Nairobi of Nairobbery?

slechte weg noorden Kenia

Ook in het noorden van Kenya kunnen we helaas niet fietsen, moedeloos worden we ervan. Individueel reizen en zeker op de fiets is verboden door de militaire politie. Tussen Moyale, aan de grens met Ethiopië, en Isiolo, zo'n 500 kilometer zuidelijker, worden reizigers overvallen, beroofd en soms vermoord door bendes. De voornamelijk Ethiopische en Somalische bandieten ondersteunen hun activiteiten met behulp van automatische geweren, handgranaten en machetes. Daar zijn wij met onze fietspomp niet tegen opgewassen vermoeden we, en dus reizen we in de overlandtruck mee tot Isiolo.
We passeren enkele authentieke Kenyase stammen, volledig uitgedost in rieten rokjes, lappen en kralenkettingen. De mannen dragen speren en knuppeltjes, de vrouwen hebben bijna allemaal een baby of kind op de rug. We kopen wat fruit en korte takjes van ze, die je als tandenborstel kunt gebruiken.
Onze fietsen liggen op het dak van de cabine, aangezien er geen betere plek is om ze mee te nemen. Ondanks dat de fietsen tussen dekens zeer stevig zijn vastgesjord met trekbanden en touwen, komen ze niet ongeschonden over de hobbelige onverharde 'highway' aan op de plaats van bestemming. Karin's zadel is half afgeschaafd, een remhevel is afgebroken, een spaak heeft het begeven en het fietssleuteltje van Karin's slot is afgebroken. Verder zijn er slijtageplekken op lak, standaard en voorvelg. Samen met Paul lukt het met veel gepeuter en geduld het restant van het sleuteltje uit het slot te wurmen. We zullen zuinig moeten zijn op ons enig overgebleven reservesleuteltje, anders wordt het zagen.
Met alleen een achterrem, verre van ideaal, moet Karin de fietstocht naar Nairobi, 275 kilometer, zien te overleven. Nog altijd beter dan de stadsfietsen waarmee de Kenyanen de heuvels en bergen afdalen. Zij gebruiken de zolen van hun autobandsandalen als rem, door ze met kracht op de voorband of het wegdek te drukken.

Met een fabuleus uitzicht op Mount Kenya, 5.197 meter hoog, fietsen we eindelijk weer in een mensvriendelijk land richting de hoofdstad. Van Isiolo tot Nairobi fietsen we over echt asfalt, van een zeer matige kwaliteit, maar het biedt de gelegenheid weer eens goed om ons heen te kijken. En er is genoeg te zien: bebouwde en beboste heuvels, bananen-, mango- en papayabomen, koffieplantages, rommelige dorpjes met veel Madurodamwinkeltjes en honderden kerkjes en scholen van evenzoveel signatuur. We passeren voor het eerst van ons leven de evenaar en laten ons natuurlijk op de foto zetten onder het grote bord met aardbol en middenlijn. Voor een gulden laten twee jongens de verschillende draairichtingen van het water zien, eerst aan de noord- en dan aan de zuidkant van de evenaar. En het is waar!

de evenaar

Na een superetappe van 122 kilometer met klimmen en tegenwind, komen we twee dagen later aan in Nairobi, in dieselwolken en tussen volle handkarren die door zwetende zwarte lijven de heuvels opgeduwd worden.

Volgens onze Oost-Afrikaanse reisgids moeten we erop rekenen dat we in Nairobi binnen 24 uur na aankomst in ieder geval eenmaal beroofd zullen zijn van onze waardevolle spullen. Samen met Johannesburg voert Nairobi een verbeten strijd om de titel "gevaarlijkste stad van Afrika". Kortom: een nieuwe uitdaging voor ons!

uitzicht over Nairobi


Het centrum van de stad, rond Kenyatta Avenue, Moi Avenue en Tom Mboya Street, oogt modern met hoge betonnen en glazen gebouwen. Enkele honderden meters daarvandaan zien straten en gebouwen er minder florissant uit door een gebrek aan onderhoud en modderige onverharde straten. De haveloze jongemannen die er rondhangen geven ons niet de indruk dat ze onze veiligheid met verve zullen verdedigen. Als "rijke mzungu", als je wit bent ben je altijd rijk, kun je hier plotseling een arm verstevigd met houten plankje om je hals verwachten of een mes op je keel. Met het dringende verzoek om iets van je rijkdom af te geven. Eigenwijs lopen we in het donker door de grotere straten op zoek naar een aanbevolen Indiaas restaurant en twijfelen of onze lekkere trek de adrenaline rechtvaardigt, ook al hebben we onze belangrijkste spullen in het veilige Iqbal-hotel achtergelaten. Straatjochies op blote voeten kijken ons geïnteresseerd aan, terwijl ze geconcentreerd aan hun potjes met lijn snuiven. De goedkoopste drug in dit land. Achterdochtig zien we hoe volwassen mannen onze waarde van top tot teen trachten in te schatten. Door de regen van vandaag staan alle kuilen vol water, we springen van het ene droge plekje naar het andere om de modder te omzeilen. Zonder achterom te kijken voelen we allebei ineens dat we achtervolgd worden. Automatisch versnellen we onze pas, maar dat heeft weinig effect. We horen nu duidelijk voetstappen vlak achter ons. "We moeten hier wegwezen", zeg ik tegen Karin. Elk moment nu kan er een gespierde arm onze nek omknellen en met een puntig voorwerp in onze rug geprikt worden. En dat willen we vooral liever niet. "Kom, we staan ineens stil", zegt Karin, "om zogenaamd te overleggen." Een fijn plan. We doen alsof we het niet met elkaar eens zijn, staan plotseling stil en praten heftig tegen elkaar. De twee mannen vervolgen stilzwijgend hun weg zonder ons aan te kijken. Ze zien er eigenlijk niet echt uit als boeven en we beseffen dat we ons enigszins paranoïde hebben gedragen. Niet vreemd, aangezien het wantrouwen ons door iedereen hier aangepraat wordt.
Het eten in restaurant Mayur is de verhoogde adrenalinespiegel overigens wel waard.

Nairobi

Een medewerker van een safarioperator vertelt ons een dag later dat auto's veelvuldig gecarjackt worden, winkels beroofd op klaarlichte dag en mensen van hun waardevolle spullen worden ontdaan. We willen ons verblijf hier niet door angst laten leiden, maar zijn wel voorzichtig en lopen niet te koop met camera's en geldbuidels. Uiteindelijk vestigen we een nieuw record door in ruim twee weken Nairobi niet eenmaal beroofd te worden. Valt wel mee dus deze stad, als je je gezonde verstand gebruikt.