Op safari met de Masai!

Fietsend door Kenya wordt ons regelmatig "Safari njema!" toegeroepen. Niet helemaal begrijpend waarom mensen onze reis als een safari zien, roepen we toch altijd "asante!" (bedankt) terug. Later komen we er achter dat safari het Swahili-woord voor 'reis' is. Safari njema betekent niets anders dan het Hollandse 'goede reis!'. En, zo betekent 'daktari', van die spannende serie uit de 60-er jaren, gewoon 'dokter'.
Meegesleept door enkele safari-ronselaars naar diverse operators in Nairobi, besluiten we onze 'safari' te onderbreken voor een safari. Naar de wilde dieren! We boeken een vijfdaagse tocht naar Masai-Mara en Lake Nakuru via Planet Safari Adventure. Zij zijn een van de tientallen organisaties waarmee je naar de wildparken kunt, maar die ook trekkings verzorgen naar Mount Kenya of naar de gorilla's in Uganda. Hun aanbod is voor ons niet alleen financieel aantrekkelijk; het zijn vriendelijke mensen en we mogen gratis vier nachten op het overdekte balkon, in een safaritent, van het kantoor aan de Moi Avenue verblijven. Met gebruik van keuken, douche en toilet. Het balkon ligt op de negende verdieping en geeft een schitterend uitzicht over de stad. En, oké, het spaart ons een hoop hotelkosten uit.

We zijn precies een jaar op reis - en het nog lang niet zat - als we op 1 juni in een oude Landrover stappen op weg naar het land van de eeuwenoude Masai-stam. Onze chauffeur en gids, James, is een lid van de stam met bijbehorende grote gaten in oorlellen, rode omslagdoeken om het verder blote lijf en vooral veel kralen. Net echt.

Jmaes, onze Masai-gids

Al snel verlaten we het luxe asfalt voor enkele tientallen kilometers gravel, modderwegen en potholes. Samen met de Zuid-Koreaan Choi en de Engelse Lisa stuiteren we gezellig richting de Masai-Mara, die samen met het aangrenzende Serengeti een van de grotere en meest bijzondere wildparken van Afrika vormt. Eind van de middag krijgen we al de eerste van vijf game-drives voor de kiezen. De Landrover heeft een dak van stevig zeildoek, dat in het park opgerold wordt zodat we staande in de auto een 360-graden view hebben. Zonder al te hoog gespannen verwachtingen worden we meteen overweldigd door de prachtige natuur en het vele wild dat we te zien krijgen. Indrukwekkend en zeer sfeervol zijn de grote groepen gazellen, zebra's, impala's, hartebeesten, wildebeesten, giraffes en bavianen die de open velden tussen de heuvels bevolken.

olifanten

Met wat geluk treffen we een leeuwin met vier welpen en twee struinende olifanten. We voelen ons verwend, en de safari is voor ons al geslaagd wanneer we ook nog eens een jakhals, een kroonkraanvogel, twee hyena's, een stel secretarisvogels en de kleuren van de lilac-breasted roller (in het Nederlands: de Vorkstaartscharrelaar; wat een naam zeg) mogen bewonderen. Het is bijna teveel voor een dag.

In het tentenkamp van Planet, gelegen in het park en gerund door Masai-mannen, worden we vergast op een heerlijk diner en een viertal traditionele dansen. We leren enkele dingen over de tradities van dit volk en de betekenis van kleur en besnijdenis. Zo worden de oorlellen van eerstgeboren zoons op tienjarige leeftijd opengesneden en daarna langzaam opgerekt. Alvorens rond hun vijftiende levensjaar besneden te worden moeten de jongens van een stam bewijzen daarvoor sterk en groot genoeg te zijn. In een groep worden ze weggestuurd met maar een doel: het doden van een leeuw. De eerste die erin slaagt zijn speer in een mannelijke leeuw te steken, heeft de rest van zijn leven een bevoorrechte positie. Voor elke traditie is er een rituele dans, waarbij gelopen, gezongen en vooral zo hoog mogelijk gesprongen wordt.Het springen heeft, net als de rode kleding, als doel de roofdieren af te schrikken, die het op hun vee gemunt hebben. En, het springen brengt hen dichter bij hun god, Ngai.

Masai-mannen


De tweede dag is een lange game-drive, van 's morgens vroeg tot ver in de middag, met picknick op de grens met Tanzania. Hier zijn we bij de Mara-rivier getuige van spelende nijlpaarden en luierende krokodillen. Een viertal zeer sympathieke Spanjaarden heeft zich in een tweede Landrover van Planet bij ons gevoegd, gezamenlijk gaan we op zoek naar nog meer wild. James heeft er een goed oog voor en spot de dieren al op grote afstand. Op een klein heuveltje in het golvende gras ligt een cheeta uitgestrekt te genieten van het uitzicht. Als de auto's op twee meter naast haar stilstaan, kijkt ze ons eerst verveeld aan, rekt zich nog eens uit, gaapt en loopt dan na een paar minuten weg om ergens uit het zicht van haar rust te genieten.

cheetah

's Middags rijden we een flinke kudde Afrikaanse olifanten tegen het dikke lijf, die zich tegoed doen aan gras en struiken. Er zijn veel babyolifantjes bij; de kleinste doet kunstjes door onder een volwassen olifant door te lopen en imiteert zijn vader door met zijn nog onvolgroeide slurf zand over zich heen te gooien. Het lijkt wel een natuurfilm, maar dan van heel dichtbij.
Terug in het tentenkamp onderschat ik, Peter, de snelheid van de Vervet-apen als ik twee broodjes uit de tent haal en deze heel eventjes op de houten vlonder neerleg. Terwijl ik de rits van de tent dichttrek springen twee apen vanuit het niets op de broodjes af en verdwijnen in een oogwenk in een nabije boom. Ik klim ook de boom in, tot schrik van een van de apen die zijn broodje laat vallen. Er staan gelijk twintig nieuwe apen om me heen als ik het broodje heroverd heb; er zit niets anders op dan ze maar te belonen voor hun snelheid en lenigheid.

Aan het eind van de middag brengen we een bezoek aan het nabijgelegen masaï-dorp, waar alles er nog net zo aan toe gaat als honderden jaren geleden. Behalve dan dat ze voor geld hun traditionele dansen uitvoeren en hun zelfgemaakte sieraden en gereedschappen aan toeristen verkopen. Het dorp van 160 mensen bestaat uit een tiental rechthoekige hutten, in een grote cirkel gebouwd rondom een afzetting van takken voor het vee. Het dorp zelf ligt ook binnen een afzetting van acaciatakken met lange scherpe dorens. De hutten worden door de vrouwen gemaakt van takken, bladeren en koeienstront en gaan ongeveer negen jaar mee. Aanzienlijk minder dus dan de huizen die in Nederland door mannen worden gemaakt.

Masai-kinderen

In de hutten, zonder ramen of verlichting, zijn vertrekken voor het jonge vee, slaapkamers en een kleine woonkamer annex keuken. Het is er aardedonker en tijdens ons bezoek, in de keuken, wordt het vuur opgestookt. In de verstikkende rook praten we met een jonge masaï die ons over het dagelijkse leven vertelt, terwijl een kalfje naast ons zijn behoefte staat te doen. Gezellig. Wanneer luisteren echt onmogelijk wordt door onze prikkende en tranende ogen, verlaten we het pand. Van de masaï-krijger die twee jaar geleden een leeuw doodde, koop ik een deel van de leeuwenklauw: de grootste nagel, aan een stukje afgevijld bot. Mooi voor een hangertje. Eerder mocht ik zijn muts van leeuwenmanen al even op, terwijl hij trots met mijn Oakley zonnebril rondliep. Culturele uitwisseling heet dat.

Peter de leeuwendoder


De volgende ochtend, het wordt haast teveel, weer een game-drive met bijzondere gebeurtenissen. Wanneer we met de auto in het hoge gras ergens keren, staat er plotseling een groot, donker gevaarte voor ons. Met zijn enorme horens en zware kop is de buffalo een van de gevaarlijkste dieren voor de mens, gezien zijn onvoorspelbare gedrag. En wij zijn op dit moment veel te dichtbij, volgens de regels van het park. Zelfs James, de doorgewinterde masaï-gids, schrikt ervan en houdt zijn voet dicht bij het gaspedaal om snel weg te kunnen rijden. De buffalo schrikt gelukkig ook van onze blonde koppen die uit het dak steken, en loopt langzaam weg. Pfff....
Wegens de zogenaamde terrorismedreiging in Kenya medio 2003 zijn er weinig toeristen in het park en het grootste deel van onze safari rijden we eenzaam en alleen rond. Wat wij natuurlijk 'heel vervelend' vinden.
Onder een dichttrekkende hemel ontdekt James een grote mannetjesleeuw die op zoek is naar zijn gezin. Hij lijkt zich daardoor niet te storen aan de Landrovers en loopt met een zoekende blik ongestoord om ons heen. Na enkele minuten loopt hij op minder dan een meter langs de auto en we kunnen zijn zware lichaamsgeur zelfs ruiken. Da's dan weer een voordeel van een natuurfilm op televisie.

leeuw

De daaropvolgende hevige regenbui zorgt voor een terechte apotheose: niet wij, maar de Spaanse auto komt volledig vast te zitten in een van de modderige regenpoelen. De Spanjaarden glijden en glibberen door de stortbui naar onze auto en gezamenlijk gaan we terug naar de campsite. De regens zijn echter van korte duur en na een half uurtje schijnt het zonnetje weer.

onze nieuwe Spaanse vrienden

Ook de vierde dag brengt ons geluk en we ontmoeten nog meer oud dierenleven dat voor ons nieuw is: de fel roze-blauw gekleurde agama-hagedis, diverse soorten ooievaars, de Afrikaanse koekoek, waterbokken en maraboes. Tijdens de lunchpauze in een lodge wil een warthog, zeg maar een knobbelzwijn, heel graag vriendjes met ons worden. Hij of zij komt bij ons liggen en met dat gewicht op onze voeten lijkt het onmogelijk ooit nog uit dit park weg te kunnen komen.

Blijkbaar is dat toch gelukt, wanneer we op de vijfde en laatste dag Lake Nakuru aandoen, een kleine 300 hobbelige kilometers van de Masai-Mara gelegen. Lake Nakuru is een sodameer, bekend om zijn grote hoeveelheden flamingo's en pelikanen. Nou, dat klopt, want bij 600.000 zoveel zijn we gestopt met tellen. Alles is roze en de geur van de flamingo's is ook in de Landrover goed te ruiken. Die ene buffalo in de Masai-Mara blijkt veel familieleden te hebben, die hier wel een veilige afstand aanhouden. Na het bewonderen van twee soorten arenden en de Rothschild-giraffe, ontdekken we een aantal volwassen witte neushoorns, die zich in zon en zand liggen te wentelen.

neushoorn

Ondanks de verplichte afstand van 70 meter laat James de auto voorzichtig tot op 7 meter naderen, zodat we een geweldig zicht hebben op het reusachtige dier met zijn steekoogjes. Een mannetje lijkt bronstig te worden bij het zien van Karin, die voorin de Landrover staat. Zijn gebogen geslachtsdeel hangt tot op de grond en beweegt heftig heen en weer. Om geen verdere risico's te nemen houden we het voor gezien en gaan via het prehistorisch aandoende Euphorbiabos naar de uitgang en terug naar Nairobi.

Na vijf dagen safari, voor ons een relatief dure uitgave van 300 dollar pp, komen we tot de conclusie dat het de kosten absoluut waard is. En zeker via Planet, die ons daarna nog eens acht dagen gratis onderdak biedt op het dak van hun bedrijf midden in Nairobi. Om wat terug te doen vertellen wij potentieel nieuwe klanten over onze leuke ervaring dankzij Planet.

Dus, een beetje reclame: voor al uw safari's in Kenya en omstreken:

Planet Safari Adventure, Nairobi, Moi Avenue, Sonalux House 9e verdieping.
E-mail: planet@africaonline.co.ke
Website: www.planetkenyasafaris.com