vlag Oman

Mierensoep en schildpaddeneieren

Op onze rustdag in Muscat zoeken we naar een goedkoop hotel maar geven het snel op. We storten ons in de oude soukh bij de haven waar de hemelse geuren van de frankincense onze reukorganen streelt en fraai bewerkte, zilveren traditionele dolken aanlokkelijk in glazen vitrines zijn uitgestald. Onze hotelkamer is voorzien van televisie, waarop we tot onze schrik zien dat er verse ontvoeringen plaatsvinden in Jemen. Misschien moet het gewoon zo zijn dat we dit niet ongevaarlijke land, in het bijzonder voor kwetsbare fietsers, links moeten laten liggen.
Via een vriend van Major Ahmed uit Fujairah (zie: VAE, Op weg naar het paradijs) komen we in contact met Ali, die voor het Ministerie van Onderwijs werkt in Oman. Hij nodigt ons uit voor een autorit door Muscat en omgeving. Terwijl we comfortabel rondzoeven door bergvalleien, langs het luxueuze Bustan Palace Hotel naar het duikcentrum, scheldt hij zijn medeweggebruikers uit voor ‘kelb’(hond) en foetert op de Oost-Aziatische buitenlanders in zijn land. Omaanse overheidsambtenaren hoeven blijkbaar nog geen integriteitcursussen te volgen.

Fietsen tussen de rotskliffen aan de Golf van Oman

We hebben besloten ons bezoek aan Oman te beperken tot het noordelijke deel van het land. Vanuit de hoofdstad vervolgen we onze weg in zuidoostelijke richting en passeren tientallen dorpjes met ingewikkelde Arabische namen waar we de lezer niet mee zullen vermoeien. We zijn een bezienswaardigheid, niet alleen omdat we op een fiets zitten, maar ook omdat hier nog niet veel toeristen komen. Langs de kust wordt een nieuwe snelweg aangelegd die hoog over de kliffen en wadi’s zal uitrijzen. We volgen de oude weg die door het binnenland voert en onverhard is. Het pad is slecht met enkele zeer steile passages in een adembenemend mooi landschap.
Voorbij Fins vinden we een mooi plekje op het keienstrand tussen rotskliffen en rennende, zwarte krabben. We maken een kampvuurtje, spetteren in het door algen groen fluorescerende zeewater en tellen de sterren die uit ons dak vallen. Op deze manier proberen we de knagende onrust van de dag te vergeten; Karin’s zadelbrug brak na dertig kilometer, waardoor ze nu scheef en ongemakkelijk op haar fiets zit. Het lager van mijn achterwiel produceert ineens angstaanjagende geluiden en passend gereedschap om het bij te stellen of te onderzoeken hebben we niet.
Op wonderbaarlijke wijze hebben mieren zich in een van mijn achtertassen weten te nestelen; in de noedelsoep drijven tientallen kleine lijkjes, waarmee we toch nog wat vlees op tafel hebben vanavond.

Karin klimt een steile wadi uit Peter op weg naar Sur over onverhard terrein

Net na Qalhat bezichtigen we de vervallen restanten van het 14e eeuwse dorpje Bibi Mariyam, dat in zijn beste tijd bezocht werd door Marco Polo die er lof over sprak. Helaas is het slechts deels toegankelijk wegens restauratie; bijna overal in Oman lopen we aan tegen restauratiehekken en –steigers. We zijn te vroeg in dit land.
In Sur bezoeken we de havenpolitie en vragen om een rustig plekje waar we de tent kunnen zetten. Besluiteloos wordt er een half uur met stemverheffing gediscussieerd, waarna we worden verwezen naar een klein vissersstrandje achter de corniche, met een prachtig uitzicht op het lieflijke dorpje Al Ayjah aan de overkant van de baai.

Even de vissers helpen met de boot het water induwen

We nemen hier een dagje rust, brengen een vergeefs bezoek aan het Sunaysilah Kasteel dat… gesloten is wegens restauratie en nemen een kijkje in de oude werf van Sur waar nog af en toe een houten dhow wordt gebouwd. Met de hand en zonder bouwtekening, zoals dat al eeuwen de traditie is. Een ware kunst.

Uitzicht vanaf Sur op de uitkijktorens van Al Ayjah Kampeerplekje in Sur aan de oude vissershaven

De 75 kilometer naar Ras Al Hadd zijn normaal gesproken geen probleem, ware het niet dat we met een fikse tegenwind vlak langs de oceaan zwoegen en maar weinig snelheid kunnen maken. Karin’s gebroken zadel heb ik naar voren geschoven in de zadelklem zodat ze iets minder oncomfortabel zit; de tikkende en krakende geluiden die mijn achterwiel voortbrengt worden echter met de dag erger.
Het is eerste kerstdag, we fietsen omdat we niet anders kunnen en ach, wat maakt het uit wat je op eerste kerstdag doet. Moe arriveren we in de middag in Ras Al Hadd, waar een van de mooiste twintig forten van Oman staat. We fietsen er omheen en zien de zoveelste restauratiewerkzaamheden. Een behulpzame man probeert ons desondanks binnen te loodsen, maar de sleutel van de poort is onvindbaar. Bij een telefooncel bellen we, veel te kort, naar mijn ouders om ze een fijne kerst te wensen. Het is onwerkelijk om hun stemmen te horen en voor ik het in de gaten heb is het voorbij en hoor ik alleen nog de pieptonen van de verbroken verbinding. Daarna informeren we naar de locatie van het schildpaddenstrand, waarvoor we toch nog veertien kilometer zuidelijker moeten zijn.

Fietsen tussen de rotsen van Ras Al Jinz

Tussen september en december komen duizenden zeeschildpadden elk jaar naar het vochtige strandzand van Ras Al Jinz, dat veilig ingeklemd ligt tussen hoge, grillige rotsen. Op de overheidscamping, waar het nieuwe toiletgebouw al zicht- en ruikbaar aan het vervuilen is, lopen we die avond met enkele tientallen, uit het niets opgedoken toeristen, naar de verzamelplek bij het strand. Twee gidsen nemen ons in het aardedonker mee naar een speciale aflevering van National Geographic. Een schildpad van anderhalve meter lengte is puffend en blazend bezig een gat te graven met haar enorme zwempoten die uitstekend dienst doen als schop. Wanneer het een meter diep is hangt ze haar achterlijf erboven en zien we de eerste glimmende pingpongballen in de kuil vallen. Onverstoorbaar gaat ze twee uur door met leven geven, tot meer dan honderd spierwitte eieren het gat half gevuld hebben.
Traag maar zeer zorgvuldig schept ze daarna zand over de eieren, net zolang tot de kuil volledig is verdwenen.

Spoor van een zeeschildpad en het toegedekte nest Nieuw leven op eerste kerstdag


Wat een fantastische timing. Nieuw leven, op eerste kerstdag.