Echte ezels springen niet (deel 1)

Wereldberoemd, in ieder geval in Lesotho en Zuid-Afrika, zijn de immense dammen die hier onlangs zijn gebouwd in het hooggebergte om Zuid-Afrika van water te voorzien en Lesotho van financiële middelen en elektriciteit.
Het waterproject, beter bekend als ‘The Lesotho Highlands Water Project’, werd voor het eerst in de vijftiger jaren van de vorige eeuw als idee naar voren gebracht door Ninham Shand, de Britse vertegenwoordiger in de tijd dat Lesotho onder Brits protectoraat stond. Zijn ideeën werden in Zuid-Afrika met veel scepsis ontvangen, tot langdurige droogteperiodes in de 60- en 70-er jaren Zuid-Afrika dwongen tot een gedegen studie van de mogelijkheden. Met name de provincie Gauteng, waar 40% van de Zuid-Afrikaanse bevolking leeft en 60% van de industriële activiteiten plaatsvindt, had veel meer water nodig dan de Vaalrivier kon leveren. Lesotho, een van de hoogste landen ter wereld, ontvangt jaarlijks meer regenwater dan het land in vijf jaar kan gebruiken. In 1986 kwamen beide landen tot een overeenkomst, die tot een van de grootste waterleveringsprojecten ter wereld zou leiden. De eerste fase is net afgerond op het moment dat we Lesotho binnenkomen, dus op naar de dammen!


Daartoe fietsen we vanuit Leribe het binnenland in, terug naar het hooggebergte. Na twee uur vrijwel alleen klimmen arriveren we in de volgens de kaart redelijk grote stad Pitseng. We kijken om ons heen en zien drie stenen gebouwen en enkele golfplaten schuurtjes die als winkel fungeren.
We klimmen verder en verder, duwen de weigerende auto van een boer aan (slecht voor de benen, maar ja) en passeren een politiepost vanwaar de echte, dat wil zeggen steile, klim begint. We rijden op asfalt maar komen nauwelijks vooruit op de vele passages van 18%. Later dan gedacht slepen we onszelf eindelijk over de top van de Mafika Lisiu Pas, op 3090 meter hoogte. Een achteloze 1944 hoogtemeters zijn vandaag overwonnen met een steilste passage van 21%. We staan nog geen minuut op de top en de hemel trekt dicht. Het begint te waaien en een ijskoude regen daalt op ons neer. Twee kilometer voorbij de top vinden we het bezoekerscentrum van de Bokong Nature Reserve; hoewel we op tijd zijn is de tent al leeg en gesloten. Bibberend lopen we in het halfdonker over de galerij van het ronde gebouwtje en vinden een niet goed afgesloten deur. De verleiding is te groot, rap brengen we onszelf en de spullen in droge veiligheid. Een uur later stapt een verbouwereerde nachtwaker naar binnen. Hij begrijpt onze situatie en geeft toestemming om ons bed naast de nog nasmeulende open haard op te maken. Dit is ongetwijfeld de eerste (en laatste) keer dat iemand in het bezoekerscentrum slaapt!

In de eerste zonnestralen van de nieuwe dag kijken we vanuit onze fantastische slaapplek uit over de Maluti Mountains en de Lepaqoa Watervallen, terwijl bewolking langzaam uit de dalen opstijgt en de ijsratjes hun holen verlaten. Wat een uitzicht.
Om 7.00 uur fietsen we, in warme kleding gestoken, naar de Laitsoka Pas op 2650 meter, na eerst een koude afdaling te hebben doorstaan. We rijden over de Malibamatso Brug en steken het water over van de uitgestrekte Katse Dam; het reservoir heeft een lengte van ruim dertig kilometer, kronkelend door het ruige landschap. De klim daarna is ouderwets steil maar niet onhaalbaar. Ook de volgende klim, de Nkaobee Pas op 2510 meter, moet eraan geloven, voor we de in 1997 afgebouwde Katse Dam bereiken. Deze hoogste dam van Afrika oogt indrukwekkend en is het belangrijkste onderdeel van het gehele waterproject. Behalve de Katse Dam is een aantal kleinere dammen gebouwd, zoals de Mohale Dam en de Matsoku Weir. Vanuit een ingenieus innamestation in de Katse stuwdam wordt het water via een 45 kilometer lange tunnel, geboord dwars door de noordelijke Maluti Mountains, naar de Vaalrivier in Zuid-Afrika geleid. Onderweg passeert het water de waterkrachtcentrale van Muela, dat geheel Lesotho van elektriciteit voorziet. Bijkomende voordelen van het enorme project zijn werkgelegenheid voor de bevolking van Lesotho, nieuwe asfaltwegen, een fors jaarlijks inkomen voor de overheid, aantrekkend toerisme en de bouw van ziekenhuizen en scholen in achtergebleven gebieden.
We mogen de tent naast het bezoekerscentrum opzetten, vanwaar we een vrij uitzicht hebben op de dam. Verderop staan drie leuke Zuid-Afrikaanse stellen, die ons ’s avonds volledig voorzien van drinken en potjie (spreek uit: poikie, een stoofgerecht van aardappelen, diverse groenten en vleessoorten). De Zuid-Afrikaanse gastvrijheid en gezelligheid kent geen grenzen, zelfs niet in Lesotho.

Met een nog volle buik fietsen we de volgende dag naar het dorp om boodschappen te doen. Onderweg stuiten we op een groep van twintig jongens, die hun initiatie zojuist hebben afgerond. Ze zijn volledig in het rood gekleed en zelfs haar en gezicht zijn ingesmeerd met rode kleurstof die uit de grond gewonnen wordt. Al zingend lopen ze van hut naar hut en laten iedereen weten dat ze nu echte manen zijn en rijp om te trouwen. Wanneer de jongens in Lesotho achttien jaar zijn, worden ze onder begeleiding van een oude meester voor drie maanden meegenomen naar een van de vele bergkloven. Daar vindt de besnijdenis plaats en wordt hen geleerd om te jagen en vechten. Tevens wordt ze geleerd hoe de traditionele rieten Basotho-hoed te maken, voedsel te verzamelen en het zware regenseizoen te doorstaan. Voor meisjes geldt hetzelfde, met dit verschil dat hen geleerd wordt eten te bereiden, graan te malen en een gezin te runnen. Na deze drie maanden van ‘levensonderwijs’ zijn de jongens en meisjes rijp voor het huwelijk en mogen ze een partner zoeken. Het is aan de vermoeide gezichten van de jongens af te lezen dat ze een zware tijd hebben gehad, maar de trotse glimlach op hun lippen laat ook iets anders zien: ze zijn mannen!

The next day, still with a full stomach, we cycle to the village for shopping. On our way we encounter a group of twenty boys, who just completed their initiation ritual. They are completely dressed in red clothes, even hair and skin have been dyed by red ochre. Whilst singing they walk from hut to hut to let everyone know that they are real men now and ready for marriage. When the boys reach the age of eightteen, an old teacher takes them to one of the many mountain ravines for three months. Here the circumcision takes place and they’re being taught to hunt and fight. They learn the craftmanship of making the traditional reed Basotho hat, to find food and to endure the hard rain season. For girls there is the same ritual, with this difference that that they are being taught how to prepare food, to mill grain and how to run a family and raise children. After these three months of ‘life education’ the boys and girls are ready for marriage: they are allowed to find a partner. In the tired faces of the boys we see that they have had a tough time, although the proud smile on some faces show something else as well: they are real men from now on!


's Middags hebben we een toer rond en in de dam, geleid door het hoofd van de PR-afdeling, mevr. Mabasiea Ntoi. Ze neemt ons mee in haar luxe Landcruiser tot onder aan de damwand, vanwaar we pas echt ervaren hoe immens groot deze is. De damwand is volledig van beton (2,3 miljoen m3 beton!), is onderin zestig meter dik en loopt taps naar boven waar de dikte nog altijd negen meter is. Met een hoogte van 185 meter is het de hoogste in Afrika. Binnenin de dam zijn gangen van zo’n zevenhonderd meter lang en ruimtes vol dure apparatuur. Dagelijks worden diverse metingen verricht met betrekking tot het water, de damwand en eventuele trillingen en bewegingen van de aarde.
De toer eindigt bovenop de dam, vanwaar we aan de ene kant over het stuwmeer kijken en aan de andere zijde de immense overloop zien met betonnen tanden, die het overstromende water moeten verdelen. We zijn onder de indruk!

Maar hoe zit dat nu met die ezels, waar de titel van het verhaal aan refereert? Dat komt dan in deel II, van:

Echte ezels springen niet.