Lekke-bandenlawine bij
Lake Balangida Lelu


We nemen twee dagen pauze in Singida, het is per slot van rekening weekend, om onze getergde nieren en lijven tot rust te laten komen. Na een dag heeft onze urine weer de normale gele kleur. Singida is de hoofdstad van een van de 19 regio's van Tanzania, met zowaar enkele stukken oud asfalt in de straten. Voor ons plezier pakken we af en toe de fiets en genieten van de zingende banden. Als argument gebruiken we een bezoek aan de granieten voetbalrotsen en twee zoutmeertjes.
Vanuit het raam van ons guesthouse kijken we uit op de achterkant van de naastgelegen 'cafetaria'. Om acht uur 's morgens start de kok zijn voorbereidingen voor de nieuwe dag. Koeienpoten en -staarten, geitenkoppen en levende kippen worden door jongens per fiets aangeleverd, alsmede een flinke zak aardappelen en houtskool. De poten worden van hun vlees ontdaan en gaan met de onthaarde staarten in de soeppan. De wind blaast de weeë lucht van gekookte botten onze kamer in. We doen het raam dicht. De geitenkoppen worden ontdaan van hun eetbare delen en de aardappels geschild. Een hevig storende radio zorgt voor de noodzakelijke arbeidsvitaminen. De kippen worden pas geslacht, geplukt en leeggehaald als de bestelling wordt geplaatst, verser kan dus niet. De cafetaria bestaat uit vier wanden van stukken golfplaat en karton, met een dak van golfplaat en plastic. Binnen zit je op smalle bankjes en we hebben er heerlijk gegeten.

Singida

Op zaterdagmiddag zitten we in een halfopen bar naar een Engelse voetbalwedstrijd te kijken, wanneer het begint te regenen. Het nieuwe dak van glimmende golfplaten rust op houten staanders en vervangt het oude dak, waarvan grote stukken zeildoek met het blauwe logo van de UNHCR nog zichtbaar zijn. Er zijn geen goten en de regen klettert langs het dak naar binnen. Na tien minuten zitten we gezellig met twintig man op een kluitje op de enige droge plek.

Karin fietst

De zeven lekke banden van de afgelopen dagen zijn geplakt, de buitenbanden nogmaals gecontroleerd; we gaan op weg naar Arusha met 200 kilometer gravel en 100 kilometer asfalt voor de boeg. Met fikse tegenwind klimmen we traag het dal van Singida uit. Achteromkijkend ligt het stadje, met rondom de achteloos neergeworpen rotsblokken, aan onze voeten. Tanzania is wonderschoon. Na 15 kilometer hebben we onze eerste lekke band van de dag, een half uur later de tweede, tien minuten later de derde. Telkens wordt het lek veroorzaakt door een lange slijtstreep met een klein gaatje in het midden, op de velgzijde van de binnenband. We controleren velglint en buitenband, ontdekken niets maar plakken voor de zekerheid het velglint af met sporttape.

Peter plakt een lekke band

Een kwartier later volgt de vierde lekke band. Het is om gek en moedeloos van te worden. Met onze grootste plakkers dichten we de zoveelste slijtstreep en kunnen nog steeds de oorzaak ervan niet vinden. Halverwege de middag, we zijn al zes uur onderweg, hebben we door tegenwind en tegenslag slechts 35 kilometer afgelegd. De vijfde lekke band laat niet lang op zich wachten en we zijn ten einde raad. We gooien de buitenband eraf, controleren deze nogmaals minutieus en vinden eindelijk de bijna onzichtbare boosdoener: een stukje van de stalen hieldraad heeft zich door het rubber gewerkt en maakt direct contact met de binnenband. Het stuiteren op de stenen en door de kuilen doet de rest. Met onze reserve-buitenband bereiken we Sagara, een klein dorp waar we in de basisschool mogen overnachten.

Karin klimt

De volgende ochtend staan we om 6.30 uur klaar voor vertrek, gadegeslagen door tientallen nieuwsgierige kinderen in groene schooluniformen. De scholen beginnen hier vroeg: tussen 6.30 en 8.00 uur maken de kinderen de klaslokalen en het schoolplein schoon. In cordon vegen de kinderen gebukt, met een klein rieten bezempje in de hand, de grond rondom de school schoon, terwijl de harde wind het geveegde weer alle kanten op blaast. Het ziet er vrij zinloos uit, maar de kinderen geven geen krimp. Om 8.00 uur beginnen de lessen en nemen we afscheid van de gastvrije onderwijzers die ons thee en rijst met bonen hebben voorgeschoteld.


Met Mount Hanang recht voor ons en een formidabel uitzicht over de oostelijk gelegen Mangati Plains, passeren we Lake Balangida Lelu. De wind is tot stormachtig toegenomen en dwingt ons nog langzamer te stuiteren dan gisteren. Het wordt steeds moeilijker in deze omstandigheden van het landschap en de wegschietende mongoose's te genieten. We doen bijna vijf uur over 40 kilometer en voelen onze nieren weer wanneer we in Katesh, aan de voet van de oude vulkaan, arriveren. Een kapper in het dorp brengt weer een glimlach op onze gezichten wanneer we zien naar welke prachtige stad hij zijn kapsalon heeft vernoemd. Met grote letters staat op de voorgevel geschilderd: ROTTERDAM.

Rotterdam


In de volgende dagen, fietsend langs en door traditionele Masaai-dorpjes, brengen we het totaal aan lekke banden op 22 in 12 dagen, een nieuw record en dieptepunt. Winnaar is geworden een 4 cm lange acaciadoorn, zo hard als een spijker en scherp als een injectienaald.

doorn

Onze binnenbanden beginnen er fleurig uit te zien dankzij alle plakkers, inclusief de twee overgebleven reservebanden. De laatste etappe over asfalt naar Arusha is loodzwaar: met de zoveelste takkenwind tegen klimmen we van de ene hoogvlakte naar de volgende. Afdalingen zijn er bijna niet. De prachtigste vogels (o.a. felbonte papegaaien en een parmantig rondstappende secretarisvogel) en het uitzicht op Mount Meru geven ons de kracht om er toch nog 80 kilometer uit te persen. Afgedraaid en uitgeput komen we aan voor een weekje rust, eten, drinken, slapen, eten, drinken, slapen, eten, drinken........