De Titanic:
ondergang of overkant?

Peter naast baobab

Op weg naar de Indische Oceaan ervaren we voor de zoveelste keer de ergernis die tegenwind bij ons kan opwekken. Die ergernis wordt meestal veroorzaakt door een erg lage snelheid terwijl we ons te pletter fietsen. Vandaag is de frustratie dat we van een hoogvlakte op zo'n duizend meter zakken naar zeeniveau, zonder ooit het gevoel te krijgen dat we afdalen. En dat terwijl afdalen zo heerlijk is: de wind om je hoofd horen suizen en de teller de 50 of 60 km/uur te zien passeren zonder een trap te doen. Het feestje gaat aan ons voorbij, afgepakt door een onzichtbare vijand.

We fietsen het klamme Tanga binnen, de derde grootste stad van Tanzania, gelegen aan de noordoostkust. Het "centrum" van Tanga ademt nog de sfeer van de Duitse koloniale overheersing van eind 19e begin 20e eeuw. Enkele gebouwen stammen nog uit deze tijd, maar zijn zonder uitzondering in verre staat van verval. Het zou ons niet verbazen als er geen Swahili-equivalent bestaat voor het woord 'onderhoud'. Niet alleen de gebouwen in Tanga blijken in verval: vele hotels hebben het loodje gelegd, de drie internetgelegenheden hebben 90% van de tijd geen verbinding met de server, straten zien er haveloos uit en de meeste winkeltjes lijken al jaren gesloten. Tot overmaat van ramp wordt de Ramadan hier door velen als vakantie gebruikt, wat het plaatsje de indruk van een spookstad geeft. Na drie dagen houden we het dan ook voor gezien en stappen op onze trouwe tweewielers.
Tussen Tanga en Bagamoyo liggen ongeveer 220 kilometer onverharde weg, waarvan een deel niet op onze kaart staat. Volgens de lokale bevolking moeten er paadjes zijn. We zien wel, een beetje onzekerheid kan geen kwaad.

de ruines van Tongoni

Zonder kleerscheuren bereiken we de eerste dag Pangani, over middelmatige steenslagweggetjes langs uitgestrekte sisalvelden in een moordend heet Tanzaniaans stoombad en langs de ruines van Tongoni. Pangani, gelegen aan de monding van de gelijknamige rivier, was ruim honderd jaar geleden een belangrijke handelshaven en voor die tijd de doorvoerhaven van de slavenhandel. De slaven kwamen na een lange voettocht uit het binnenland hier aan om gekeurd, verhandeld en getransporteerd te worden naar Zanzibar en verre bestemmingen. We bezichtigen het keuringsgebouw: door middel van foltering werden hier de sterken van de zwakken gescheiden. De kelders deden dienst als opslagruimte, tot men voldoende handelswaar had en de slaven via een onderaardse gang naar boten op de rivier geleid werden. Helaas is het gebouw verboden terrein wegens instortingsgevaar.

keuringsgebouw slaven Pangani

Dichtbij het marktplein, waar de slaven verhandeld werden, staat de oude gevangenis. Hier werden ongehoorzame slaven ondersteboven opgehangen aan speciaal daartoe aangebrachte balken net onder het plafond. Ook dit gebouw staat helaas op instorten, het blijft dus bij loeren door de open ramen.

slavengevangenis Pangani

Bij de rivier zien we twee ferry's liggen, die mensen en auto's naar de overkant moeten brengen. Beide ferry's zijn kapot. Een ervan wordt gerepareerd door een aantal mannen, die in smerige overalls aan de motor aan het sleutelen zijn. Ondertussen worden mensen, fietsen, dieren en vracht overgezet met oude houten motorbootjes, die naar de norm van de eigenaar pas vol zijn wanneer ze tijdens het varen water beginnen te maken. We tellen veertig mensen, waar wij tien al heel mooi zouden vinden.

we moeten naar de overkant

Biddend dat de ferry gerepareerd is, fietsen we de volgende ochtend vroeg naar de kade. Het heeft niet erg geholpen. De ferry ligt er nog net zo hulpeloos bij als gisteren. Twee houten motorbootjes varen stampvol heen en terug over de gelukkig kalme rivier. Zuchtend laden we de fietsen af en sjouwen onze spullen in de kleine Titanic. Hulp slaan we wijselijk af, wetende dat er meestal, per ongeluk, iets kapot geholpen wordt. Wanneer het wankele bootje, met twintig mensen, een achttal fietsen en heel veel vracht, naar ons idee meer dan genoeg diepgang heeft, manen we de stuurman om te vertrekken. Tot onze opluchting doet hij dat. Gaan we dit dan toch overleven?
Zonder gebed bereiken we even later veilig en zelfs geheel droog de overkant. Wat ons betreft genoeg spanning voor deze dag.

Achteraf blijkt ons vroege vertrek een wijs besluit. Het is meer dan 80 kilometer naar Sadani, een dorp in het gelijknamige wildpark en ons doel van vandaag. Na 40 kilometer stenen en harde grond worden we vergast op zandpaden. Op een verdwaalde lokale fietser na is er geen enkel verkeer. We sleuren de fietsen door het hete zand, rijden dertig meter en staan hijgend stil in de volgende zandbak, nat van het zweet. Het schiet niet erg op zo. Zoals altijd worden we ook nu op de moeilijkste momenten hartelijk verwelkomd door vliegen. In de eindeloze velden met droge struiken en dorre bomen zijn wij de enige levende wezens en het doelwit van de maand. Vooral onze ogen, oren, neus en mond blijken zeer populair bij de bacterierijke zoemers. Karin scheldt ze helemaal stijf, maar ze blijken grote doorzetters of de Nederlandse taal niet te beheersen.

klein obstakel op de weg

Na 20 kilometer zweet, stof, vliegen en flinke stukken zandwandelen, vermoeden we in de Sadani Game Reserve te zijn, wanneer we knobbelzwijnen, Natal red duikers, waterbucks en apen om ons heen ontwaren. Een Landrover met drie blanken geeft definitieve zekerheid. De laatste kilometers zijn iets minder zwaar dankzij de harde ondergrond. We fietsen door een grote, krakerige zoutvlakte en komen even later volledig uitgewoond op de plaats van bestemming.

zoutvlakte Sadani National Park

Het vierkamerige guesthouse, eigendom van de overheid, ligt aan de Indische Oceaan. We zijn de enige gasten, zwemmen 's avonds naakt in de warme zee en kijken vanuit dit hemelse plekje naar miljoenen sterren en de weerspiegeling van de maan in ons enorme zwembad.
Geinig toch, zo'n wereldreis!