|
De Superieure Striptease
Show
Een week rust in Arusha doet wonderen: we vergeten de hitte, de stenen, het bloed piesen, de lekke banden, de wind, de pijn en de vermoeidheid. Gelukkig doen zich wat nieuwe storingen voor, zoals de vals klinkende muezzin die zich tijdens de start van de Ramadan voorgenomen heeft ons zowel overdag als 's nachts het leven zuur te maken. De moskee, met naar onze smaak iets te grote luidsprekers, ligt recht tegenover ons guesthouse. Toegegeven, een onoplettendheid van onze kant bij de keuze van accommodatie. Nu is het wel zo dat we nog steeds moeten wennen aan de Oost-Afrikaanse geloofsbeleving, zowel van christelijke als van moslimzijde. Waren we in het islamitische Midden-Oosten gewend aan de vijfmaal daagse op redelijk toon gezongen oproepen tot het gebed, enkele duizenden kilometers zuidelijker lijkt men nog niet bekomen van de mogelijkheden van de elektrische volumeknop. Hoe harder hoe mooier. En waren we in Europa gewend aan het ingehouden kerkgezang in de weekenden vanuit goed afgesloten kerken, hier luisteren we noodgedwongen naar het hysterisch aandoende zingen van gelovigen en het harde (demonische?) krijsen en schreeuwen van de in onze oren satanische voorgangers van de tientallen kerkgenootschappen. Daar komt bij dat de kerken hier geen ramen hebben die dicht kunnen en dat men om een of andere duistere reden het liefst 's nachts of 's avonds laat zijn overtuiging uitdraagt. Wanneer wij proberen te slapen.
Een normaal en weldenkend mens fietst van Arusha naar Moshi via het 80 kilometer korte prachtige asfaltlint dat de twee plaatsen met elkaar verbindt. In onze nieuwsgierige fiets(eigen)wijsheid besluiten we na ruim 20 kilometer naar het noorden af te slaan, om op deze wijze langs Mount Meru te fietsen, door het bergachtige Arusha National Park en daarna zuidelijk langs de Kilimanjaro af te zakken. Zo zien we wat meer van de mooie omgeving. Dat blijkt waar te zijn maar gaat niet vanzelf. Na enkele kilometers zien we in waarom andere wereldfietsers rechtdoor rijden: het gladde zwarte asfalt heeft plaats gemaakt voor keien, die in stofpoeder lijken te zijn neergelegd. Onze snelheid neemt met tweederde af. Geen probleem, want we hebben geen haast. Groot voordeel hier is de verkeersafname met ruim 99%. We passeren enkele kleine dorpjes alvorens we langs de ruim vier en een half duizend meter hoge Mount Meru beginnen te klimmen en het National Park van Arusha in fietsen. Het zweet gutst in stromen van ons lijf, wanneer we stoppen voor een pauze. Rechts van ons ontwaren we op korte afstand zebra's, warthogs, buffalo's en giraffes. De klim en keienweg zijn het nu al waard.
Daarna is het een lange
tijd stil, wanneer we onszelf en de fietsen de lange stenige hellingen
op sleuren, soms fietsend, soms lopend. We worden gadegeslagen door
troepen bavianen en colobusapen, die ons kruisend toejuichen als we
ze passeren. Het pad is nu niet meer dan een droge rivierbedding, een
geweldige route voor Frank van Rijn. We worden ingehaald door een Landrover
met blanken die ons verbijsterd aanstaren. De laatste kilometers naar
de top van de heuvelrug zijn plotseling weelderig groen. Honderden vlinders
in evenzo vele kleuren fladderen vrolijk met ons mee. In de afdaling
hebben we vrij zicht op de beboste oostflanken van Mount Meru. Onze
snelheid ligt net zo laag als tijdens de klim; harder fietsen is niet
mogelijk als we heelhuids beneden willen komen.
|