De Koning is dood, leve de Koning!

Met een rol citroenkoekjes en een gebed voor een veilige reis op zak verlaten we Masimon Mohale en de dammen. In tegenstelling tot wat de kaart aangeeft, ligt er een prachtige nieuwe asfaltweg vanaf de Mohale Dam naar Maseru. Moeiteloos beklimmen we de Blue Mountain Pas, de God-Help-Me Pas en de Bushman’s Pas. We fietsen langs de laatste bergreebokken en adelaars en suizen daarna de westelijke vallei in. Maseru blijkt twintig kilometer verder te liggen dan gedacht, waardoor de teller boven de 90 kilometer uitkomt. Te veel voor dit berggebied, maar goed.



De eerste nacht verblijven we in het Anglicaanse Training Centrum, maar de prijskwaliteit-verhouding jaagt ons de volgende ochtend naar de enige kampeerplek van Maseru: de Lesotho-Durham Link Campsite. Het is net nieuw en ligt drie kilometer van het centrum aan het stuwmeer van Maseru, met een prachtig uitzicht over rotsheuvels en het meer. De organisatie is verbonden aan het Anglicaanse bisdom in Durham, Engeland, en ontwikkelt diverse projecten op het gebied van gezondheid, cultuur, sport en educatie. Voor jongeren, en toeristen, zijn er allerlei activiteiten beschikbaar, zoals kanoen, abseilen, rotsklimmen, orientatie-expedities, mountainbiken en boogschieten. We zijn de eersten die een week blijven en mogen voor de gelegenheid gebruik maken van de computer in het kantoor. Waarvoor dank!

De stad Maseru is een uitgebreid rommeltje van nieuwe winkels, honderden mini-busjes, afval, het koninklijk paleis plus alle ministeries, een blubberig busstation en overal stalletjes waar handel plaatsvindt. Slechts zeven jaar geleden lag de halve stad in puin tijdens de korte burgeroorlog; nu lijkt het op een van de vele kleinere steden in Afrika, met bouwplaatsen, opgebroken straten en een matige infrastructuur.
Bij de Engelstalige krant van Lesotho, the Public Eye, worden we enthousiast ontvangen door Kekeletso Matli, de toerisme journaliste. Ze interviewt ons en ik schrijf een artikel voor de krant met daarin onze ervaringen in Lesotho. Het interview en artikel zullen een week later gepubliceerd worden en Keke belooft ons een krant naar Nederland te sturen. Nog even en we worden beroemd.

Op 11 maart is het Koningsdag in Lesotho, zoiets als Koninginnedag in Nederland maar dan als herdenking van de in 1870 overleden Koning Moshoeshoe I. Deze koning wordt gezien als de grondlegger van het land; hij heeft de diverse stammen van het huidige land vreedzaam bij elkaar gebracht en aanvallen van andere volken en stammen succesvol weerstaan. In zijn visie komen wijsheid en kracht niet voort uit macht, maar uit helderheid van geest, de goedheid van het hart en dienstbaarheid aan de medemens. Daar kan Bush, tweehonderd jaar later, nog wat van leren.
Tijdens aanvallen van buitenaf zocht hij met zijn volk bescherming op de berg Thaba-Bosiu. De platte berg, met hoge rotswanden, bleek zelfs voor de zwaarbewapende Engelsen een onneembare vesting. Na het verslaan van een volk of stam bood Moshoeshoe altijd een gift aan in de vorm van vee en toonde op die manier zijn innige wens tot vrede en samenwerking. Wraakgevoelens kende hij niet, zelfs niet toen de kannibalen van Rakotsoane zijn grootvader Peete opaten. Nadat hij vrede met ze sloot, voerde hij het traditionele begrafenisritueel uit over de volle magen van de kannibalen. Sinds zijn dood, op 11 maart 1870, wordt Moshoeshoe jaarlijks vereerd, niet op zijn geboortedag zoals bij ons gebruikelijk is, maar op zijn sterfdag.

Tussen honderden Basotho lopen we naar de Moshoeshoe Memorial aan de Palaceroad. De speeches zijn net achter de rug –timing!- en de militaire parade is halverwege. Hoogwaardigheidsbekleders uit binnen- en buitenland zitten onder een afdak van tentzeil, wij staan tussen het gewone volk op een grasheuvel en vanwaar we volledig zicht hebben op de ceremoniele activiteiten. Een groep hardlopers arriveert met een brandende toorts. Deze wordt overhandigd aan de huidige koning, Koning Letsie III, een directe afstammeling van Moshoeshoe. De koning loopt met zijn gevolg, de minister-president, de drie grote chiefs van het land en een aantal lijfwachten, de trap op naar het gedenkteken. Daar worden gedenkvlam ontstoken en kransen gelegd. Wanneer ze terugkeren hebben we ons naast de trap geposteerd en zien de koning op een meter afstand langslopen. Dat zou ons in Nederland niet zo gemakkelijk lukken.

De koning, inclusief de andere hoge piefen, is gekleed in de traditionele Lesotho-deken. De deken werd in de 19e eeuw in het land geintroduceerd, toen een Franse missionaris deze aan Koning Moshoeshoe I cadeau deed. Vanaf dat moment wilde iedereen een deken en werden de dierenvellen aan de wilgen gehangen. Rond de vorige eeuwwisseling werd er vanuit Engeland een lading dekens verscheept waarin een weeffout bleek geslopen: er zat een verticale streep in. Het volk was zo enthousiast over de streep, dat je tegenwoordig geen Bsotho meer tegenkomt die niet een of meer strepen in zijn deken heeft. Raar volk, die Basotho.

Brutaal stappen we de volgende dag het kantoor van het paleis binnen en verzoeken om een ontmoeting met de koning. Dat blijkt mogelijk zoals mensen ons reeds vertelden, maar het protocol vereist echter een schriftelijk verzoek waarna het enkele weken duurt voordat er een afspraak is geregeld. Zoveel tijd hebben we er niet voor over, misschien een volgende keer wanneer we dit bergkoninkrijk weer bezoeken.

Maar toch: leve de koning!