Vijftig kilo pistachenoten voor een uurtje seks

Ondanks ons late vertrek uit Idleb willen we het liefst vandaag Hama nog bereiken. We volgen de grote weg die bijna recht naar het zuiden voert. Het is er niet druk op vrijdag, de heilige dag van de Islamieten. We fietsen op prachtig asfalt door een licht glooiend landschap dat ons voortdurend licht laat klimmen en dalen. Links en rechts liggen bruine stenen dorpjes tussen duizenden olijf- en pistachebomen. De bermen liggen bezaaid met plastic tasjes, die in elke winkel gratis verstrekt worden. Van overal klinkt geroep en wordt er gezwaaid: "Welcome in Syria!" De vele aanbiedingen om thee te komen drinken slaan we af: het theedrinken met de Syriërs is zeer onderhoudend maar kost ook veel tijd.

make light speed

Nooit eerder deze reis hadden we zoveel volgelingen als in Syrië. Meestal zijn dat jongens op een fiets of brommertje die een tijdje met ons meerijden en erg nieuwsgierig zijn. De eerste volgeling die ons vandaag tot stoppen dwingt is een man op een brommer met een vrouw achterop. Het enige wat hij wil is ons een handvol gemengde noten geven. Daarna vertrekt hij weer met een voldaan gezicht.
Enige tijd later worden we tot stoppen gedwongen door een handelaar in pistachenoten, wiens verzoek om thee te komen drinken we al vriendelijk hadden afgewimpeld. Hij komt ons echter achterna met een handvol lekkernij in zijn handen en vraagt nogmaals met klem om thee te komen drinken. We bedanken wederom voor het aanbod en willen afscheid nemen. We moeten van hem de noten aanpakken, daarna laat hij ons met tegenzin gaan. Twee minuten later rijdt hij weer naast ons. Een volhardend type. Hij vraagt ons voor de derde maal om even met hem te praten; deze man is zo onverzettelijk, we vinden dat we hem niet meer mogen teleurstellen en gaan in op zijn verzoek. Hij neemt ons mee zijn boomgaard vol pistachenotenbomen in, naast de weg. Als we op de grond gaan zitten dirigeert hij Karin om naast hem te komen zitten. Ja, dat moet je tegen Karin niet zeggen. Nu gaat ze juist aan de andere kant van mij zitten. Na een kort 'gesprek' over de pistachenoten en hoe ze wel niet groeien allemaal, worden zijn werkelijke bedoelingen duidelijk. Hij wijst naar Karin en wil dat ze naast hem komt zitten. Hij vraagt me of hij haar een uurtje mag 'lenen'. We kappen het gesprek af en maken aanstalten om op te staan. Onmiddellijk begint hij te bieden: vijf kilo pistachenoten voor Karin. Ik zeg nee, terwijl Karin van kwaadheid al rood begint aan te lopen. Tien kilo is gelijk het volgende bod. Nee, we gaan weg zeg ik hem gedecideerd. Als hij ziet dat het menens is gaat zijn bod met een enorme sprong omhoog: vijftig kilo pistachenoten voor een uurtje alleen met Karin. Ik zou haast gaan twijfelen…

Een uur later zitten we naast de weg te pauzeren. We eten een Arabisch broodje met schapenkaas en worden binnen vijf minuten omringd door een groepje mannen en jongens. Ze willen zoals altijd alles van ons weten: wie wat waar wanneer en waarom. Karin begint al een beetje te zweten bij de gedachte aan pistachenoten, maar het valt mee deze keer. Het zijn aardige kerels die niets anders lijken te wensen dan dat wij met hen meegaan om te genieten van de Syrische gastvrijheid. Deze trofeeën doen dat vandaag niet. We fietsen verder naar Hama. Steeds vaker heeft Karin last van haar buik; een zeurende pijn rechtsonder. Aanvankelijk alleen bij inspanning, maar de laatste dagen ook wanneer ze ontspannen is. We weten niet wat het is.
Een uurtje voor het donker wordt komen we aan in Hama en nemen onze intrek in het Riad Hotel. Een uitstekend en niet duur hotel met fan, airco, een echt bad en televisie op de kamer. Terwijl de duisternis haar intrede doet, kijken we vanaf het grote balkon over de stad uit. De vele minaretten van de moskeeën hebben groene tl-verlichting. De kleur van de reinheid, net als wit. Wat is het heerlijk om hier te zijn.

noria

Hama is de stad van de grote houten waterraderen, de noria's. Ooit hadden ze als functie om de hoger gelegen stadsdelen van water uit de rivier te voorzien. De raderen zijn vandaag de dag niet meer in gebruik, maar ze mochten blijven staan als toeristische attractie.

Het anti-Amerika beleid van de Syrische regering doet op sommige momenten komisch aan. Zo is onze e-mailprovider Yahoo in Syrië verboden. Lastig voor ons. Abdullah, de eigenaar van het Riad Hotel, weet via een omweg toch in Yahoo te komen, maar in internetcafe's lukt dat niet. We schaffen een tweede internetadres aan via MSN (toch ook een Amerikaans bedrijf, maar om een of andere reden niet verboden). Dat zal voorlopig niet onze favoriete provider worden want hotmail is trager en heeft de helft minder capaciteit. Ook andere typisch Amerikaanse produkten zijn verboden, zoals Mars, Coca Cola, Bounty en Pepsi. Toch zien we ze van een afstand vaak liggen in de winkeltjes. Dichterbij gekomen zijn het altijd namaak Marsen en Bountys. Hetzelfde lettertype, dezelfde kleuren, dezelfde opdruk, maar een andere naam. We kopen er een paar en lezen op de achterkant van de wikkels dat deze produkten in Irak worden geproduceerd. De grote vijand van het verderfelijke Amerika, maar als er iets te verdienen valt…
In de oude Al-Kabeer moskee is men druk in gebed op het moment dat we naar binnen willen. We houden het stilletjes op twee foto's. Tussen de geitenkoppen, koeienkoppen en ingewanden kopen we onze groenten in de plaatselijke soukh. Die avond hebben we lange gesprekken met René en Wendy, die net als wij hun spullenhebben verkocht om te gaan reizen en iets van de wereld te zien. Rare lui hoor, dat doe je toch niet.

René, Karin, Wendy, Peter

Het weekend is voorbij, het is maandag en we fietseneen nieuwe werkweek in. We zijn op weg naar Crac des Chevaliers, een van de mooiste zo niet het mooiste kasteel dat de kruisvaarders 800 jaar geleden hebben achtergelaten. Het weer is helder maar er staat een harde zuidwestenwind. Tegenwind dus. Rondom zien we okra's groeien, hoog op lange dunne stelen, als zaadvrucht van de uitgebloeide bloem.

Karin weer in de woestijn

In het plaatsje Akrab baren we grote opschudding, gewoon door er binnen te rijden. Men heeft hier nog niet vaak een westerling gezien. Als we onze groente, kaas en brood kopen, cirkelen er tientallen kinderen en mannen om ons heen. Ze helpen ons met het vinden van de juiste winkeltjes, met als tegenprestatie het vertellen van ons reisverhaal. Nagestaard door 25 paar ogen gaan we op weg naar Auj. Langs een klein zijweggetje vinden we een redelijk plekje voor de tent. Wanneer de nacht is gevallen toont zich pas de schoonheid van deze plek. Rondom in de bergen en vallei zien we de honderden lichtjes van de dorpen om ons heen. Boven ons zien we nog wat meer lichtjes: duizenden sterren verlichten ons tentje, we kunnen er geen genoeg van krijgen.

In de doodse stilte van het woeste Syrische heuvellandschap gaan we de sterren van de hemel slapen. Het is goed dat we nog niet weten wat ons te wachten staat…