|
Een nijlpaard als wekker Na ruim negen weken door Kenya fietsen arriveren we bij het grootste meer van Afrika: Lake Victoria. De dagen ervoor zitten letterlijk en figuurlijk vol ups en downs.
Het klimmen vanuit de Rift Valley, over de Tugen Hills en het Elgeyo Escarpment, mag letterlijk tot de ups gerekend worden. Tijdens het klimmen komen we door drie klimaatzones, met bijbehorende vegetatie. Hier komen we onze eerste Nederlandse medefietsers tegen, die aan een heerlijke afdaling bezig zijn. Johan en Wilma fietsen vijf weken door Kenya, na een jaar eerder al vijf maanden door Oost- en Zuid-Afrika te hebben gepeddeld. We staan meer dan een uur te kletsen op straat en dankbaar vinden we in hen de volgende Nederlanders die zich willen ontfermen over een aantal diarolletjes. Bedankt!
Een enorme domper de volgende dag is een vierde framebreuk, ditmaal van mijn liggende achtervork. Na een vreemde tik begint de fiets te zwabberen en is moeilijk onder controle te houden. Ons geluk is dat we met lage snelheid aan het klimmen zijn. Een half uur eerder daalden we nog af met bijna 70 in het uur. Een breuk op dat moment zou fataal geweest zijn voor mijn leven en de fiets. In een klein plaatsje weten we met behulp van enkele hulpvaardige Kenyanen een smid te vinden die de boel weer aan elkaar last. Het vertrouwen in deze fiets is momenteel echter verdwenen en afdalen zal voorlopig niet meer een van mijn favoriete bezigheden zijn.
Op weg naar Lake Victoria verblijven
we een dag in het zuidelijk deel van Kakamega Forest, het enige regenwoud
in Kenya dat nog niet opgestookt is in de houtskoolvuurtjes. Onder leiding
van een gids van de vrijwilligersorganisatie KEEP wandelen we door het
dichte en vochtige bos; het zit hier vol met vlinders, slangen, apen
en tropische vogels. We zien onze eerste Roodstaartaapjes en leren van
alles over de medicinale werking van planten en bomen. KEEP is actief
in behoud van het bos, met name door voorlichting te geven aan de lokale
bevolking en het rondleiden van bezoekers. We adopteren een boom, een
van de bijdragen die je ter behoud van het regenwoud kunt leveren. Op
de laatste etappe naar het grote meer passeren we voor de derde maal
de evenaar; dat komt ervan als je door een land zigzagt.
Kisumu, de derde stad van Kenya, is een rommelige plek. Het oogt minder of eigenlijk in het geheel niet aantrekkelijk, in tegenstelling tot wat de Afrika-gids bijna juichend schrijft. Een centrum is er niet, alleen een aantal van elkaar verwijderde drukke wegen en een flinke markt. Zoals bij alle steden en plaatsen bij water, is er ook hier geen boulevard of bebouwing aan het meer, onbegrijpelijk voor ons. Ondanks de matige uitstraling liggen de prijzen van kamers er hoger dan elders in Kenya. We worden op sleeptouw genomen door een receptioniste van een goedkoop guesthouse. De kamers die ze aanbiedt zijn echter niet groter dan een luxe bezemkast. Voor acht euro kunnen zelfs onze tassen er niet in. Bij twee andere guesthouses zijn de kamers wel van normaal formaat, maar de prijzen het dubbele. En Brugman praat er niets vanaf. We eindigen vier kilometer verderop in Dunga, op de enige "camping" die de regio rijk is. Onder 'new management' (dat betekent in deze landen: andere eigenaar, nog steeds geen service en hogere prijzen) zijn de prijzen anderhalf maal zo hoog als twee jaar terug. Het lukt ons hier wel de prijs naar een redelijk niveau te praten, en zetten de tent op het lege grasveld met uitzicht op Lake Victoria. Na de koude douche en een kleine maaltijd ontvluchten we de duizenden muggen en vliegjes in ons veilige slaaphol. Om 7.00 uur wordt Karin wakker van luid gesnurk. Ze is wel wat gewend van mij en zichzelf, maar dit geluid is nieuw. Het klinkt wat verder weg, hoewel we de enige kampeerders zijn. Omdat ze niet meer kan slapen sluipt ze de tent uit en gaat bij het water zitten. Ze kijkt uit op vijf gladde rotsblokken, die zo'n 20 meter van de oever in het meer liggen en geniet van de vissende vogels die er rondscharrelen. Dan lijkt het of een van de rotsblokken beweegt. Ze kijkt nog eens goed en wrijft de slaap uit haar ogen. Ja, daar is het weer! Een rotsblok verdwijnt in het water, dat is heel vreemd! Van eb en vloed is hier toch geen sprake. Ze kijkt nog eens en ziet een van de rotsblokken weer boven komen drijven. Dan verschijnen er ook twee grappige oortjes die rond lijken te draaien. En dan een enorme kop met een zware vierkante bek. Nijlpaarden!
Enkele minuten later is ook de rest van de rotsblokken tot leven gekomen. Karin hoort de snuif-, bries-, snurk- en pruttelgeluiden van de hippo-familie, terwijl ze ziet hoe ze elkaar in de gaten houden en gezellig tegen elkaar aan schurken in het water. Het gezin bestaat uit een mannetje, drie vrouwtjes en een jong. Karin maakt me wakker en samen genieten we van het uitzicht op Diergaarde Blijdorp. We ontbijten aan het water terwijl de nijlpaarden ons lui aanstaren. Tijdens onze laatste dagen in Kenya worden we elke nacht en ochtend gewekt door de nijlpaarden. Het tijdstip maakt ons niets uit. Iedere ochtend tussen 6.00 en 7.00 uur zitten we steevast aan het water naar onze wekkers te kijken en verbazen ons over alle vogels die we nooit eerder zagen: Afrikaanse Jacana, Roodborstklauwier, Open-billed Stork en de Hamerkop. In de bosjes naast de tent schuilt een twee meter lange monitorhagedis, die zich af en toe even laat zien. Kenya, je was en bent fantastisch!
|