Een mens doet soms onverstandige dingen. Bijvoorbeeld: gaan fietsen
terwijl het lichaam daar nog niet klaar voor is. Zoals wanneer je een
beetje ziek bent. Onze lichamen en geesten zijn het niet met elkaar
eens wanneer we Dar verlaten. Verstandelijk vinden wij het hoog, hoog
tijd worden om weer eens op pad te gaan, na twee weken rust in Dar en
een heerlijke vakantie op Zanzibar. Karin heeft echter last van een
ongewoon zware ongesteldheid, ik word geteisterd door een tweede verkoudheid
binnen vier weken met koorts, keelpijn en bijbehorende hoestbuien. Maar......,
het fietsbloed kruipt naar onze benen, waar de wijsheid ver te zoeken
is. Daar komt bij dat we ons hebben laten verleiden tot een omweg van
ruim 1700 kilometer naar Mozambique, waarvan 500 kilometer een slecht,
onverhard deel zal zijn. Maar, hiermee fietsen we wel door ons 9e nationale
park en doorkruisen we mooie bergruggen, wederom de Rift Valley en prachtige
natuurgebieden. Enige hindernis is ons Tanzaniaans visum, dat slechts
met maximaal een maand verlengd mag worden. We hebben 42 dagen om Mozambique
te bereiken. Zo niet, dan betalen we een boete van 400 dollar p.p.
Zoals verwacht
gaat het fietsen niet best: er is veel wil, maar weinig kracht en adem.
In de verstikkende hitte van de dagen voor Kerst halen we niet eens
70 km per dag op het mooie asfalt.
Het dorp Mlandizi dreigt onze toekomstplannen te verstoren: de eigenaar
van ons guesthouse, oud-kapitein Lyamuya, biedt ons gratis een flink
stuk grond aan om een huis op te bouwen. En hij meent het oprecht, want
een gratis ontbijt en diner gingen er al aan vooraf. Zijn vrouw en twee
zonen zijn zeer openhartig in hun visie op hun landgenoten: de mensen
zijn lui, kunnen niet organiseren en missen diverse praktische vaardigheden.
Het doet pijn, maar we herkennen het beeld in het dagelijkse leven.
De volgende dag zijn de benen nog
net zo zwaar, ze voelen als houten blokken gevuld met polenta. Het is
35 C in de schaduw, de neushoornvogels klapwieken van baobab naar baobab
en de kinderen roepen ons toe: "Daktari, daktari!" Elke blanke
is hier een dokter. Een bavianenfamilie viert midden op de weg al vroeg
Kerst met een gestolen mango. Vlak voor het dorp Lukole krijgen we spontaan
een politie-escorte: er worden hier met regelmaat overvallen gepleegd
op het passerende verkeer.
In Morogoro komen we er achter dat het al Eerste Kerstdag is. De bavianen
weten beter dan wij welke dag het is. In een Indiaas restaurantje laten
we ons verwennen met een heerlijke Indiase maaltijd voor drie en een
halve euro per persoon. Een uitgave, maar het is per slot van rekening
Kerst.
Van Kerst is niet veel te merken in Tanzania: een enkel slingertje met
'Merry Christmas', op marktjes worden magere coniferen als kerstboom
verkocht, de meeste winkeltjes zijn gewoon open. Achter ons guesthouse
is een grote bar waar opgedirkte families met een drankje luidruchtig
Kerst vieren. In de her en der opgestelde coniferen hangen watten, fleurig
toiletpapier en kleine lampjes. Het is 36 C in de schaduw.
Na de rustdag in Morogoro voelen we ons beiden een stuk beter en het
fietsen gaat weer als vanouds. Ondanks de hitte en dankzij een zeldzame
meewind glijden de kilometers als vanzelf onder de wielen door. We verlaten
de dorpjes en akkers en komen in het vertrouwde savannelandschap. Wanneer
we onder een boom bananen eten, tsjirpen de cicades ons in een wave
van links naar rechts toe; we kunnen elkaar niet meer verstaan. Daarna
fietsen we in ons 9e nationale park: Mikumi.
Ook dit
park zou op het asfalt veilig moeten zijn, maar we voelen ons door het
gebrek aan overig verkeer niet helemaal zeker. Na 20 kilometer struiken
en bomen hebben we nog geen dier gezien. De dorpen in het park blijken
niet te bestaan; zoals vaker klopt de kaart niet met de werkelijkheid.
Tien kilometer verder wordt onze omweg door centraal Tanzania "beloond":
er ligt een vers aangereden dode baviaan op de weg, zijn familie rent
er krijsend omheen. Waarschijnlijk is hij aangereden door een bus van
de Scandinavian Express, die ons overal als idioten voorbij razen. Achterop
de bussen staat de spreuk: 'In God we trust'. Vermoedelijk heeft hun
god geen rijbewijs. Vijf minuten later treffen we een aangereden zebra,
wat onze vermoedens versterkt.
Enkele kilometers
verder is de echte beloning: impala's, giraffes, zebra's en twee families
olifanten. Ook voor de 9e keer is dit bijzonder om mee te maken.
De dag erna
wordt het nog heter, 37 C in de schaduw en zelfs 50 in de zon. We hebben
problemen met onze watervoorraad en warmtehuishouding, tot de dreigende
lucht in de verte onze dromen doet uitkomen in een half uur durende
stortbui. De thermometer daalt 30 graden en na verloop van tijd hebben
we het zelfs koud. De lucht is vol vliegende termieten die bij regen
hun holen uitkomen. In het dorp Mbuyuni vinden we onderdak in een nieuw
maar zeer eenvoudig guesthouse, waar we de halve nacht wakker liggen
van komende en gaande vrachtwagenchauffeurs.
Door een
fantastisch woud van baobabs, vermaakt door bavianen en vervetapen,
over een stevige bergrug via een lange klim van 12% komen we twee dagen
later aan in Iringa, dat bovenop een steile rots in het landschap ligt.
Op oudejaarsavond is het angstig stil in het hooggelegen stadje. Niets
herinnert ons aan de spanning die er in de laatste uren van het jaar
in Nederland heerst. Om precies 0.00 uur zitten we buiten op een terras,
de klokken luiden, een stel kinderen rent zingend door de straat. Verder
is het doodstil. We kijken elkaar een tijdje verbaasd aan en wenszoenen
dan het nieuwe jaar voor geopend. Schuchter geven enkele Tanzanianen
ons en elkaar een hand. De vraag is: voor wie is de cultuurschok het
grootst?