Mr. Kibaki says no!

"He, mzungu! Give me money!"
"Hapana, get a job!"
Voor de zoveelste keer worden we aangesproken door een rondhangende man, met het verzoek onze euro's, dollars of shillings af te geven. We doen het niet. Overal in Kenya zien we groepjes mannen rondhangen die ogenschijnlijk niets te doen hebben. De populaire en verguisde hangplekken voor jongeren in Nederland vallen twaalf maal in het niet bij de hoeveelheid hangplekken voor mannen van elke leeftijd in dit land. We worden er een beetje cynisch van.
We zijn ons heel goed bewust van het feit dat er grote werkloosheid heerst. Twee van de drie mannen is werkloos. Door die twee, maar soms ook door de derde, worden we verzocht hen een geluksdag te bezorgen. Geluk voor een dag. Hun inertie staat in grote tegenstelling tot het arbeidsethos van vrouwen. Vrouwen geven in dit land een geweldig voorbeeld. Met een kind op de rug bewerken ze het land met een hak. Ze sjouwen kilometers met bossen brandhout en grote jerrycans water. Bovendien doen ze al het huishoudelijke werk. En de mannen?
Onze in Ethiopië verkregen immuniteit voor bedelen, is in Kenya langzaam weggesmolten. De verwrongen hoopjes mens langs de weg hebben daar voor gezorgd. Met name in de grote steden worden we geconfronteerd met de gevolgen van lepra, polio, elefantitis en andere ziektes en afwijkingen. Op straat moeten we uitwijken voor mannen zonder benen, die zich op een oude zak voortbewegen, de handen in een stel te grote teenslippers gestoken. De "gelukkigen" hebben een plankje met wieltjes, waarmee enige snelheid bereikt kan worden. Ook afwijkingen aan de huid zijn soms zo ernstig dat mensen tot bedelen gedwongen zijn. De ernstigste afwijking op dit gebied is een man die op het eerste gezicht twee hoofden lijkt te hebben. Zijn "tweede hoofd" blijkt echter een grote onnatuurlijke bult op zijn rug te zijn. Hij zit halfnaakt op straat, bij gebrek aan passende confectiekleding. Wetende dat er weinig of geen sociale voorzieningen zijn, openen we al snel onze harten en beurzen voor deze mensen.

We voeren een strijd met onszelf over het wel of niet geven aan bedelaars. En aan wie wel, en wie niet? Het is overduidelijk dat wij ettelijke malen meer geld hebben dan het overgrote deel van de mensen hier. Aan de andere kant weten we veel over de overheidscorruptie van de afgelopen decennia en zien we Kenyanen in grote Landrovers en Mercedessen rondrijden. En nog iets: als we bedelaar iets geven, zitten we zelf binnen drie maanden aan de bedelstaf. We kunnen Afrika niet redden, afgezien van het feit dat het geven van aalmoezen afhankelijkheid slechts bevordert.

Om een land goed te leren kennen is de krant een uitstekende informatiebron. In Kenya lezen we bijna dagelijks de Nation, een objectief en onafhankelijk dagblad. We lezen over de nieuwe regering (sinds december 2002) onder leiding van president Kibaki, die werk maakt van werk. Tijdens het 24-jarige presidentschap van zijn voorganger, dhr. Moi, is er een corrupte cultuur ontstaan met lage overheidsinvesteringen, stijgende werkloosheid, verslechterende economie en vriendjespolitiek. Een baan kon alleen verkregen worden via goede connecties. Een goede opleiding was eerder een nadeel dan een voordeel. En als je die baan eenmaal had, hoefde je alleen je jasje maar over je bureaustoel te gooien en je had ze weer verdiend. Als gevolg hiervan is de bevolking langzamerhand afwachtend, initiatiefloos en apathisch geworden. De huidige leider, dhr. Kibaki dus, wil aan dit alles een eind maken via strenge maatregelen, diverse projecten en het teruggeven van de eigen verantwoordelijkheid aan de bevolking. Een quote van zijn speech uit de Nation van 18 juli 2003: ".....they must till their land as that is what their livelihood will come from. The era of free things is over and people must learn to earn their own keep." (vrije vertaling: ".....ze moeten het land bewerken omdat ze daarmee in hun levensonderhoud kunnen voorzien. De tijd van loon zonder werken is voorbij, mensen moeten leren hun eigen geld te verdienen.") Een andere minister heeft een regio diverse malen landbouwzaden geschonken. Hij klaagt nu in het openbaar dat mensen maar om meer blijven vragen, terwijl ze de mogelijkheid hebben hun land op eigen kracht verder te ontwikkelen.

Kenya is in een culturele omslag verwikkeld en we besluiten de regering een handje te helpen. Vanaf nu roepen we de bedelende mannen toe: "Mr. Kibaki says no!" En, het heeft een geweldig effect: terwijl de onechte bedelaars zich met beschaamde blik afwenden, worden ze hartelijk uitgelachen door vrienden en omstanders.