|
Vijftig kilo pistachenoten voor een uurtje seks Ondanks ons late vertrek uit Idleb willen we het liefst vandaag Hama nog bereiken. We volgen de grote weg die bijna recht naar het zuiden voert. Het is er niet druk op vrijdag, de heilige dag van de Islamieten. We fietsen op prachtig asfalt door een licht glooiend landschap dat ons voortdurend licht laat klimmen en dalen. Links en rechts liggen bruine stenen dorpjes tussen duizenden olijf- en pistachebomen. De bermen liggen bezaaid met plastic tasjes, die in elke winkel gratis verstrekt worden. Van overal klinkt geroep en wordt er gezwaaid: "Welcome in Syria!" De vele aanbiedingen om thee te komen drinken slaan we af: het theedrinken met de Syriërs is zeer onderhoudend maar kost ook veel tijd.
Nooit eerder deze reis hadden we zoveel volgelingen
als in Syrië. Meestal zijn dat jongens op een fiets of brommertje
die een tijdje met ons meerijden en erg nieuwsgierig zijn. De eerste
volgeling die ons vandaag tot stoppen dwingt is een man op een brommer
met een vrouw achterop. Het enige wat hij wil is ons een handvol gemengde
noten geven. Daarna vertrekt hij weer met een voldaan gezicht. Een uur later zitten we naast de weg te pauzeren.
We eten een Arabisch broodje met schapenkaas en worden binnen vijf minuten
omringd door een groepje mannen en jongens. Ze willen zoals altijd alles
van ons weten: wie wat waar wanneer en waarom. Karin begint al een beetje
te zweten bij de gedachte aan pistachenoten, maar het valt mee deze
keer. Het zijn aardige kerels die niets anders lijken te wensen dan
dat wij met hen meegaan om te genieten van de Syrische gastvrijheid.
Deze trofeeën doen dat vandaag niet. We fietsen verder naar Hama.
Steeds vaker heeft Karin last van haar buik; een zeurende pijn rechtsonder.
Aanvankelijk alleen bij inspanning, maar de laatste dagen ook wanneer
ze ontspannen is. We weten niet wat het is.
Hama is de stad van de grote houten waterraderen, de noria's. Ooit hadden ze als functie om de hoger gelegen stadsdelen van water uit de rivier te voorzien. De raderen zijn vandaag de dag niet meer in gebruik, maar ze mochten blijven staan als toeristische attractie. Het anti-Amerika beleid van de Syrische regering
doet op sommige momenten komisch aan. Zo is onze e-mailprovider Yahoo
in Syrië verboden. Lastig voor ons. Abdullah, de eigenaar van het
Riad Hotel, weet via een omweg toch in Yahoo te komen, maar in internetcafe's
lukt dat niet. We schaffen een tweede internetadres aan via MSN (toch
ook een Amerikaans bedrijf, maar om een of andere reden niet verboden).
Dat zal voorlopig niet onze favoriete provider worden want hotmail is
trager en heeft de helft minder capaciteit. Ook andere typisch Amerikaanse
produkten zijn verboden, zoals Mars, Coca Cola, Bounty en Pepsi. Toch
zien we ze van een afstand vaak liggen in de winkeltjes. Dichterbij
gekomen zijn het altijd namaak Marsen en Bountys. Hetzelfde lettertype,
dezelfde kleuren, dezelfde opdruk, maar een andere naam. We kopen er
een paar en lezen op de achterkant van de wikkels dat deze produkten
in Irak worden geproduceerd. De grote vijand van het verderfelijke Amerika,
maar als er iets te verdienen valt
Het weekend is voorbij, het is maandag en we fietseneen nieuwe werkweek in. We zijn op weg naar Crac des Chevaliers, een van de mooiste zo niet het mooiste kasteel dat de kruisvaarders 800 jaar geleden hebben achtergelaten. Het weer is helder maar er staat een harde zuidwestenwind. Tegenwind dus. Rondom zien we okra's groeien, hoog op lange dunne stelen, als zaadvrucht van de uitgebloeide bloem.
In het plaatsje Akrab baren we grote opschudding, gewoon door er binnen te rijden. Men heeft hier nog niet vaak een westerling gezien. Als we onze groente, kaas en brood kopen, cirkelen er tientallen kinderen en mannen om ons heen. Ze helpen ons met het vinden van de juiste winkeltjes, met als tegenprestatie het vertellen van ons reisverhaal. Nagestaard door 25 paar ogen gaan we op weg naar Auj. Langs een klein zijweggetje vinden we een redelijk plekje voor de tent. Wanneer de nacht is gevallen toont zich pas de schoonheid van deze plek. Rondom in de bergen en vallei zien we de honderden lichtjes van de dorpen om ons heen. Boven ons zien we nog wat meer lichtjes: duizenden sterren verlichten ons tentje, we kunnen er geen genoeg van krijgen. In de doodse stilte van het woeste Syrische heuvellandschap gaan we de sterren van de hemel slapen. Het is goed dat we nog niet weten wat ons te wachten staat
|