|
De Koning is dood, leve de Koning!
Met een rol citroenkoekjes en een gebed voor een veilige reis op zak verlaten we Masimon Mohale en de dammen. In tegenstelling tot wat de kaart aangeeft, ligt er een prachtige nieuwe asfaltweg vanaf de Mohale Dam naar Maseru. Moeiteloos beklimmen we de Blue Mountain Pas, de God-Help-Me Pas en de Bushman’s Pas. We fietsen langs de laatste bergreebokken en adelaars en suizen daarna de westelijke vallei in. Maseru blijkt twintig kilometer verder te liggen dan gedacht, waardoor de teller boven de 90 kilometer uitkomt. Te veel voor dit berggebied, maar goed.
De stad Maseru is een uitgebreid rommeltje van nieuwe winkels, honderden
mini-busjes, afval, het koninklijk paleis plus alle ministeries, een
blubberig busstation en overal stalletjes waar handel plaatsvindt.
Slechts zeven jaar geleden lag de halve stad in puin tijdens de korte
burgeroorlog; nu lijkt het op een van de vele kleinere steden in Afrika,
met bouwplaatsen, opgebroken straten en een matige infrastructuur. Op 11 maart is het Koningsdag in Lesotho, zoiets als Koninginnedag
in Nederland maar dan als herdenking van de in 1870 overleden Koning
Moshoeshoe I. Deze koning wordt gezien als de grondlegger van het land;
hij heeft de diverse stammen van het huidige land vreedzaam bij elkaar
gebracht en aanvallen van andere volken en stammen succesvol weerstaan.
In zijn visie komen wijsheid en kracht niet voort uit macht, maar uit
helderheid van geest, de goedheid van het hart en dienstbaarheid aan
de medemens. Daar kan Bush, tweehonderd jaar later, nog wat van leren.
Tussen honderden Basotho lopen we naar de Moshoeshoe Memorial aan de Palaceroad. De speeches zijn net achter de rug –timing!- en de militaire parade is halverwege. Hoogwaardigheidsbekleders uit binnen- en buitenland zitten onder een afdak van tentzeil, wij staan tussen het gewone volk op een grasheuvel en vanwaar we volledig zicht hebben op de ceremoniele activiteiten. Een groep hardlopers arriveert met een brandende toorts. Deze wordt overhandigd aan de huidige koning, Koning Letsie III, een directe afstammeling van Moshoeshoe. De koning loopt met zijn gevolg, de minister-president, de drie grote chiefs van het land en een aantal lijfwachten, de trap op naar het gedenkteken. Daar worden gedenkvlam ontstoken en kransen gelegd. Wanneer ze terugkeren hebben we ons naast de trap geposteerd en zien de koning op een meter afstand langslopen. Dat zou ons in Nederland niet zo gemakkelijk lukken.
De koning, inclusief de andere hoge piefen, is gekleed in de traditionele Lesotho-deken. De deken werd in de 19e eeuw in het land geintroduceerd, toen een Franse missionaris deze aan Koning Moshoeshoe I cadeau deed. Vanaf dat moment wilde iedereen een deken en werden de dierenvellen aan de wilgen gehangen. Rond de vorige eeuwwisseling werd er vanuit Engeland een lading dekens verscheept waarin een weeffout bleek geslopen: er zat een verticale streep in. Het volk was zo enthousiast over de streep, dat je tegenwoordig geen Bsotho meer tegenkomt die niet een of meer strepen in zijn deken heeft. Raar volk, die Basotho.
Brutaal stappen we de volgende dag het kantoor van het paleis binnen en verzoeken om een ontmoeting met de koning. Dat blijkt mogelijk zoals mensen ons reeds vertelden, maar het protocol vereist echter een schriftelijk verzoek waarna het enkele weken duurt voordat er een afspraak is geregeld. Zoveel tijd hebben we er niet voor over, misschien een volgende keer wanneer we dit bergkoninkrijk weer bezoeken. Maar toch: leve de koning!
|