Weer naar school in Mrimawandege

Bij een schoenmaker met Madurodam-werkplaats tegenover ons hotel in Malindi laat ik mijn sandaal repareren. Zijn werkplaats is 2 1/2 bij 2 1/2 meter, waarin vier mensen aan twee tafels en een trapnaaimachine zitten te werken. Drie ervan maken van kralen en leer artikelen voor de curio-shops, terwijl de jonge schoenmaker plakt en naait. Ondertussen barst er weer eens een tropische stortbui los en het water spettert van alle kanten door het rieten makuti-dak naar binnen. Niemand zit droog. Onze luxe visie op arbeidsomstandigheden verandert met de dag.
Even later zitten we weer op de vertrouwde fiets op de terugweg naar Nairobi. We kiezen zoveel mogelijk voor kleine onverharde wegen. Binnen een half uur laat de hemel het restant van de dagelijkse bak water naar beneden vallen. Over gele, bruine en rode modderwegen fietsen we, vrolijk groetend en vol vertrouwen in een spoedige terugkeer van de zon, naar het westen. We worden vergezeld door 'boda boda's': fleurige fietstaxi's met zacht zitje op de bagagedrager, aangedreven door jonge mannelijke Kenyanen in de bloei van hun leven. Als we ze voorbij fietsen komen ze altijd achter ons aan en trachten ons weer in te halen, wat wel eens een aardige wedstrijd oplevert. Na veertig kilometer verandert het landschap van tropisch woud naar savanne, en het lijkt wel of de wolken hier rekening mee houden. Het is hier droog en de omgeving ziet er uit of het in weken niet geregend heeft. Mangobomen, kokosnoten en poeltjes met ibissen zijn vervangen door acacia's en droge struiken. Een verandering van dag en nacht en dat in enkele kilometers, verbazingwekkend. Voor acht eurocenten (ongeveer 18 oude centen?)verorberen we samen een enorme appelmango, waar we twee uur op kunnen fietsen zonder honger te krijgen. Tussen krijsende bushbaby's en vallende sterren liggen we 's avonds al vroeg in bed. Tijdens fietsdagen wordt ons levensritme bepaald door het licht van de zon.

Karin atb-t

De volgende ochtend zijn we nog maar net onderweg als we aangesproken worden door de fietsende Gerald Jefwo. Hij is hoofdmeester van de basisschool van Mrimawandege, zo'n 15 kilometer verderop en nodigt ons uit zijn school te bezoeken. We nemen de uitnodiging aan en fietsen achter hem aan in een geheel andere richting dan gepland. Onderweg bewijst hij schoolmeester te zijn door ons over de vogels en planten te vertellen die we zien. In de minidorpjes die we passeren hebben sommige vrouwen geen bovenkleding aan, terwijl ze hard aan het werk zijn op het land of staan te kletsen met de buurvrouw. Een oude stamgewoonte, zegt Gerald. (Hij bedoelt de kleding) Na een uur hobbelige weggetjes komen we bij de school. De kinderen spelen buiten, zoals bij de meeste scholen die we passeren in Kenya. Er staan twee langwerpige stenen gebouwen, met daarin zes lokalen. Er is een keukenhut en er staan wat huisjes waarin meesters en kinderen overnachten die te ver weg wonen. Het schoolplein is een gras- en zandveld met wat boompjes.

zelfgemaakt lesmateriaal

Als we aankomen drommen honderden kinderen om ons en de hoofdmeester heen. Twee blanken!! Gerald begint met een rondleiding over het terrein, waarbij we gevolgd worden door de hordes nieuwsgierige kleintjes. "Primary school" (basisschool) duurt acht jaar: van het 6e tot het 14e levensjaar. "Secondary school" (middelbare school) duurt vier jaar, evenals de universitaire opleidingen. De regering in Kenya heeft onvoldoende middelen om alle schoolvoorzieningen te betalen. De vorige (corrupte) regering betaalde zelfs alleen de salarissen, alle overige voorzieningen zoals gebouwen, boeken en schoolmeubilair moesten door scholen zelf worden geregeld. Onder de huidige regering is het iets beter: boeken worden gefinancierd en het schoolgeld voor de lagere school is afgeschaft. Daardoor sturen ouders -soms voor het eerst-hun kinderen nu naar school en zitten er dus kinderen van 6 maar ook van 17 jaar in de 1e klas van de basisschool. Tijdens de rondleiding krijgen we bijna tranen in de ogen van de magere middelen waar men het mee moet doen. Het lesmateriaal is door de kinderen zelf gemaakt: op plastic zakken en stukken karton of textiel zijn het alfabet en cijferreeksen geborduurd of geplakt.

meubilair op de achtergrond

De vloer van de klaslokalen bestaat uit leem; stoeltjes, bankjes en tafels zijn er niet. De kinderen zitten op een steen of op bankjes die van stokken en touwtjes door henzelf in elkaar zijn geknutseld. In de keukenhut wordt er door een moeder bonenrijstpuree gekookt voor bijna 500 kinderen, in vijf enorme kookpotten op een houtvuur. We zien ineens waar die kookpotten zijn gebleven waar we als blanken altijd zo bang voor zijn.

Twee klassen met zo'n 50 kinderen die wat Engels begrijpen worden door Gerald in een lokaal gedirigeerd, waarna wij de gelegenheid krijgen onszelf voor te stellen en te vertellen over de fietsreis door Afrika en Kenya. Daarna zijn ze vrij om ons vragen te stellen. Het duurt even voor de eerste zijn schroom overwint, maar dan komt het langzaam los. Welke taal spreekt men in Nederland? Wie is de president? Spreken jullie ook Swahili? We zeggen een paar woorden en zinnen in het Swahili, en er wordt hard gelachen. Wordt er ook maïs verbouwd? Zijn er ook rivieren? Regent het er wel eens? (nou.......) Welk geloof hebben jullie? Zijn er ook arme mensen? Is het bij jullie in de winter ook zo koud? We proberen de vragen met zoveel mogelijk beelden en voorbeelden te beantwoorden, hoewel ons verhaal over ijs, schaatsen en de Elfstedentocht waarschijnlijk niet helemaal begrepen wordt. Regelmatig vertaalt de hoofdmeester onze antwoorden in het Swahili.

de hoogste klas

Ondertussen kijken en luisteren er honderden kinderen mee door de open deur en raamgaten. Er zijn geen ramen met glas; een raam is gewoon een gat in de muur. Als we weer buiten zijn wordt de volledige horde kinderen gevraagd om ons gedag te zeggen. Honderden ogen kijken ons aan en op commando roepen 500 kinderen me in koor toe: "Goodmorning, sir". En daarna tegen Karin: "Goodmorning, sir". Elke blanke is hier een sir. Gerald helpt ze, waarna Karin het meer passende: "Goodmorning, madam" te horen krijgt.

(Lezers die inmiddels spijt hebben van hun gift aan het zogenaamd noodlijdende Ethiopië, kunnen hun vergissing goedmaken door hun zuurverdiende centjes te storten op: bankrekeningnummer 11.01.60.426 van de Kenya Commercial Bank, t.b.v. het Mrimawandege Book Fund. Dan weet je eindelijk eens zeker dat je geld terecht komt waar het hoort. Het zal besteed worden aan lesmaterialen, en bij voldoende middelen aan meubilair zodat de kleintjes eindelijk eens fatsoenlijk kunnen zitten.)

Een van de leerlingen die de weg in de regio goed kent, leidt ons op een geleende fiets van de meester via smalle paadjes naar Bamba, twintig kilometer verder. Het is onbegrijpelijk hoe hij de honderden kleine geitenpaadjes uit elkaar kan houden. Zonder hem waren we 23 keer verdwaald. Vanaf het warme Bamba fietsen we over een brede steenslagweg richting Mariakani. De hobbelige steenslagweg fietst moeilijker dan de modderharde paadjes van ervoor. Richting het wat meer tropische Mariakani hangt een gitzwarte lucht met de bekende regensluiers. Dankzij de tegenwind naderen we elkaar met rasse schreden. Een kwartier later is de weg een bijna onbegaanbare modderrivier geworden. Midden in de stortregen krijg ik mijn zoveelste klapband achter. Natuurlijk, waarom niet?

weer eens een lekke band

Het beste moment om jezelf eens lekker onder de modder, vermengd met olie en zweet, te smeren. En daar gaat onze laatste reserve buitenband alweer! De klapband is veroorzaakt door het uitscheuren van de hieldraad, waardoor ruim vier atmosfeer binnenband er als een exploderende ballon uitkomt. De klap is enorm. Waardoor de nog bijna nieuwe buitenband (<1000 kilometer) bij de hieldraad scheurt is voor ons een raadsel. De remblokjes kunnen de band in ieder geval niet raken.

Net voor donker rijden we Mariakani binnen en nemen voor 6 1/2 gulden (was dat 3 euro?) onze intrek in hotel Bagdad, waar we het doucheputje 's effe lekker verstoppen.