|
Frankrijk Wel een concentratiekamp,
Bij de meest Europese plaats die er is, Schengen, fietsen we de grens van Luxemburg over en rijden Frankrijk binnen. In een gesloten landschap van groene bossen rollen we richting Sierck-les-Bains. Karin heeft veel last van haar ongesteldheid: in elke houding en beweging doet haar onderrug flink pijn. We besluiten vroeg te stoppen zodat ze rust kan nemen. In Sierck-les-Bains tracteer ik haar op een gebakje, in de hoop dat dat de pijn enigszins zal verzachten. De volgende ochtend is de pijn er nog, helaas.
Gebakjes helpen niet tegen maandelijkse ongenoegens van vrouwen, dat
is dan weer uit de wereld. Van hormonen heeft Karin overigens wel meer
last, deze dagen. Naast rugpijn resulteert dit in plotselinge huilbuien,
hoofdpijn en negatieve gedachten. In de eerste dagen in Frankrijk fietsen we via de Lotharingen de Vogezen in. We herkennen grote stukken van de route van de Tocht der Tochten: de 24-uurs tocht van Zwitserland naar Nederland die ik samen met broer John en fietsmaat Johan drie weken geleden fietste. Een fantastische afscheidstocht, maar ik ben toch blij dat we nu een week over eenzelfde afstand mogen doen. We fietsen veelal over kleine bosweggetjes, de witte strepen op de Michelinkaarten; deze zijn heerlijk rustig maar hebben soms venijnige stijgingspercentages.
Op weg naar Bistroff vinden we nergens een
camping, dus gaan we op zoek naar een plekje om de tent te zetten. Dat
doen we bij voorkeur uit het zicht, dus zo'n honderd meter van de weg
af. Een kampeerplekje moet redelijk vlak zijn en ongecultiveerd; het
is voor geen enkele partij leuk als we 's morgens ergens onze behoefte
doen en een boer rijdt met zijn tractor over ons, onze tent of de zojuist
gebreide trui. Een niet al te dicht bos is ideaal. Liefst met een mooie
open plek erin, waar het zonnetje zich kan laten zien. Maar met iets
minder nemen we ook genoegen.
Tussen Saverne en Rothau loopt een prachtige route, waarin de Col du Donon, onze eerste col. De bloeiende robinia's ruiken heerlijk en de pijn van het vele klimmen wordt verzacht door de overdadige kleuren van pioenrozen, lupines, irissen en delphinia. Helaas wordt het feestje halverwege verstoord door een dichttrekkend grauw wolkendek, waaruit al snel de eerste druppels beginnen te vallen. Ineens is het koud en nat. Het kleine weggetje dat we volgen verdwijnt en plots rijden we op een modderpad, dwars door een bos. Een hert kijkt ons verschrikt aan: twee wereldfietsers hier in het bos, die zijn zeker verdwaald. Ons richtingsgevoel blijkt toch goed te zijn, want we komen exact uit bij ons doel: de Col du Donon. Een uur later zoeven we de afdaling in over snel drogend asfalt. Op de gemeentelijke camping van het schattige dorp Rothau nemen we een rustdag om de fietsen een beurt te geven en te wassen. In de plaatselijke bibliotheek ontvangen we onze eerste e-mailtjes en we zijn helemaal blij. Op de kaart laat ik Karin de keus maken tussen blijven fietsen in de Vogezen of overstappen op een veel vlakkere route langs de Rijn. Stoer kiest ze de eerste, nog niet beseffend wat ze zichzelf gaat aandoen. De volgende dagen worden erg zwaar. Thuis in Nederland (thuis?) heb ik een route uitgezet die van noord naar zuid dwars door de Vogezen loopt over de kleinste wegen: de Route de Crêtes. Een groene route, dus vol uitzichtspunten en natuurschoon. En het klopt allemaal. Alleen het aantal hoogtemeters dat we maken ontstijgt volledig alle verwachtingen. De eerste klim vanuit Rothau, de Champ du Feu, is een mooie rustige opwarmer. Tijdens de klim worden we voortdurend ingehaald door bussen vol Duitse schoolkinderen. We vrezen het ergste, er zal toch geen toeristisch pretpark boven liggen wachten? Maar onze vrees wordt niet bewaarheid en voor het eerst hebben we waardering voor bussen vol Duitse schoolkinderen: halverwege de berg ligt een oud concentratiekamp, le Struthof-Natzwiller.
Op educatieve wijze wordt de kinderen hier
geleerd welke verschrikkelijke dingen mensen elkaar aan kunnen doen.
Het kamp ligt strak naast de weg en we kunnen er van bovenaf op kijken.
Indrukwekkend zijn altijd weer de dubbele prikkeldraadversperringen
en wachttorens; het versteende beeld van een broodmagere krijgsgevangene
blijft nog dagen op ons netvlies staan. We realiseren ons dat deze misdaden
van alle tijden en alle volken zijn. Is het een onvervreemdbaar deel
van de menselijke natuur, of zullen we ooit onze animalistische instincten
overwinnen? Karin kan haar tranen niet bedwingen.
De volgende dag is een moordende klimdag in
de tweede hittegolf van het jaar: na de meer dan 2000 hoogtemeters van
gisteren krijgen we vandaag zes cols voorgeschoteld. De een is nog mooier
en zwaarder dan de ander. Boven op de onverwacht lange en steile Col
du Calvaire wacht ik op Karin, die ergens achter me fietst. Wanneer
ze hijgend en zwetend boven komt, maakt ze een grapje, zoals meestal:
"Kort klimmetje zeg." Een halve minuut later barst ze in huilen
uit als ik haar vraag hoe het gaat. Ze heeft het ontzettend zwaar, het
is heet, ze kan haar warmte niet kwijt, het is lang en alleen maar klimmen
en er is niks aan. Dat klinkt een stuk eerlijker. In Colmar rusten we een dagje uit van alle
klimkilometers van de afgelopen weken. Op die ene rustdag is de vermoeidheid
pas goed voelbaar. Bovendien zijn we nog niet helemaal los van de beslommeringen
en het vele werk van het laatste halfjaar. Met name Karin heeft het
flink voor haar kiezen gehad: mentaal afscheid van haar moeder, het
overlijden van haar vader, abcessen als gevolg van de vaccinaties. Dan
nog samen de laatste dingen regelen: werk afronden, huis verkopen, inboedel
verkopen, aankoop van het chalet, aanleg van de tuin bij het chalet,
tussendoor duizenden dingen regelen en uiteindelijk het emotionele afscheid
van vrienden en familie. Het voorbereiden van een wereldreis als deze
blijkt een uitstekende poging te zijn om tot overspannenheid te geraken.
|