Frank van Rijn kan trots op ons zijn (deel 1)


De dagen na Nieuwjaarsdag rijden we over de laatste 470 kilometer asfalt naar Songea, vanwaar de weg onverhard zal zijn. We fietsen, steeds vaker in de regen, over enkele bergruggen en maken veel hoogtemeters. Dat heeft zo zijn voordelen: de temperatuur zakt van 37 naar 24 C. Bovendien ben ik als laatste ook van mijn rode vlekken en pukkeltjes af: het blijken achteraf hittebultjes te zijn en geen vlektyfus. De meeste dorpjes langs de weg zijn verstoken van elektriciteit en stromend water. Samen met de lokale bevolking pompen we het water uit de putten en met ons Katadyn-filter maken we het drinkbaar. Net als de benzinebrander trekt het filter volle zalen.

de prachige zandsteenpilaren van Isimiliabbbbbde prachige zandsteenpilaren van Isimilia
de prachige zandsteenpilaren van Isimilia

Het plots ingezette regenseizoen zorgt voor een fleurig groene omgeving. De bermen zijn geurig en bont van kruiden en bloemen, de hoog opschietende bamboe wordt overal als schuttingmateriaal gebruikt. Sinds lange tijd zien we weer kinderen op zelf gefabriceerde houten fietsen en steppen; na drie pogingen mogen we er eindelijk een foto van maken.

kinderen met houten steppen

Voorbij Njombe fietsen we tientallen kilometers door doodse productiebossen en felgroene theeplantages,

theeplantagegevolgd door geurige eucalyptusbossen en het rijk van de mango's. Het valt niet mee om te accepteren dat de mango's bij miljoenen liggen te rotten onder de bomen. Men eet wat men wil, het overige laat men liggen of wordt weggegooid. We rapen en eten wat we op kunnen, ze zijn per slot van rekening gratis voor deze Hollanders!

Na enkele flinke afdalingen arriveren we, een week na Iringa, in het broeierig warme Songea, de grootste plaats in het zuidwesten van Tanzania.

supersteile weg

Hier nemen we twee dagen rust voor we aan de onverharde etappe van 500 kilometer naar Masasi beginnen. Als we toen geweten hadden wat ons te wachten stond....

We gebruiken de tijd in Songea voor de nodige inkopen, kleding wassen, e-mails beantwoorden en fietsonderhoud. Boeken ruilen is hier helaas niet mogelijk, dus schenken we de uitgelezen lectuur aan de plaatselijke bibliotheek.

Enigszins bedrukt verlaten we na twee heerlijke rustdagen het 'beschaafde' Songea. Op de laatste meters asfalt genieten we nog even van het zingen van de banden. In gedachten horen we de oude Engelsman, die hier al jaren woont, nog zeggen: "Die weg van Songea naar Masasi, dat is de slechtste die ik ooit gereden heb." Stilletjes hopen we dat er intussen wat veranderd is, maar weten diep van binnen dat dit vergeefse hoop zal zijn. Na het asfalt komen we op onverhard terrein. De kwaliteit is echter zeer goed, de grond is hard en effen, het lijkt wel asfalt!
Onderweg staan duizenden mangobomen, waar de mooiste vruchten aan hangen en onder liggen. We rapen het beste valfruit op, tot ons boodschappennet op barsten staat.

gratis mango's

Bij elke pauze verorberen we tien mango's, het sap druipt van onze kinnen. We fietsen op een soort 'corniche', een slingerende weg over een heuvelrug, met voortdurend prachtige vergezichten naar alle kanten. Op de hele dag passeren ons nog geen tien auto's. Na 70 kilometer stoppen we in het dorp Namtumbo, vol vertrouwen in de rest van de ruim 400 kilometer....

Dat vertrouwen slaat de volgende ochtend al snel om in twijfel: de weg wordt de helft smaller en na tien minuten moeten we de fietsen door rul zand slepen.Fietsen en lopen wisselen elkaar af. We rijden 20 kilometer door een wildcorridor, die het enorme Selous National Park van Tanzania verbindt met het Niassa Park van Mozambique. Daarna begint het te regenen. De aanvankelijke miezer zwelt aan tot een stevige stortbui, die van geen wijken weet. Aan een deel van de weg worden onderhoudswerkzaamheden gepleegd. Op de hobbelige maar harde ondergrond heeft men een vijf centimeter dikke laag van klei gemengd met zand gegooid. Het regenwater wordt hierdoor opgezogen en kan niet weglopen.

Karin loop door modderbPeter in zand
modder aan de fiets

Na dertig meter glibberen staan we stil: banden, remmen, ketting, tassen, derailleurs, alles zit onder de vette modder. De wielen kunnen niet meer draaien; met stokjes peuren we de grootste klodders van de banden en uit de bewegende delen en stappen weer op. De regen komt nu met bakken uit de hemel en na tien meter staan we weer stil. Dit gaat niet goed. Er zit niets anders op dan het peurproces te herhalen. Honderd meter verder ga ik voor het eerst deze reis onderuit op de bollopende glibberige weg. Ik lig languit in de modder, maar heb gelukkig niets beschadigd. Iets verderop ligt een konvooi van drie vrachtwagens in de berm van de weg. Zelfs voor hun gigantische banden is het onmogelijk grip te houden op deze glijbaan. Zonder rijplaten, maar met een schop en wat afgebroken takken trachten de bijrijders vergeefs de zware wagens weer op de weg te helpen.

deze vrachtwagens rijden voorlopig niet verder

Sleurend aan de fietsen passeren we de verbaasd kijkende mannen, om honderd meter verder voor de zoveelste maal te stranden voor een peurbeurt. In de daarop volgende afdaling gaat Karin hard onderuit. Haar stuur slaat om en een been raakt klem in het frame. Krijsend van pijn en vermoeidheid trekt ze zich onder de fiets vandaan en laat zich huilend achterover vallen in de modder. Ik help haar weer op de been en breng de fiets in orde. Een remkabel is losgeschoten en het stuur staat helemaal scheef. Alles zit onder de rode smurrie, vermengd met zand. We lijken wel Indianen. Terwijl het weer opklaart kijken we elkaar vertwijfeld aan en zijn tegelijkertijd blij dat we (nog) niets gebroken hebben. Op de drie vrachtwagens na is er geen enkel verkeer, dus meeliften in geval van echte nood is onmogelijk. En er is geen weg terug, ons aflopende visum staat dat niet toe.
Een uur later komen we uitgeput aan in Kilimasera, waar we van de hoofdmeester in het kantoor van de basisschool mogen overnachten. We soppen onszelf en de fietsen af met water, koken rijst met groenten, eten nog meer mango's en likken onze schaafwonden. We hebben er 140 van de 500 kilometer opzitten, wat moet dit worden?

(
lees verder in deel 2 hoe we doormodderen en het regenseizoen ons nog steviger in zijn greep neemt)