De buurman is een luipaard

Na ons twee dagen weer helemaal thuisgevoeld te hebben bij Planet Safari vertrekken we pas na elven uit Nairobi, extreem laat voor ons. We hebben een route uitgezet langs de vier noordelijk gelegen meren van de Rift Valley. De eerste dertig kilometer gaan vooral bergop. We rijden langs dorpen waarvan de marktplaatsen op een vuilnisbelt lijken, maar die tegelijk een levendige en gezellige atmosfeer uitstralen.

zware last

Na de afslag richting Naivasha krijgen we adembenemende vergezichten op de Rift Valley voorgeschoteld, die we in een mooie lange afdaling induiken. We passeren een zestal luie bavianen die, op de vangrail zittend, wachten op wat volgevreten automobilisten uit de auto gooien. Een saai maar lucratief bestaan, gezien de ronde buikjes. Bijna aan het eind van de afdaling staat rechts een klein kapelletje, daterend 1943. De (voor Kenyase begrippen in opvallend goede staat verkerende) weg is in de Tweede Wereldoorlog aangelegd door Italiaanse krijgsgevangenen. Het kapelletje was voor de zondagen.
Richting Longonot is het een lange klim: we moeten tussen twee vulkanen door van 2.777 meter en 2.760 meter hoog. Omdat we graag onverhard rijden en weg van de "beschaving" nemen we een klein weggetje naar links, die ons volgens de kaart naar Lake Naivasha voert. Het harde modderpad wordt al snel heel zanderig en we zijn genoodzaakt flinke stukken te lopen. Ik word daarbij geduwd door een paar lacherige schooljongens in hun blauwe kostuumpjes vol scheuren en vlekken. We laten Longonot National Park links liggen en ploegen door lange stukken zwart lavazand, tot we bij een Game Ranch komen: "Verboden toegang, privé". Links in de verte ligt een klein huisje en daar vragen we de weg. Volgens de bewoners mogen we het privé-terrein wel op en ze tekenen een kaartje met de juiste route naar het meer. Na kilometers hobbelen en door zand sleuren is het genoeg voor vandaag. We vinden een geweldig mooi plekje aan de voet van de vulkaan met uitzicht over plains, Lake Naivasha en de bergen rondom. Nog geen half uur later stopt er een Landrover op het pad. Gordon, een blanke Kenyaan en zoon van de eigenaar van de ranch, komt even kijken. Na een praatje vindt hij het oké als we hier voor een nachtje staan. "Is hier ook wild?", vraag ik hem. "Ja, zeker. Net om de hoek woont een luipaard, maar die is erg vriendelijk en doet geen mens kwaad", zegt hij. Verder blijken er ook giraffes, gazellen, zebra's en andere antilopensoorten rond te hobbelen. Gerustgesteld door de woorden van Gordon (we mogen niet exact vertellen waar zijn ranch ligt, anders komt iedereen gratis in zijn privé-wildpark kamperen) gaan we de nacht in. Maar niet voor lang…

Al tijdens de dommelfase word ik ruw gewekt door iets dat nog het meest op loeien lijkt. Het is echter zeker geen koe, maar wat dan wel? Het geluid is nu zeer dichtbij en de veroorzaker lijkt de tent in te willen komen. Karin slaapt natuurlijk dwars door alles heen en ik maak haar wakker. Samen kijken we naar buiten, maar zelfs in het licht van de volle maan zien we niets ongewoons. Wanneer Karin even later weer ligt te ronken hoor ik hoefgetrappel naderbij komen, eindigend bij onze tent. Iets, wat?, snuift en briest vlak naast de tent en het zijn niet de gebruikelijke geluiden van mijn eega. Ook zij hoort het nu en wederom doen we een vergeefse poging onze rustverstoorder in het vizier te krijgen. Als we de tent voorzichtig openritsen horen we het beest met luid hoefgetrappel wegrennen, maar zien niets. Ook in de uren daarna worden we regelmatig gewekt door onze nachtelijke vrienden. Maar, echt storend is het niet. Het beginnen langzamerhand vertrouwde geluiden te worden in deze enorme dierentuin, die Afrika heet. Vertrouwd, maar toch elke keer bijzonder.

De volgende ochtend laten we alle spullen onbeheerd achter op de verlaten plek, en maken een prachtige wandeling door de stille savanne. We zien al snel de vermoedelijke daders van onze prettig verstoorde nachtrust: zebra's, oryxen, elanden, gazellen, impala's en hartebeesten. Maar wie was het? In ieder geval niet de buurman, die was blijkbaar te lui...
Ons nachtelijk dierenavontuur in een privé-deel van Longonot-park krijgt onbedoeld een prettig vervolg. De lokale bevolking heeft voor ons een kaartje getekend, met als doel ons over de diverse zandpaden naar Lake Naivasha te leiden. Volgens onze wegenkaart is deze "weg" een dun rood streepje, in werkelijkheid zijn er natuurlijk tientallen paden, vertakkingen en dus mogelijkheden. We zijn op weg naar Lake Naivasha om vandaar door te gaan naar Lake Nakuru, Lake Bogoria en Lake Baringo. Niet dat we ineens waterratten zijn geworden en de fiets willen afzweren, maar het schijnen mooie meren te zijn met bijzondere flora en fauna, dus waarom niet? Tijd zat met een visum voor drie maanden.
We fietsen dus, toegestaan illegaal, in Longonot-park over kleine onverharde paadjes, die vaak zo zanderig zijn dat we moeten lopen. Na verloop van tijd lopen we eigenlijk meer dan dat we fietsen, maar in deze omgeving is dat geen enkel bezwaar. We passeren een kudde zebra's en zien daarna verderop in het gras een klein zebrajong liggen, terwijl de kudde zich uit de voeten heeft gemaakt. We vermoeden dat het kleintje dood is en lopen met de camera in de hand dichterbij om een foto te maken. Op drie meter afstand steekt het bruinwit gestreepte jong zijn kop omhoog en kijkt ons verschrikt aan. We nemen snel de foto, waarna het jong alsnog in dartel galop naar zijn wachtende ouders rent. Daar zien we hoe de moeder het kleintje een reprimande geeft, door middel van een aantal heftige kopbewegingen en geluiden richting het jong. Afrika is veel meer dan een dierentuin, zo blijkt weer eens!

baby-zebra

Inmiddels zijn we gewoon verdwaald en we fietsen nietsvermoedend illegaal in Hell's Gate National Park.

Hell's Gate

Tussen de vele zebra's, gazellen en hartebeesten vinden we onze weg naar de uitgang, langs een van de vele florerende Hollandse bloementelers hier. Gelukkig wordt ons onze 'dwaling' vergeven en mogen we zonder betalen het park verlaten. Daarna doen we ons eerste meer aan: Lake Naivasha. Hier gaat het grote genieten gewoon door: Goliath-reiger, jagende ijsvogels, maraboes, pelikanen, ibissen en 's avonds nijlpaarden die het gras van de camping kort houden. Het genieten wordt enigszins getemperd als een van de Colobusapen ons vanuit een boom weet te raken met zijn straal. Rotcontinent, dat Afrika.

op weg naar the green crater-lake bij Lake Naivasha

op weg naar the green crater-lake bij Lake Naivasha

Wanneer we van meer naar meer fietsen, blijkt een ongeluk in een klein hoekje te zitten. Of eigenlijk: in een klein busje. Een matatu, wel te verstaan. Een matatu is een modern merk Volkswagenbusje, vol met kleine bankjes, ten behoeve van snel en commercieel personenvervoer. Zeer populair en vooral zeer gevaarlijk. De chauffeurs zijn altijd jonge jongens, vaak gedrogeerd en altijd gedreven door de ambitie zo snel en vaak mogelijk hun vaste route af te leggen met zoveel mogelijk passagiers om zoveel mogelijk shillinkjes binnen te halen ten behoeve van een nog zwaardere stereo in datzelfde busje. Zo'n busje dus. Helaas zijn er duizenden van. Verkeersregels en -normen tellen niet of zijn onbekend. Op weg naar Lake Nakuru wordt Karin van de weg gezwiept door een matatu wanneer de chauffeur een potentiële klant langs de weg ziet staan. Ze gaat onderuit, heeft schaafwonden op haar gehele rechterzij maar de fiets is wonder boven wonder nog heel. Na een flinke scheldkanonnade tegen de chauffeur stappen we weer op. Hij is doodsbang dat we de politie erbij halen en komt daardoor niet verder dan ons ervan te beschuldigen dat we op de openbare weg fietsen. Wat in het geheel geen overtreding is, ook niet in Kenya. Rare jongens, die drugskoeriers.

Omdat we het National Park van Lake Nakuru al bezocht hebben onderwerpen we alleen het plaatsje Nakuru zelf aan een gezelligheidstest. In weerwil van wat onze gids schrijft (het zou slechts een groot busstation zijn) is het een van de meest levendige plaatsen in Kenya tot nu toe. Maar de gids zit er wel vaker naast en je vraagt je soms af of zo'n schrijver er zelf ooit geweest is, of op de kaart kijkt en denkt: "Nee, dat kan niks zijn. Een busstation denk ik."
Elk straatje zit barstensvol winkeltjes, werkplaatsen en restaurants, overal zijn marktstalletjes waar ze alles verkopen wat je maar kunt bedenken. Voor drie gulden mag je een uur mailen en surfen en voor iets meer geld worden we naar de Menengai-krater gebracht, waar we een geweldig uitzicht krijgen op een flink stuk Kenya. En de grote groene krater zelf natuurlijk.

bovenop de Menengai-krater

Drie dagen later fietsen we over zoveel mogelijk kleine onverharde paadjes naar Lake Bogoria. Een fantastische, bergachtige route langs sisalplantages, door kurkdroge savanne en de laatste twintig kilometer over een stenenpad waar elke ATB-organisatie van zou smullen. Karin's snel herstellende wonden scheuren weer open wanneer ze voor de tweede maal in een week een perfecte imitatie van Evil Knievel uitvoert. Maar dan in z'n nadagen. Deze route is dan ook niet voor watjes en met een beladen fiets is het moeilijk manoeuvreren. De schade valt mee.

Onze gids zit er weer naast als onze route door het National Park van Lake Bogoria blijkt te lopen en niet er vlak langs. Dankzij onze studentenkaarten verminderen we de hoge kosten met de helft, maar het in Nairobi gepinde geld vliegt zo wel de geheime vakjes uit. Het park en meer zijn het echter meer dan waard. Als enige bezoekers fietsen we het grasveld naar het meer op, tussen zebra's, antilopen en knobbelzwijnen. Ook dit sodameer ziet roze van de flamingo's.

Even verderop belanden we tussen de schoolkinderen en de geisers. Lake Bogoria staat bekend om haar geisers, die op diverse plekken kokend water in de lucht borrelen en spuiten; onze eerste geisers! Wanneer alle kleine uniformpjes eindelijk zijn verdwenen, kunnen we in stilte genieten en een paar foto's maken. Idyllisch plekje, Lake Bogoria!

Ons voorlopig laatste meer, Lake Baringo, valt wat tegen. Ook hier zijn we meer geld kwijt dan door de toch recente gids werd voorspeld. Een volledig gebrek aan banken hier heeft tot gevolg dat we ons geen boottrips naar de eilanden kunnen veroorloven. Dus geen hippo's of krokodillen, maar gewoon een boterham met jam. Ja, het leven van wereldreiziger is soms keihard.