Kroatie
van 12 juli tot 14 juli 2002

Een ongewenste indringer op
een heikele plek

bord Kroatie

Terwijl we 's morgens nog in de grotten van Postojna in Slovenië rondstruinen, fietsen we 's middags alweer in Kroatië. Ach ja, met de fiets ben je zo snel.
Het is heerlijk weer, de wegen zijn goed geasfalteerd, bij de grens mogen we zonder een document te laten zien doorrijden en we klimmen onafgebroken in de richting van het Risnjak Nationaal Park. Waar ooit een camping was, staat nu alleen nog een hotel. De eigenaresse staat ons toe de tent op het grasveld bij het water te zetten. Een trouwe viervoeter, meestal geen vriend van ons fietsers, bewaakt de tent als we in het hotel een hapje gaan eten. Het langharige, lichtbruine wezen bewijst zijn trouw bij terugkomst: de tent, met inhoud, staat er nog. De volgende ochtend komt de potentiële kuitenbijter kwispelend op ons af als we de tent openritsen, hij heeft de hele nacht op wacht gelegen. Zo is het genoeg. Ik geef hem vrijaf en bedank hem voor zijn loyaliteit. Maar hij weet niet van ophouden en begint me af te likken. Getver. Hoe kom ik van hem af? Na het ontbijt loop ik het bos in op zoek naar het toilet voor een paar boodschappen. Mijn supporter volgt me waar ik ook ga. Hij komt vlak voor me staan als ik op m'n hurken zit. "Weg, schiet op, zoek bot!" Ik gooi een stokje zo ver mogelijk weg, maar hij blijft me verliefd aan staan kijken. Op onze eerste dag in Kroatië leren we al veel: een Kroatische hond laat zich niet met een stok het bos in sturen. We pakken de tent in en stappen op de fiets; kwispelend kijkt onze stalker me aan met een blik van: "Waar gaan we vandaag heen baas?"

kamperen met hond

Een uur later kijk ik nog af en toe om, maar we zijn van hem af. Uiteindelijk zal hij toch in de buurt van het hotel gebleven zijn, vermoeden we. En dat wordt ons bijna fataal: we missen ergens een afslag naar rechts en komen uit bij een grensovergang met Slovenië! We willen echt niet weer Slovenië in en pakken net voor de grens een klein weggetje naar rechts. Dat blijkt een mooie route te zijn, maar met erg steile stukken van 10 tot 17%. Dit, in combinatie met de warmte, wordt Karin te veel: hele stukken loopt ze wanhopig huilend met de fiets aan de hand omhoog. In de schaduw van een boom laat ze zich in het gras zakken en geeft het op. Intussen wacht ik een kilometer verder op de top van de hoogste berg op haar komst en begin ongerust te worden. Tenslotte rijd ik met tegenzin terug en vind haar snikkend onder de boom. Samen rijden we de laatste kilometer; nu ze weet hoe ver het nog is, kan ze de inspanning aan.
Het tweede deel van het dagtraject is op een andere manier moeilijk: rijdend door een dicht bos zonder uitzicht, met druk verkeer en op slecht asfalt worden we nog niet erg vrolijk van Kroatië. De dag wordt helemaal goedgemaakt wanneer we bij een rivier een picknickbank zien met een vlak stukje gras voor de tent. Terwijl twee roofvogels het territorium betwisten met een luchtgevecht, duiken we in een droomloze slaap.

Kroatië is zo mogelijk nog duurder dan Slovenië. Een mini-blikje bonen € 0,70, een klein zakje chips € 1,40. De prijs van een lelijk pak oude koekjes slaat alles: € 2,75. Alleen brood en melk zijn betaalbaar.
Vanaf Vojnovac zien we voor het eerst de gevolgen van de Balkanoorlog: huizen met kogelgaten, een streep van mitrailleurkogels over een muur, leegstaande huizen, ingestort of intact, vrouwen in het zwart. De etnische zuivering en gedwongen verhuizingen heeft haar sporen hier achtergelaten. De sfeer is anders; het lijkt alsof we de grimmigheid van de oorlog nog voelen. Niet fijn.

eerste oorlogsschade

Bij een onbewoond huis doe ik in de bosjes een kleine boodschap. Karin staat in de berm te wachten tot we onze weg kunnen vervolgen. Gewoontegetrouw kijk ik even naar beneden; ik zie een zwart puntje op jan zitten. Achteloos veeg ik het weg, maar het zit er nog. Ik veeg weer eens, iets harder nu, maar het blijft zitten. Ik buk me eens wat dichterbij en zie zes pootjes uit het zwarte puntje heen en weer bewegen. Gadverdamme, een teek. In jan nog wel, hoe kan dat nou!
"Karin, ik heb alweer een teek!"
"Nou en, die trekken we vanavond wel eruit."
"Nee, helemaal niet, nu!"
"Dat kan vanavond toch ook wel, wat maken die paar uurtjes uit?"
"Hij moet er nu uit, hij zit in jan, breng de tekentang even!"

Binnen een minuut heeft Karin de tang uit een van de tassen opgeduikeld. Omzichtiger dan ooit beweeg ik het glimmende scherpe instrument in de richting van mijn eigen instrument en geconcentreerd neem ik het kleine zwarte mormeltje in de bek van het tangetje. Voorzichtig beweeg ik de tang van me af en de ongewenste indringer is gedwongen los te laten. Ha ha! Hebbes! Gered! Ik ben weer boven jan!

De volgende dag fietsen we zo dicht mogelijk langs de Plitvic-meren. Ondanks de regen zien we toch af en toe wat watervallen aan de overkant van het meer dat we passeren. Op de camping hoorden we gisteravond dat het bezoeken van de meren een dure aangelegenheid is voor toeristen: zo'n 15 euro per persoon. En veel meer dan een hoop water zie je dan niet. Vandaar dat we besloten hebben een route te kiezen die de meren zo dicht mogelijk passeert. Op sommige stukken stoppen we om een stukje te wandelen en op die manier dichter bij het water te komen. Helaas werkt het weer absoluut niet mee en het uitzicht blijft mager.
We besluiten het er bij te laten en fietsen het land uit. Na 18 kilometer is de afslag naar Bihac, de eerste grote stad in Bosnië-Herzegovina.

Kroatië is een mooi land, maar meet zich qua prijzen met Italië en andere dure Europese vakantielanden. En dat is jammer. En dan hebben we het niet eens over het opdringerige dierenleven…