Twee gebraden branco's

Op 9 februari is het eindelijk zover. Karin voelt zich weer bijna de oude, na drie weken uitzieken van de uitputtende malaria aanval. De ernst van deze ziekte heeft er bij ons beiden goed ingehakt, we spreken af onszelf nog beter te beschermen dan we al deden. In de praktijk is dit moeilijker dan het lijkt: zelfs onder het stromende water van de douche word je soms gestoken, smeren met deet heeft dan ook niet altijd zin.
We nemen afscheid van de Luthersen en met Gods zegen rijden we in de vroege ochtendhitte Mtwara uit, op weg naar Mozambique. De grens wordt gevormd door de brede Rovumu rivier, die de landen op natuurlijke wijze van elkaar scheidt. Daarvoor liggen eerst nog 40 onverharde kilometers van harde murramweg door een licht glooiend landschap met mooie vergezichten. Karin blijft onmiddellijk ver achter in de klimmetjes, haar conditie heeft flink geleden onder de zware koortsaanvallen. Ondanks dat en de hitte genieten we van het fietsen, het landschap en het onderweg zijn naar een onbekende bestemming. Met ruim 3200 kilometer hebben we in Tanzania ons oude record van 2100 kilometer in Turkije ruimschoots overtroffen. Van die 3200 waren er 1400 onverhard: in het noorden de steenslagweg (zie Stuiteren...), in het zuiden de modder en het zand (zie Frank van Rijn...). Ook dit is voor ons een record. Een record dat gemengde gevoelens oproept, maar zeker geen spijt. Bij elk lang onverhard traject weten we dat er ontberingen geleden moeten worden, zoals: zand, stenen, modder, sleuren in plaats van fietsen, weinig voorzieningen. Toch is het goed dat we van tevoren niet de details van de ontberingen kunnen voelen.

In Kilambo vullen we de exit-formulieren in bij het immigratiekantoor en worden daarna vergezeld door drie jongemannen op de fiets die ons met hun boot de grens over willen brengen. Een brug is er niet over de Rovumu en de kleine ferry schijnt erg duur te zijn als die speciaal voor jou moet uitvaren. De rivier blijkt vijf kilometer verderop te liggen. Door golven hete lucht fietsen we via een zeer modderig pad tussen de eerste rijstvelden door. Bij de rivier worden we opgewacht door dertig hongerige mannen.

de Rovuma-rivier tussen Tanzania en Mozambique

Ze willen geld wisselen, vis verkopen, hun bootje verhuren, winst maken. We onderhandelen over een motorbootje; hun wensen en die van ons liggen ver uiteen maar gelukkig daalt de prijs steeds verder. In ons beste Swahili en hun beste Engels trachten we tot een vergelijk te komen, wat een flinke tijd duurt. Ze zetten druk op de ketel en waarschuwen ons voor de dreigende regenbui. We lachen ze vriendelijk uit en verhogen onze prijs een beetje. Uiteindelijk worden we het eens, de fietsen worden in de boot getild en tussen de roofvogels en hamerkoppen bereiken we een half uur later Mozambique!

Een modderpad van vier kilometer voert naar het immigratiekantoor. Het pad is niet meer dan een watergeul, waar op de vlakkere stukken te fietsen valt. Wanneer Karins voortas een verborgen boomstronkje raakt, gaat ze onderuit en belandt languit in een plas zwart modderwater. Het immigratiekantoor is een lemen hut, die we in Nederland nog niet aan de varkens zouden geven. Na negen maanden Swahili moeten we ineens overschakelen op Portugees; dat is even wennen, hoewel Karin met haar Spaans aardig uit de voeten kan. Volgens de beambte zullen we vandaag op zijn hoogst Quionga halen, 17 kilometer verderop. Een pessimistische gedachte, denken we dan nog.

lekkere weg

Maar hij blijkt gelijk te krijgen. De 17 kilometer bestaat uit een moddergeul met heel veel zand. Het grootste deel moeten we lopen, terwijl Karins sandaal, mijn remkabel en een achterband het begeven. Het kan niet altijd meezitten. In een temperatuur van bijna 40 graden repareren we band en fiets, terwijl het zweet weer eens in stromen van ons af loopt.
Fietsend langs rijstvelden, lopend langs verse olifantendrollen en gestoken door ettelijke steekvliegen die op onze bezwete lijven afkomen, bereiken we pas drie uur later Quionga. Het dorp beschikt niet over een guesthouse, maar we hebben geluk: Zacarias Bacar nodigt ons uit in zijn lemen huis en voorziet ons van het 'brood'nodige water. Van onze etensvoorraad koken we een maaltje, terwijl het complete gezin verbijsterd naar de benzinebrander staart. We laten iedereen proeven van de spaghetti met groenten en de kinderen likken zelfs de pan uit. Groente is hier onbekend.

de familie Bacar

's Avonds krijgen we de kale woonkamer toegewezen, maken er ons bed op en vallen daarna in een diepe slaap. Ondertussen is de lokale bevolking in rep en roer: er slapen twee "branco's" (blanken) in het dorp!!