Alle kaarten van Lesotho geven
aan dat er geen weg is van Semonkong naar de gravelweg in het oosten
van het land. Tot Roma loopt er een asfaltweg, die verderop overgaat
in een gravelweg naar Ramabanta en Semonkong. Vanaf Semonkong loopt
een rotspad naar het zuidoosten voor enkele kilometers. Daarna is er
niets meer, behalve bergen en twee grote rivieren. Een Zuid-Afrikaan
die we tijdens een van de vele beklimmingen hebben ontmoet, vertelde
opgewonden over de doorsteek die hij ooit maakte: vanaf Semonkong dwars
door de binnenlanden en het hooggebergte, recht naar het zuidoosten
van Lesotho waar hij met zijn 4x4 de rivieren Senqunyane en Senqu overstak.
Met deze schamele informatie op zak besluiten Karin en ik zijn voorbeeld
te volgen en de hachelijke onderneming te gaan wagen.
De voordelen zijn duidelijk: we zien de waterval van Semonkong en we
vermijden het wat saaiere zuidelijke deel van Lesotho. De nadelen zijn
net zo evident: een ‘weg’ die officieel niet bestaat, onzekerheid,
geen voorzieningen, twee rivieren zonder bruggen die overgestoken moeten
worden en de mentale hobbel dat we uiteindelijk misschien terug moeten
over dezelfde onmogelijk zware route.
Helaas zijn we nooit bang om een risico te nemen; op 19 maart fietsen
we Maseru uit, in de voor doorgaande reizigers verkeerde richting.
Onze eerste stop is Roma, de universiteitsstad van Roma. We nemen onze
intrek in het Roma Trading Guesthouse, waar we van Jennifer Thorne,
voor de prijs van kamperen, een luxe rondavel aangeboden krijgen. Hmmm...
‘ s Middags lopen we de berg op, op zoek naar de ook hier gevonden pootafdrukken
van dinosaurussen. Tientallen kinderen vergezellen ons en leiden
de weg naar de bewuste plek. De afdrukken zijn minder imposant dan die
in Tsikoane, maar nog altijd indrukwekkend. Om ze te bedanken geeft
Karin iedereen een koekje, waarvoor de kinderen netjes achter elkaar
gaan staan. De rij wordt echter nooit korter, elk kind sluit onmiddellijk
weer achterin aan na overhandiging van de lekkernij, het koekje
verborgen in de broekzak.
Van Roma naar Ramabanta is het slechts 37 kilometer. Twee bergruggen,
en dus twee passen, met achterlijk steile passages zorgen ervoor dat
we pas halverwege de middag aankomen.
Fietsen blijkt soms heel goedkoop te zijn: als Rosemary, de manager
van de Trading Post Lodge in Ramabanta, ons ziet aankomen krijgen we
een gratis kampeerplek voor de nacht. De hele nacht regent het pijpenstelen
en na vier weken in Lesotho, waarvan drie met regen, begrijpen we waarom
het enorme drinkwaterproject voor Zuid-Afrika hier is opgezet.
De volgende ochtend wijzen enkele Zuid-Afrikanen naar een berg verderop.
We kijken mee en zien iets wat nog het meest op een dikke grijze pijpleiding
lijkt die steil de berg op loopt. Dan horen we de echte betekenis van
de schuine streep omhoog:
“ Look, the road to Semonkong!”
Vol afgrijzen kijken we nogmaals terwijl onze ogen uit de kassen rollen.
De weg? Zeiden ze echt ‘the road’? We vragen het bij ze
na en ons afgrijzen blijkt terecht. Het is de weg die in een absurde
hoek de berg op gaat. Wanneer ze over onze geplande route horen, wordt
menigeen cynisch:
“
The fifty kilometres to Semonkong is gonna take you at least two days,
and that’s just the start of real hell.”
Fijn, bedankt! Terwijl zij vrolijk in hun zware vierwielaandrijving
wegscheuren, laden Karin en ik de fietsen op en weten dat we een zware
tijd tegemoet gaan.
Langzaam rijden we Ramabanta uit, over een steenslagweg en modderpaden.
We omzeilen met gemak de watergeulen en gaten in de weg en proberen
zo de boel een beetje schoon te houden. Na twee uur klimmen en gaten
ontwijken komen we bij de lange, steile passage die ons naar de Thaba
Putsoa Pas brengt. Vanwege de steilte is hier ooit asfalt gelegd, dat
nu diepe gaten vertoont en langs de kanten steeds verder afbrokkelt.
Na enkele slingers naar links en rechts zien we de ‘weg’ voor
ons liggen, die vanaf het dal op een grijze pijpleiding leek. De hellinggraad
is voor de zoveelste maal in Lesotho buiten proporties. We halen een
paar keer diep adem en vallen het beulenpad aan.
Zonder dat ik hoef na te denken brengen mijn vingers de versnelling
al in het enig mogelijk verzet: 22 x 30. De ketting kraakt, fiets en
bepakking zwaaien van links naar rechts wanneer ik staand op de pedalen
de zware lading meter voor meter dichter bij de hemel breng. Karin
zit ergens achter me, ik hoor haar ademhaling en de kreunende geluiden
die bij een inspanning als deze horen. Tussendoor werp ik een blik
op de hellingmeter, die meer dan een kilometer lang blijft aangeven
dat we met elke honderd meter er 29 stijgen (29%). Onvoorstelbaar,
de befaamde Keutenberg in Limburg vervaagt hiermee tot het niveau van
een viaduct.
We komen boven, aangemoedigd door twee herdersjongens die zich een
dag later nog afvragen waar onze auto eigenlijk was. Vier uur na ons
vertrek deze morgen hebben we pas 25 kilometer afgelegd en de weg blijft
na de pas stijgen en dalen.
Aan het eind van de middag arriveren we in het dorp Semonkong. Een
vrouw te paard wijst ons de weg en even later staren we in de verbaasde
gezichten van de Zuid-Afrikanen die ons een tweedaagse rit voorspelden.
Ha, ha, lachen we als een boer met erge kiespijn. Jurgen Herrmann,
een van de Zuid-Afrikanen van Duitse origine, is vol lof over onze
prestatie en dezelfde avond genieten we in zijn gezelschap en dat van
zijn vrienden van een heerlijk potjiekos.
Nu maar hopen dat de beroemde attractie van Semonkong deze route waard
is. Onder een heerlijk zonnetje wandelen we naar de Maletsunyane watervallen,
een wandeling van iets minder dan een uur. In de mais- en graanvelden
vliegen black widows en red bishops af en aan. Vooral de black widows
vertonen de prachtigste vliegkunsten om indruk te maken op het andere
geslacht.
Een half uur later zitten we naast elkaar op een rotsblok en kijken
uit over de honderden meters diepe kloof. Recht voor ons stort het
water van de Maletsunyane bijna tweehonderd meter recht naar beneden.
Alles bij elkaar een onwerkelijk fraai uitzicht en de ontberingen waard.
Genietend van dit wonder der natuur knaagt er een nare gedachte
in ons achterhoofd. We zijn op de helft van deze loodzware
route, en het
zwaarste moet nog komen. Gaat dit beulenpad ons klein krijgen, of
wij hem?