Klimmen met de Bosjesmannen

Onze eerste dag in Lesotho verblijven we noodgedwongen in tent en dormitory. Het weer is bar en boos: regen, mist en kou. Om de tijd te verdrijven doen we een spelletje scrabble met een ander stel en lezen een boek. Het is zo koud dat zelfs de ijsratjes hun holen niet verlaten maar lekker rond hun kampvuurtje onder de grond blijven.

Een dag later, het is zondag 13 februari, worden we wakker onder een felblauwe hemel. We fietsen Lesotho in, niet een rondje met de klok mee zoals gepland, maar tegen de klok in. Op deze manier kunnen we over enkele dagen en uitstapje maken naar Bethlehem, Zuid-Afrika, om nieuwe onderdelen voor Karins fiets te kopen.
De weg naar Mokhotlong is onverhard maar redelijk goed te fietsen. Het enige probleem vormt een deel van de Kotisephola-pas (Black Mountainpas) waar de weg met 24% omhoog gaat. Twee herders zien ons zwoegen en helpen Karin vrijwillig met het duwen van haar fiets. Dit hebben we nog niet eerder meegemaakt in Afrika. Lesothianen zijn dol op snoep, deze jongens hebben het echt verdiend; glunderend nemen ze de lekkernij in ontvangst.



De stilte en weidsheid van het pure landschap vormt een groot contrast met het omringende buurland Zuid-Afrika. Er zijn bijna geen auto’s, het zicht wordt niet vervuild door hekken, telefoonpalen en elektriciteitsleidingen. Overal in het berglandschap zien we plukjes Angora-geiten, paarden, ezels, kuddes koeien en Merino-schapen rondlopen. Van grote afstand roepen de herders ons iets toe wat we meestal niet kunnen verstaan, behalve als het om ‘sweets’ en ‘money’ gaat. De herders zijn slechts gekleed in onderbroek en deken, soms met een boevenmuts en tegenwoordig steeds vaker met de razendpopulaire rubberlaarzen.
In Mokhotlong vinden we een overnachtingsplek in het Farm Training Centre, een van de vele educatieve centra in Lesotho waar jongens geleerd wordt hoe ze boer kunnen worden.

Vanaf Mokhotlong fietsen we in westelijke richting over een slecht onderhouden asfaltweg. We worden belaagd door hordes schoolkinderen in uniform, die er vanuit lijken te gaan dat al onze twaalf fietstassen gevuld zijn met snoep voor alle honderdduizenden kinderen in dit land. Helaas...
Lesotho is een van de armste landen ter wereld. Na decennia lange gevechten in de 19e eeuw tussen Koning Moshoeshoe I en respectievelijk de Engelsen, Boeren, Ndebele en Griqua’s, werd het land uiteindelijk een Brits protectoraat, waarbij de Basotho (het volk van Lesotho) veel van hun vruchtbare grond moesten afstaan. Na de weigering in 1910 om zich aan te sluiten bij de Zuid-Afrikaanse Unie, werd Lesotho officieel pas in 1966 onafhankelijk. De constitutionele monarchie werd uitgeroepen met Moshoeshoe II als koning. In de jaren daarna was het op politiek en militair gebied nog lang onrustig. Tot in 1998, toen troepen uit Zuid-Afrika en Botswana een binnenlandse militaire coup verijdelden, was het land instabiel. Veel gebouwen in en rond de zakenwijken van Maseru werden beschadigd of brandden tot de grond toe af. Pas in mei 2002, slechts drie jaar geleden, werden er voor het eerst eerlijke, democratische verkiezingen gehouden die tot de dag van vandaag hebben geleid t een stabiele parlementaire democratie. Het moreel lijkt definitief terug te zijn en buitenlandse organisaties durven sindsdien eindelijk te investeren.
Van deze zeer recente geschiedenis is in het grootste deel van het land weinig te merken. Fietsend in de bergen, tussen traditionele huttendorpjes met veekralen, lijkt het alsof er in de afgelopen eeuwen nooit iets is veranderd.



Ook de bergen hebben het politieke en militaire geweld uitstekend doorstaan; ze zijn er nog allemaal en dat voelen we wanneer we onafgebroken klimmen. De Maluti Mountains, met de hoogste top op ruim 3700 meter, rijzen majestueus uit boven het groene landschap. De hellingen zijn altijd steil met percentages die de 20% niet schuwen. We pauzeren in het plaatsje Mapholaneng, waar de lokale bevolking te paard hun boodschappen komt doen.
In de middag, op weg naar Letseng la Terae, trekt de hemel als vanouds dicht. Net voor de regen start vinden we op een vlak stukje van de berg een plekje voor de tent. We wassen ons in het ijskoude water van de rivier en slapen deze nacht op grote hoogte.



Met 9 graden Celsius op de thermometer hebben we de volgende ochtend een koude start. Ik heb de verkoudheid van Karin deze nacht overgenomen; hoestend en kuchend vervolgen we de grote klim naar de hoogste pas van Lesotho: de Tlaeeng Pas op 3270 meter. Drie herdersjongens, die sterk geuren naar een mengsel van zweet en houtskoolvuur, willen dolgraag op de foto. Al poserend trekken ze hun deken half weg, daarmee een ontbloot lijf en een juten onderbroek vol grote spelden onthullend. Het is hier ijskoud, dus die dekens van Lesotho moeten wel geweldig verwarmend zijn.


In de regen en kou beklimmen we nog twee passen op 3240 en 3220 meter hoogte en dan is het genoeg voor vandaag. We mogen onze tent, gratis!, opzetten bij de Oxbow Lodge en hoesten onszelf longverscheurend de nacht door.

Met Karin gaat het de volgende dag wat beter, met mij gaat het snel bergafwaarts. De verkoudheid zit tot diep in m’n longen, elke hoestbui levert een veelkleurige fluim op die in het landschap niet misstaat. We beklimmen de Moteng Pas, waar de 22% weer niet geschuwd wordt. De klim levert fantastische uitzichten op en een afdaling waarin de remmen overuren maken.
Liphofung Nature Reserve is een van de drie Nature Reserves die zijn ontwikkeld met de financiele middelen uit het indrukwekkende Lesotho Highlands Water Project (zie volgend verhaal). De site bestaat uit een grote, natuurlijk gevormde grot en een cultureel dorp. Voor twee euro per persoon krijgen we een rondleiding met een Engels sprekende gids.
We dalen af in de grot en zien voor het eerst van ons leven rotstekeningen van het ruim tienduizend jaren oude San-volk, in de volksmond ‘Bosjesmannen’. De San, inmiddels bijna uitgestorven, was een zeer sociaal, vredelievend en milieuvriendelijk nomadenvolk van jagers en verzamelaars. Hun kennis van de natuur was fenomenaal. De vrouwen wisten alles over de heilzame werking van planten en wortels, kenden in de Kalahari-woestijn alle vindplaatsen van de voedzame tsamo-meloenen en gebruikten struisvogeleieren om water in op te slaan. Tijdens een periode van overschot werden de eieren op geheime plaatsen begraven en soms pas jaren later weer opgegraven in tijden van droogte. De mannen stonden bekend als legendarische jagers en waren in staat om dagen en soms weken de sporen van antilopen en elanden te volgen. Om geen geluid te maken tijdens de jacht werd een ingewikkeld systeem van handgebaren ontwikkeld.


Het San-volk had een sterke traditie waarin rituelen en het bovennatuurlijke een belangrijke rol speelden. In hun geloof zijn alle dieren eens mensen geweest, net als zijzelf. De scheiding tussen mens en dier is een gevolg van een ruzie tussen hun god Cagn, en zijn vrouw; de laatste gaf uit boosheid het leven aan een eland. Zijn zonen doodden de eland, maar uit elke druppel bloed die vloeide werd een nieuwe eland geboren. De hyena en jakhals waren uiteindelijk de laatst geschapenen.
Na elke succesvolle jacht werd er een feest gehouden met veel muziek en dans. Een speciale dans is de transcendentale of helende dans. De mannen werden, op het ritmische geklap en de opzwepende zang van de vrouwen, tot een hypnotiserend tempo opgedreven, tot ze na enige tijd in trance raakten. Tijdens deze dans kwamen ze in contact met het bovennatuurlijke en waren in staat om kwade geesten, die ziektes en ongeluk veroorzaakten, te verjagen. Het dagelijkse leven van de San, en vooral de zintuiglijke belevingen tijdens de trance, zijn door hen op diverse plaatsen vastgelegd in eeuwenoude rotstekeningen.
Het is dan ook een bijzondere ervaring om op een meter afstand te staan van deze oeroude kunstuiting. De afbeeldingen, veelal van mensen, elanden, olifanten, jagers en antilopen, hebben inzicht verschaft in hun manier van leven, en zijn onder veel wetenschappers nog altijd onderwerp van discussie.


Over enkele maanden zullen we in Botswana, Namibië en het noordwestelijke deel van Zuid-Afrika door de Kalahari-woestijn fietsen. Alleen in dit gebied, dat voor een deel officieel toegekend is aan de nog levende Bosjesmannen, leeft dit volk voort volgens hun oude tradities.

Zou het niet fantastisch zijn als we hen daar konden ontmoeten en iets proeven van de evenwichtige wijze waarop zij met planten, dieren en aarde omgaan?