Een pijnlijke ingreep in Homs

Het is 03.00 uur in de nacht. De vervelende zeurpijn die Karin in de afgelopen maanden onder haar ribben voelde gaat nu over in een fijne naaldensteek. Met een dikke breinaald. Ze slaapt daarna niet meer en s'ochtends is ze gebroken. We maken ons zorgen: deze pijn is niet gewoon en lijkt niet ongevaarlijk. We zijn bang voor een blindedarmontsteking. Met het ontbijt drinkt Karin niet meer dan een kop thee. Onvoldoende voor een fietser. We besluiten onze geplande route naar het Crac des Chevaliers af te breken en naar de dichtstbijzijnde grotere stad te fietsen om een dokter op te zoeken. Dat is 53 kilometer verderop: Homs.
Via de sjofele hoteleigenaar en een apotheker komen we bij een Engels sprekende arts terecht: Emil Dabaj. Hij is naast arts ook hoofd van een privé-kliniek in Homs. De sympathieke oude man doet uitgebreid onderzoek, laat foto's en scans maken en urine en bloed afnemen. Zijn eerste voorzichtige diagnose luidt lever- of galblaasontsteking, gezien de locatie van de pijn, maar na de uitslag van de foto's en scans is hij zeker van de galblaas als boosdoener. De door de arts voorgestelde behandeling is een bezoek aan de kliniek, waar medicijnen zullen worden gegeven. Wanneer deze onvoldoende aanslaan zal een operatie nodig zijn. Karin heeft de tranen in de ogen, ze wil absoluut niet naar een ziekenhuis in deze vreemde omgeving, een land waar we de taal niet spreken en met een ons onbekend niveau van gezondheidszorg. Gelukkig hebben we wel vertrouwen in dokter Dabaj, die in Libanon en de Verenigde Staten heeft gestudeerd en gewerkt. Hij brengt ons in zijn eigen auto naar de privé-kliniek.

Medico Surgical Hospital

De kliniek (Medico Surgical Hospital) ziet er aan de buitenkant netjes en verzorgd uit. Karin krijgt een grote kamer toegewezen en wordt onmiddellijk aan het infuus gelegd. Er wordt bloed afgenomen en medicatie toegediend. Twee chirurgen onderzoeken Karin en komen niet tot een eensluidende conclusie: de pijn is over een te breed gebied verspreid om alleen door de galblaas te zijn veroorzaakt. Karin blijft in het ziekenhuis achter, ik ga terug naar het hotel per taxi.

Karin huilt

De taxichauffeur weet me te melden dat hij nooit, maar dan ook nooit naar een dokter gaat. Veel te duur. Als hij wat heeft gaat hij naar een van de vele apothekers en haalt daar een of ander medicijn. Klaar is Kees.

Voor Karin volgt een slechte nacht met veel pijn. Iedere ademhaling veroorzaakt een scheurende pijn door haar borstkas. De slechts Arabisch sprekende zusters zijn erg lief voor haar en willen graag kletsen. Het nieuws dat we geen kinderen hebben veroorzaakt bij de meiden grote opschudding. In de ochtend worden echo's gemaakt, die in ieder geval de aanwezigheid van galstenen tonen. Maar er is op meer plekken pijn die niet verklaard kan worden. De medicijnen beginnen aan te slaan, de pijn wordt iets minder, wel heeft Karin koorts gekregen.
De kamer ziet er sober maar schoon uit. Er is een badkamer naast, die echter niet al te schoon is. Er staat een groot bad, maar er komt geen water uit de kranen. Wassen en douchen moet je als patiënt zelf doen, eventueel met hulp van je familie. Karin regelt met de dokter dat ze toch door de zusters wordt gewassen. Dat gebeurt in de badkamer van een luxe suite, waar er echt water uit de kraan komt. De zusters regelen ergens zeep en handdoeken en soppen haar met veel plezier af. Speciale behandeling.

Karin houdt niet van naalden

Na twee dagen gaat het wat beter met Karin, maar onvoldoende om haar te ontslaan. De artsen blijven onzeker over een definitieve diagnose en raden ons sterk aan om zo snel mogelijk terug te gaan naar Nederland om daar een operatie te ondergaan. De telefonische contacten met Travel Care zijn echter zeer teleurstellend. Men acht de gezondheidszorg in Syrië van voldoende niveau en we mogen niet naar Nederland terugkomen, ondanks dat de artsen in Syrië geen exacte diagnose weten te stellen en ons adviseren wel terug te gaan. We besluiten dan maar op eigen kosten terug te vliegen en op die manier Karin in een Nederlands ziekenhuis te krijgen. Maar ook daar steekt de verzekering een stokje voor: als we op eigen kosten naar Nederland teruggaan zal men de ziekenhuiskosten niet vergoeden. Er zou een kans op verslechtering van de situatie zijn door het vliegen. We vragen de artsen in Homs of dit kan kloppen en ze moeten er hartelijk om lachen. Maar hoe we praten en argumenteren: we mogen niet vliegen en worden verplicht de behandeling in Syrië te ondergaan. Wel een stuk goedkoper voor de verzekering natuurlijk…

Karin voelt zich iets beter

In afwachting hoe de medicijnen hun werk doen, heeft Karin ondertussen het ziekenhuis verlaten. Ondanks de aanhoudende zeurende pijn gaat ze met me op pad. We internetten, doen wat boodschappen en gaan ons visum verlengen. Dat laatste lijkt een werkje van niks, maar we trekken er voor de bureaucratische zekerheid toch maar een paar uur voor uit. De derde etage van een onduidelijk gebouw blijkt na veel navragen het immigratiekantoor te huisvesten. We vullen een formulier in bij ambtenaar 1 in een veel te klein kantoortje. Aan de muren hangen doorgezakte boekenplanken met duizenden dossiers die elk moment met donderend geraas naar beneden kunnen komen om hun verpletterend werk te doen. Twee ambtenaren zetten tussen enorme Pisa-torens van formulieren een potje thee op een privé-brandertje. Het is een voortdurend komen en gaan van bekenden, collega's en vrienden die een handje komen schudden, thee drinken en bijkletsen. Ons Latijnse schrift blijkt niet leesbaar voor onze ambtenaar. Er wordt een toevallige voorbijganger gezocht die het kan vertalen in het sierlijke Arabisch. Die blijkt al of niet toevallig voorbij te komen en even later moeten we er kopieën van gaan maken en zegeltjes kopen. Dat is twee verdiepingen lager, ergens bij ambtenaar 2. Met wat hulp van diverse voorbijgangers lukt dat en even later zijn we terug bij nummer 3 die ons formulier, met zegeltjes, op een stapel andere formulieren legt. Na een tijdje wachten schrijft ambtenaar 3 allerlei onduidelijke Arabische tekens op ons formulier en pakt het grote dikke immigratieboek erbij. De jarentachtig computer gaat aan, we zijn al een heel eind op weg! Ambtenaar twee geeft een belangrijk knikje met zijn hoofd, wat betekent dat we ons mogen vervoegen bij de grote chef: chic kantoor, tressen op het jasje, een prachtig houten bureau, fauteuils en een kleurentelevisie. Hij heeft de immense verantwoordelijkheid om een handtekening te zetten op de stroom formulieren. En hij doet het; met weer een knikje worden we teruggestuurd naar ambtenaar 2 die de paperassen meeneemt naar een andere verdieping. We nemen plaats op de nog warme bank. Op het moment dat we ervan overtuigd zijn dat hij echt nooit meer terug zal komen met de spullen, verschijnt hij weer ten tonele en gaat achter de computer zitten. Na enkele onduidelijke handelingen geeft hij onze waardepapieren aan ambtenaar nummer 4. Deze vraagt ons onmiddellijk om geld. We weten niet of het om smeergeld gaat of om een reguliere bijdrage aan alle verrichtte handelingen, wel is duidelijk dat we niet de definitieve handtekening zullen krijgen van de grote chef als we het geld niet overhandigen. Het gaat om een klein bedrag. We betalen, halen de handtekening en zijn klaar! Een kind kan de was doen.

Peter bij een piep klein kapperszaakje

Op 28 oktober moet Karin terug naar het ziekenhuis, waar geconstateerd wordt dat de medicijnen onvoldoende hebben gewerkt. Een operatieve ingreep is noodzakelijk. We mogen niet naar Nederland, Karin zal hier geopereerd moeten worden. Op 29 oktober, in de ochtend, wordt ze voor het eerst van haar leven een operatiekamer ingereden. Ik mag niet mee en blijf achter in de lege kamer. Ik kijk naar het lege bed, strijk de plooien van het laken glad en neem Karins plek in. Ik doe mijn ogen dicht, en wacht.