Slapen in een tempel en amfitheater

We fietsen door de levendige hoofdstraat van het plaatsje Assayidah. Links van de weg staat een fraaie moskee met een gouden koepeldak en twee bont betegelde minaretten. Even ervoor passeerden we een aantal bedoeïenententen waar gesluierde vrouwen zich over het vele kroost bekommerden. In Damascus liepen we twee dagen geleden nog bij toeval langs een atelier waar de tenten gemaakt worden. We werden uitgenodigd om het handmatige fabricageproces van dichtbij te bekijken. In een gang stond een weefmachine van meer dan tien meter lang, waar stugge geitenharen tot een touw geweven werden. Een verdieping hoger werden de touwen aan elkaar genaaid en geweven tot een zeer stugge en stevige stof. De dunne geitenhaartjes zijn uitgegroeid tot een millimeters dik doek dat waterdicht is.
De kilometers lijken als vanzelf onder de wielen door te glijden. Bij de lunchpauze worden we aangesproken door twee militairen. We mogen hier eigenlijk niet zitten want er is een militair oefenterrein vlakbij. Dan mag je bijna nergens zitten, volgens ons. De helft van het land lijkt uit militaire oefenterreinen te bestaan. 's Middags krijgen we het zwaar. We klimmen weer behoorlijk en de fors aantrekkende wind komt weer eens van de verkeerde kant. Uitgeput komen we aan in Shaqba.

Shaqba

Na de noodzakelijke boodschappen lopen we met de fiets aan de hand langs de prachtige oudheden van het dorp. Minstens de helft van de bewoonde huizen bestaat uit oude ruïnes, gemaakt van zwart graniet. Aan de hoofdstraat staat de hoofdattractie: een oude tempel, waarvan de muren nog allemaal overeind staan. Officieel is dit een museum, de toegangspoort staat echter open en er is geen kip te bekennen. We duwen de fietsen het terrein op en bekijken de indrukwekkende massieve muren van het eeuwenoude bedehuis. We wagen het erop: in een stille hoek, onzichtbaar vanaf de weg, zetten we de tent op. Een uur later dommelen we in slaap, wanneer er een steen op de tent landt. Ik schrik me wezenloos en zit rechtop in bed. Even later hoor ik een steentje naast de tent op de grond landen. Kwajongens waarschijnlijk. Ik sluip de tent uit en kruip langs de muren de hoek om. Op straat staan drie jongens van een jaar of twaalf klaar voor de volgende worp. Wanneer ik uit mijn zittende houding naar voren katapulteer en schreeuwend op ze af kom, schrikken ze zich helemaal te blubber. Voor de vorm ren ik ze nog even achterna. Verderop zie ik ze even later met twee oudere jongens praten. Ze schieten weg als ze me zien aankomen. De jongens horen mijn klaagzang aan en garanderen ons daarna een zalige nachtrust.

Aan het eind van de volgende ochtend arriveren we in Bosra, de laatste grote plaats op weg naar Jordanië. Bosra is een zeer oude stad, die reeds beschreven staat op kleitabletten uit de tijd van Tutmosis III, die heerste in de 15e eeuw voor Christus. Een groot deel van het stadje bestaat, net als Shaqba, uit het oude zwarte graniet. Velen leven en wonen in de oudheden zelf.

Zo niet in het Romeinse amfitheater, de grootste attractie van Bosra. Het dateert uit de tweede eeuw na Christus en is een van de mooiste en best bewaard gebleven amfitheaters ter wereld. Geheel uit het keiharde zwarte graniet gehouwen, biedt het plaats aan 15.000 toeschouwers.

Bosra, toneel

Bosra, amfitheater

Nog jaarlijks worden er nationale en internationale festiviteiten gehouden. Als we er arriveren worden we hartelijk verwelkomd door Nigel en Elijah, alsmede de Nederlandse Romano en Australiër Shariff, die we in Damascus hadden leren kennen. De wereld is klein.
Gezamenlijk bezoeken we het amfitheater en we mogen er zelfs blijven overnachten. In een deel van het amfitheater zijn enkele ruimtes verbouwd tot verblijfsruimtes. Met een klein keukentje en een douche erbij is het helemaal perfect.

senator Peter

Het complex is groots, grandioos, luisterrijk en indrukwekkend. En dat is niet overdreven. We dolen door de immense gangen onder en naast het theaterdeel, ontdekken kleine kamertjes, bezoeken de openluchtzaal met standbeelden en laten ons helemaal gaan in het theater. De akoestiek is zoals je uit die tijd mocht verwachten: vanuit elke zitplaats in de immens grote en hoge halfcirkel is een rustig sprekende figurant vanaf het podium, in de persoon van Nigel, uitstekend te verstaan. 's Avonds na de zelfgemaakte maaltijd vermaken we ons een tijd met de lichtgevende frisbee van Romano. Vanuit allerlei posities in het amfitheater werpen we elkaar het speelgoed toe, terwijl de uilen, de huidige bewoners van het amfitheater, schel krijsend uit de donkere gangen de nacht in vliegen op zoek naar prooi.
We eindigen de late avond met een internationaal zangconcert. Na het onvermijdelijke Amerikaanse volkslied volgt het "Oh Den Haag" van Romano en een Australische bush-song van Shariff. We sluiten passend af met het glorieuze "Toen wij uit Rotterdam vertrokken" en leggen ons te slapen in ons nieuwe 'hotel'.

Peter, Shariff, Romano, Elijah, Nigel, Karin

We nemen de volgende ochtend afscheid van onze reisvrienden. De kans dat we elkaar nogmaals zullen ontmoeten is erg klein. Drie uur later arriveren we bij de grens van Jordanië, waar we nogmaals afscheid nemen, maar nu van een heel land. Syrië is een wonderschoon land met een aantal culturele hoogtepunten en een zeer gastvrije bevolking. Het is jammer dat de bureaucraten van overheid en banken de sfeer trachten te verpesten, maar voor langer dan een half uur lukt dat toch nooit.