|
Waggelende minaretten in Aleppo Tussen de laatste tientallen katoenplantages,
waar druk wordt geoogst, fietsen we onder een weldadig zonnetje ons
lief geworden Turkije uit. Bij de grens met Syrië is het niet druk
maar wel erg warm. Zou het bij de grens van het Midden-Oosten dan gelijk
al warmer zijn dan in Turkije? Vreemd.
We blijven drie dagen in Aleppo, een fantastische en sfeervolle stad. Overal in de stad zien we de verse Arabische broden hangen en liggen om af te koelen. Ze zijn zo groot als wagenwielen en smaken heerlijk. Ook een opvallend verschijnsel zijn de Amerikaanse vijftigerjaren sleeën, waarvan een groot deel als taxi fungeert. We slenteren uren door de Armeense wijk en de soukhs. De grote oude soukh met kruiden en stoffen is het leukst. Al lopend door de smalle overdekte straatjes proberen verkopers ons te verkleden als bedoeïen, worden we gecondoleerd met het overlijden van prins Claus en uitgenodigd door Allah Aldin en Magid Akkad, twee verkopers van zijden sjaals. Ze zijn Christenen binnen de Islamitische gemeenschap en compleet maf. Allah Aldin is, of doet zich knap voor als homofiel en heeft een oogje op mij. Hij steekt dat niet onder stoelen of banken, en als Karin even niet kijkt zit hij gelijk naast me en geeft me complimentjes. Zijn broer is hetero en tracht voortdurend Karin te versieren als ik even niet oplet. We lachen ons helemaal suf om hun gekke humor en de vrijzinnigheid waarmee ze zich staande houden binnen de Islamitische gemeenschap.
Aan het eind van de middag vinden we een winkeltje,
natuurlijk het eigendom van Syrische Christenen, waar men alcohol verkoopt.
Het assortiment bevat onder meer Syrische wodka, die we voor weinig
geld maar eens gaan uitproberen. Samen met een jonge Poolse vent, die
vanuit zijn thuisland een uitstekende fles gele Zubrowka (in de volksmond:
bisonpies) heeft meegenomen, tetteren we de flessen langzaam leeg. Na
anderhalf uur beginnen de minaretten van de moskee aan de overkant naar
me te zwaaien. Verwonderlijk, dat deden ze in Turkije toch niet. Ik
kijk nog eens goed, maar ze waggelen echt heen en weer. En die aardige
Poolse vent kan ook maar niet stilzitten. Waren ze nou met z'n tweeën
of was-tie alleen? Ik weet het niet meer. Maakt ook niet uit, het leven
is hier prachtig
Na een dag gedwongen echte rust, lopen we op
de citadel van Aleppo. De grotendeels ingestorte burcht wordt volop
gerestaureerd en is zeer indrukwekkend. Vanaf deze hoge plek hebben
we een fantastisch uitzicht over het gekrioel, de gele taxi's, versierde
bussen in Pakistaanse stijl en de bruingele huizen van de stad.
Met behulp van een kaart van de provincie, gratis verkrijgbaar bij de toeristeninfo, fietsen we in de richting van Qal 'at Samaan. De kaart blijkt niet altijd te kloppen: plaatsjes op de kaart bestaan niet of we komen plaatsen tegen die niet op de kaart staan. De meeste borden zijn gelukkig zowel in het Arabisch als in het Engels. Het woeste Syrische landschap bestaat uit golvende rode grond die bezaaid ligt met keien en rotsblokken.
pauzeplekje bij Borj Haidar Het laatste stuk naar Qal'at Samaan gaat in
steile slingers omhoog. Bovenop de berg liggen de restanten van de pilaar
waar de heilige Sint Simeon jaren op heeft gezeten. Hij was een van
de grote religieuze persoonlijkheden uit de Byzantijnse tijd en zijn
ascetische levensstijl een voorbeeld voor velen. Hij stond een zeer
sobere levensstijl voor, het kloosterleven was voor hem reeds te luxe.
Ook het contact met mensen hield hem weg van zijn ultieme doel: dichter
bij God komen en onthechting van het wereldse leven. Hij bouwde een
pilaar, om afstand te nemen van dit aardse leven en dichter bij God
te komen. De pilaar was in eerste instantie ruim vier meter hoog, maar
hij bleef daarmee bereikbaar voor mensen. Hij bouwde daarom een hogere
pilaar en nog een hogere. Zijn hoogste pilaar werd de vierde: 40 meter
hoog. In totaal zat hij 39 jaar op zijn pilaren en leefde zeer sober.
Na zijn dood (459 na Christus) kreeg hij vele volgelingen. Op de plaats
waar zijn pilaar stond werd in de jaren daarna een kerk gebouwd. We
lopen tussen de prachtige restanten van de kerk en zitten op het fundament
van zijn laatste pilaar.
We hebben veel respect voor de levenswijze van Simeon maar twijfelen sterk of dit het gedrag is dat God van mensen wil. Is het niet beter en zinvoller om iets met en voor mensen te doen in plaats van jezelf af te peigeren en in stilte en eenzaamheid een soort boete te doen?
|