nederlander. Naast het museum staat de kapel waar de overleden Livingstone een nacht is opgebaard alvorens verscheept te worden naar Engeland. Niet ver daarvandaan staat de kerk waar Livingstone lang geleden de dienst bijwoonde. Een bordje boven de deur herinnert de bezoeker eraan.

Het is broeierig warm en 's middags gaan we naar het strand. Hier staat een heerlijk windje en in de schaduw van een palmboom kijken we uit over de kleine houten bootjes en de vissers die hun netten repareren. De plaatselijke kinderen vinden de twee blanken erg interessant en al snel hebben we drie vriendjes: twee jongetjes van ongeveer zes en een meisje van acht jaar. Blote voeten, magere lijfjes en gescheurde kleren zijn bewijzen van de armoede waarin ze leven. We spelen met ze in het zand en in zee en houden elkaar voor de gek. We delen onze ananas en mango's, ze hebben het erg naar hun zin. Dan rennen ze plots weg naar de vissersboten om even later trots kijkend terug te komen met vier flinke, gejatte krabben. Ze peuren de buikklepjes open en lepelen met de vingers de geelgroene pulp eruit. Dan worden er takjes verzameld, een van de jongens regelt ergens lucifers en de ander komt met een halve plastic fles aanzetten, gevuld met zeewater. Ze gaan voor ons koken!

de kinderen koken krab voor ons

De wind is echter zo venijnig dat ze het vuurtje niet aankrijgen. Maar ze laten zich niet uit het veld slaan: met een stok wordt er een kruis in het zand gemaakt, waar de takjes in gelegd worden. Het kuiltje werkt perfect als windbreker want het kleine kampvuurtje doet het gelijk. De plastic fles met krabben en zeewater wordt in het midden gezet maar begint al snel te smelten. Als tweede pan dient een halve kokosnoot. Ook dat werkt niet helemaal goed: het water wil niet koken en de kokosnoot verandert van pan in brandhout. Hun inventiviteit kent geen grenzen: we kijken toe hoe een leeg fantablikje onthoofd wordt met een klein mesje. Deze aluminium pan werkt prima en na een kwartiertje blazen en houtjes aanslepen wordt de maaltijd geserveerd. Voorzichtig proeven we van het gekookte krabvlees en, eerlijk is eerlijk: het is heerlijk. Al ziet het er allemaal niet zo smakelijk uit, al zitten er veel botjes en schalen aan het vlees, al kraken onze kiezen van het zand, het krabvlees smaakt goed. De drie kleintjes zitten te glunderen.

aangespoelde kogelvis

Twee uur later staan we onder de emmerdouche in ons guesthouse en ontdekken onze nieuwste afwijking: onder het zwemgoed zit zowel Karins als mijn huid vol met rode pukkels. In de daaropvolgende dagen beginnen deze flink te jeuken en verplaatsen zich naar borst, rug en schouders. Wat hebben we nu weer?
Acne, tering, huidzwammen, schurft, rode hond of gewoon vlektyfus?