Servie
van 1 tot 6 augustus 2002

Op bezoek bij de vijand

Na de ellende waarvan we in Bosnië-Herzegovina getuige waren en die grotendeels veroorzaakt is door de Serviërs, valt het niet mee om bij de grote boze wolf op bezoek te gaan. Het spookbeeld doemt op van een verderfelijk en crimineel monstervolk waartussen we een week moeten verblijven. We zullen verslonden worden.

grens Bosnie-Servie

Bij de grens, de brug over de Drina, worden we opgewacht door een Servische douanier, met Kalashnikov, die ons streng toespreekt wanneer we een foto van het grensbord willen nemen. Dat begint al lekker, zie je wel. Voor het eerst hebben we nog een visum nodig ook, kosten: 6 euro per persoon.
De eerste kilometers zijn verbazend: goede wegen, huizen die intact zijn, mooi onderhouden tuintjes in de straten. Het lijkt wel alsof hier nooit oorlog is geweest. Opvallend is tevens het gebrek aan auto's, wat het fietsen wel zo lekker rustig maakt. Het landschap oogt als de Dordogne: glooiende heuvels van grasland, bomen en akkers afgewisseld door een lieftallig dorp.

dorp

In Ljubovija wisselen we euro's om in dinars en worden door de bankbediende vriendelijk uitgenodigd binnen onze lunch te gebruiken. Een heel aardige Serviër, het valt dus wel mee hier.
Na 70 kilometer zoeken we een plekje om de tent te zetten. Net als in Bosnië-Herzegovina hoeven we in Servië niets te verwachten op toeristisch gebied: geen campings en zeer weinig hotels. De hotels die er zijn zijn duur en bestemd voor hoge gezagsdragers. Toeristen zijn er nu eenmaal niet. We fietsen al een poosje op een lange klim in een dicht bebost gebied en we zien weinig mogelijkheden voor de tent. In een bocht in de weg staat een huis, met een lap redelijk vlakke grond erachter. Dan maar hier vragen of we de tent op hun land mogen zetten. Op ons geklop komt een stevig arbeiderstype het huis uit zetten en kijkt ons dreigend aan. We schrikken en kijken om ons heen of we snel weg kunnen komen. Zie je wel, we hadden toch dit duivelse land niet in moeten gaan.
Dan trekt zijn gezicht met een grote glimlach open: hij kijkt naar de fietsen en onze vermoeide kopjes. We proberen hem voorzichtig duidelijk te maken dat we een plekje voor de tent en de nacht zoeken. Hij neemt ons mee naar zijn land, dat door de regen drassiger is dan op een afstand te zien was. Maar er zit toch een mooi droog plekje bij. Wanneer we teruglopen om de fietsen op te halen lijkt hij zich te bedenken. Hij loopt naar binnen en we horen hem met zijn vrouw praten. Dan komt hij weer naar buiten, een sleutelbos in de hand. We moeten hem volgen, een buitentrap op en komen op de eerste etage. Deze is voor ons, wijst hij. Een compleet woonhuis! Woon-slaapkamer, keuken, douche, helemaal voor ons. Een uur later zitten we beneden bij de heer Radovanovic aan de wodka.

familie Radovanovic

Zijn vrouw staat flensjes te bakken in de grote open keuken en even later zitten we met zijn vieren te smullen. De communicatie verloopt zeer gebrekkig: veel verder dan handen, voeten, tekeningen en het handige point-it boekje komen we niet, maar het plezier is er niet minder om. Die avond komen we tot de conclusie dat angst een slechte raadgever is en nemen ons voor niemand meer te beoordelen op 'verhalen' maar slechts op onze eigen ervaringen.

We komen aan het eind van de zes kilometer lange klim. Ons complete uitzicht wordt ingenomen door een gigantisch communistisch monument waarmee de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht. Het uitgestrekte bouwsel heeft beton genoeg om een halve stad van te bouwen en is mooi van lelijkheid.

communistisch monument

Na een lange afdaling fietsen we Titovo Uzice in. Iedereen hier vindt dat de naam van de stad zo snel mogelijk moet worden omgedoopt in Uzice. Tito wordt gezien als de oorzaak van de mislukte integratie en uiteindelijk van de ellende van het afgelopen decennium. Dat is wel erg makkelijk, vinden wij. Tito's beleid, waarin de verschillende Slavische volken en culturen min of meer gedwongen moesten integreren in de Joegoslavische federatie, is weliswaar mislukt, maar niet de oorzaak van wat mensen elkaar aangedaan hebben. Nationalistische politieke krachten in met name Servië en Kroatië zijn grotendeels verantwoordelijk voor de etnische oorlog die hier nog maar zo kort geleden heeft gewoed. Maar dat zal wel een visie zijn die alleen door buitenstaanders gedeeld wordt en niet door betrokkenen zelf.

een hele hoop watermeloenen

Uzice is een oude, verwaarloosde stad waarin duizenden kleine autootjes rondrijden van de merken Zastava, Yugo en Lada. Na een terrasje met koffie en thee pakken we de fiets en even later rijden we door een mooie kloof met links en rechts oprijzende bergen. We passeren een geëscorteerde groep fietsers, genieten voor de tweede keer vandaag van een terrasje en vinden later een mooi kampeerplekje. Rustig vooral, want het ligt strak naast een orthodoxe begraafplaats.

Het is 9.00 uur. We drinken een kop koffie en thee in Kragujevac. Verderop zitten twee mannen al volop aan de halve liters bier. Ze adviseren ons de 'auto-put' te nemen naar Svetozarevo. De auto-put, dat is de snelweg. Ja, neem er nog een. We zoeken onze eigen weg, dat valt niet altijd mee. De borden met de aanduiding Svetozarevo zijn ineens verdwenen, toch geen klein dorp. Wel zien we steeds aanduidingen met de plaatsnaam Jagodina, een plaats die op onze kaart helemaal niet voor lijkt te komen. Wanneer we Kragujevac definitief verlaten worden we vergezeld door Ilja, een sportieve Serviër van 46 jaar op een mountainbike. Hij vertelt ons dat de plaatsnaam Svetozarevo de afgelopen jaren gewijzigd is in Jagodina. Aha, dat verklaart onze zoekpartij. In rommelig Duits vertelt hij van alles over zijn familie en vrienden. We moeten mee met hem mee, vindt hij. In Sabanta grist hij links en rechts appels van de bomen en deelt ze aan ons uit.

weekend in een datsja

Een half uur later zitten we bij vriend Voikin en de familie in een datsja (vakantiehuisje). Het is zaterdag en dat wordt gevierd met raki, bier, wijn en heerlijk eten. Het is ontzettend gezellig. We krijgen een eigen datsja toegewezen voor de nacht en zijn voor de tweede keer in drie dagen stomverbaasd over alle gastvrijheid en vriendelijkheid. De Serviërs waren toch de boze vijand?
De gesprekken met de familie zijn voor ons verhelderend. Allen betreuren enorm wat er allemaal is gebeurd en vinden Milosevic en zijn kompanen grote boeven. Ze zijn blij dat hij in Nederland is en berecht zal worden. Iedereen op de Balkan is uiteindelijk de verliezer geworden, ook het Servische volk. Zoals de meeste landen is ook Servië zwaar aangeslagen door de oorlog. Ondanks hard werken verdienen mensen weinig en is er veel armoede. Het slechte imago in de wereld doen het land en de mensen geen goed.

De volgende ochtend worden we nogmaals verwend door de moeder van Voikin. Met een ontbijt van zelfgemaakte aardbeiencompôte, kaas, gebakken eieren met spek, tomaat, komkommer, brood, koffie en thee stappen we op de fiets.
We rijden vandaag door een groen en glooiend gebied onder een heerlijk zonnetje. We bezoeken het orthodoxe klooster van Manasya en hopen er te mogen overnachten. Het blijkt een nonnenklooster te zijn dus dat feest gaat niet door. Vandaar keren we niet terug naar de grotere weg maar vervolgen het smalle asfaltpad en zien wel waar we uitkomen. Dat hadden we beter niet kunnen doen. Het pad wordt smaller en steiler, tot het asfalt plaats maakt voor een onverhard karrepad waar een mountainbike zich thuis zou voelen.

koprolweg

Karin maakt een vliegende koprol, wanneer haar voortas de hoge berm raakt. Met een paar prachtige blauwe plekken komen we aan in Panjevac, waar inteelt de standaard lijkt te zijn. Een paar kilometer verder nemen we genoegen met een stuk bermgras als overnachtingsplekje, we hebben niet veel keus want het wordt al bijna donker.

Het gebrek aan toerisme in Servië wordt pijnlijk duidelijk bij de grotten van Rsavska Pecina. Niemand spreekt er Engels, Frans of Duits. Zelfs de folders zijn alleen in het Cyrillische schrift. De inefficiëntie is nog ouderwets Oostbloks: zes medewerkers voor negen klanten. Elke taak kent een eigen functionaris. Maar de fleurige grotten zijn als altijd betoverend.
Na de lange dag van gisteren houden we het kort vandaag. Op advies van de gids van de grotten gaan we naar de watervallen en bijbehorend motel zo'n 11 kilometer verderop. Er is slechts één weg er naar toe en deze is verboden in te rijden….. voor buitenlanders! Hetzelfde bord schrijft voor dat we er ook niet mogen lopen. Geinig zeg, maar we fietsen toch maar gewoon door.

verboden voor buitenlanders

De watervallen zijn, zonder bordjes, niet te vinden, het motel gelukkig wel. We maken er onze laatste grote flappen dinars op en eten onze buikjes vol aan de forel die ter plekke vers gevangen wordt.

Op onze voorlaatste dag in Servië komen we aan in Boljevac. Bij gebrek aan overnachtingsplekken kloppen we eerst bij het politiebureau aan om ons te melden. Daarna gaan we naar de plaatselijke kerk. De priester weifelt aanvankelijk, maar staat ons na overleg met zijn collega, priester nummer twee, toe dat we onze tent naast de kerk op het grasveld zetten. Douchen mogen we in de pastorie. Wanneer we ons potje koken wordt door de dochter van de priester een bakje tomaten gebracht en twee plakken cake als toetje.
's Avonds zitten we bij de priester en zijn familie aan de koffie en raki. Een forse watermeloen wordt als zoenoffer aangesneden en we kletsen honderduit over het leven. De oorlog is ook hier hard aangekomen. Men is vooral erg boos over de manier waarop de NAVO in 1999 de oorlog beëindigd heeft: ook Boljevac is gebombardeerd waarbij onschuldige burgers zijn gedood. De 48 granaten, waarmee een munitiemagazijn is vernietigd, hebben hun sporen zelfs in de pastorie achtergelaten in de vorm van gescheurde muren.
Met een bidprentje en twee houten kruizen als cadeau nemen we afscheid en begrijpen nog altijd niet hoe al deze vriendelijke en gastvrije mensen enkele jaren geleden nog het kwaad vertegenwoordigden en de grote boze vijand van de wereld waren.

De enige vijand die we gezien en gesproken hebben, is de zoon van de tankbediende gisteren. Zijn t-shirt met foto van Mladic en het opschrift "Servische held" ontlokte mij de woorden: "maffia" terwijl ik op de foto wees. De jongen schudde van nee, ik zei nogmaals maffia en daar bleef het bij. We waren het niet eens, maar hebben elkaar netjes het leven gelaten.