Frankrijk
van 7 juni tot 15 juni 2002

Wel een concentratiekamp,
geen toetje

bord Frankrijk

Bij de meest Europese plaats die er is, Schengen, fietsen we de grens van Luxemburg over en rijden Frankrijk binnen. In een gesloten landschap van groene bossen rollen we richting Sierck-les-Bains. Karin heeft veel last van haar ongesteldheid: in elke houding en beweging doet haar onderrug flink pijn. We besluiten vroeg te stoppen zodat ze rust kan nemen. In Sierck-les-Bains tracteer ik haar op een gebakje, in de hoop dat dat de pijn enigszins zal verzachten.

De volgende ochtend is de pijn er nog, helaas. Gebakjes helpen niet tegen maandelijkse ongenoegens van vrouwen, dat is dan weer uit de wereld. Van hormonen heeft Karin overigens wel meer last, deze dagen. Naast rugpijn resulteert dit in plotselinge huilbuien, hoofdpijn en negatieve gedachten.
's Middags voelt ze een knakje in haar rug, waarna de pijn op miraculeuze wijze verdwenen is. Onmiddellijk dringt zich de vraag op of dat gebakje er toch iets mee te maken heeft gehad. Karin is natuurlijk overtuigd van wel, ik heb zo mijn twijfels. Gebakjes hebben van zichzelf al een te grote aantrekkingskracht op haar. Om er nu ook nog een medicinale werking aan toe te schrijven…

In de eerste dagen in Frankrijk fietsen we via de Lotharingen de Vogezen in. We herkennen grote stukken van de route van de Tocht der Tochten: de 24-uurs tocht van Zwitserland naar Nederland die ik samen met broer John en fietsmaat Johan drie weken geleden fietste. Een fantastische afscheidstocht, maar ik ben toch blij dat we nu een week over eenzelfde afstand mogen doen. We fietsen veelal over kleine bosweggetjes, de witte strepen op de Michelinkaarten; deze zijn heerlijk rustig maar hebben soms venijnige stijgingspercentages.

Bouzonville

Op weg naar Bistroff vinden we nergens een camping, dus gaan we op zoek naar een plekje om de tent te zetten. Dat doen we bij voorkeur uit het zicht, dus zo'n honderd meter van de weg af. Een kampeerplekje moet redelijk vlak zijn en ongecultiveerd; het is voor geen enkele partij leuk als we 's morgens ergens onze behoefte doen en een boer rijdt met zijn tractor over ons, onze tent of de zojuist gebreide trui. Een niet al te dicht bos is ideaal. Liefst met een mooie open plek erin, waar het zonnetje zich kan laten zien. Maar met iets minder nemen we ook genoegen.
We hebben zo'n 70 kilometer onder de wielen deze dag, 70 kilometer klimmen en dalen. Een vlakke meter hebben we niet kunnen ontdekken. Zoals vaker is Karin van het ene op het andere moment moe. Zo fietst ze vrolijk fluitend en zingend rond, zo wordt het plotseling stil en wil ze nog maar één ding: stoppen. De opkomende vermoeidheid verdringt alle andere gedachten en gevoelens en laat nog maar één verlangen toe: de tent neerzetten. Hier en nu. En dat botst dan met onze ideeën over een ideale wildkampeerplek. Of zelfs iets wat dat kan benaderen. Vandaag is het zover: ze wil ineens stoppen en ziet zelfs in de vaaggroene middenberm van een drukke weg een geschikte kampeerplek. Ik moet alle zeilen bijzetten om haar zover te krijgen dat ze nog enkele kilometers fietst zodat we een plek vinden waar we echt rustig wild kunnen kamperen. Haar humeur verslechtert met de minuut als ik over een, in haar ogen aardige, plek discussieer omdat het stijf naast de weg dicht bij een dorp ligt en schuin afloopt. Ook een andere plek, op het gras van een rotonde, roept discussie op. Het begrip 'moe' krijgt voor mij ineens een andere dimensie. Vrijwillig kamperen op een rotonde, dan moet je toch wel echt erg moe zijn. Ik wijk niet, ik wil ook lekker slapen. Dan maar ten koste van het chagrijnige gezicht van Karin. Even later fietsen we langs een bos. Dat ziet er beter uit, Karin kijkt vermoeid opgewonden om zich heen. Tien minuten later staat de tent op een mooi plekje, echt heel mooi. Ideaal eigenlijk: midden in een klein bos, op een open plek waar het zonnetje nog net kan binnensijpelen om de tent te verwarmen. We slapen onafgebroken 10 uur. En zijn uitgerust!

ontbijt

Tussen Saverne en Rothau loopt een prachtige route, waarin de Col du Donon, onze eerste col. De bloeiende robinia's ruiken heerlijk en de pijn van het vele klimmen wordt verzacht door de overdadige kleuren van pioenrozen, lupines, irissen en delphinia. Helaas wordt het feestje halverwege verstoord door een dichttrekkend grauw wolkendek, waaruit al snel de eerste druppels beginnen te vallen. Ineens is het koud en nat. Het kleine weggetje dat we volgen verdwijnt en plots rijden we op een modderpad, dwars door een bos. Een hert kijkt ons verschrikt aan: twee wereldfietsers hier in het bos, die zijn zeker verdwaald. Ons richtingsgevoel blijkt toch goed te zijn, want we komen exact uit bij ons doel: de Col du Donon. Een uur later zoeven we de afdaling in over snel drogend asfalt. Op de gemeentelijke camping van het schattige dorp Rothau nemen we een rustdag om de fietsen een beurt te geven en te wassen. In de plaatselijke bibliotheek ontvangen we onze eerste e-mailtjes en we zijn helemaal blij. Op de kaart laat ik Karin de keus maken tussen blijven fietsen in de Vogezen of overstappen op een veel vlakkere route langs de Rijn. Stoer kiest ze de eerste, nog niet beseffend wat ze zichzelf gaat aandoen.

De volgende dagen worden erg zwaar. Thuis in Nederland (thuis?) heb ik een route uitgezet die van noord naar zuid dwars door de Vogezen loopt over de kleinste wegen: de Route de Crêtes. Een groene route, dus vol uitzichtspunten en natuurschoon. En het klopt allemaal. Alleen het aantal hoogtemeters dat we maken ontstijgt volledig alle verwachtingen. De eerste klim vanuit Rothau, de Champ du Feu, is een mooie rustige opwarmer. Tijdens de klim worden we voortdurend ingehaald door bussen vol Duitse schoolkinderen. We vrezen het ergste, er zal toch geen toeristisch pretpark boven liggen wachten? Maar onze vrees wordt niet bewaarheid en voor het eerst hebben we waardering voor bussen vol Duitse schoolkinderen: halverwege de berg ligt een oud concentratiekamp, le Struthof-Natzwiller.

concentratiekamp le Struthof-Natzwiller

Op educatieve wijze wordt de kinderen hier geleerd welke verschrikkelijke dingen mensen elkaar aan kunnen doen. Het kamp ligt strak naast de weg en we kunnen er van bovenaf op kijken. Indrukwekkend zijn altijd weer de dubbele prikkeldraadversperringen en wachttorens; het versteende beeld van een broodmagere krijgsgevangene blijft nog dagen op ons netvlies staan. We realiseren ons dat deze misdaden van alle tijden en alle volken zijn. Is het een onvervreemdbaar deel van de menselijke natuur, of zullen we ooit onze animalistische instincten overwinnen? Karin kan haar tranen niet bedwingen.
Stil en in onszelf gekeerd fietsen we die dag verder, peinzend hoe het toch kan dat mensen elkaar zulke verschrikkingen kunnen aandoen.

concentratiekamp le Struthof-Natzwiller

De volgende dag is een moordende klimdag in de tweede hittegolf van het jaar: na de meer dan 2000 hoogtemeters van gisteren krijgen we vandaag zes cols voorgeschoteld. De een is nog mooier en zwaarder dan de ander. Boven op de onverwacht lange en steile Col du Calvaire wacht ik op Karin, die ergens achter me fietst. Wanneer ze hijgend en zwetend boven komt, maakt ze een grapje, zoals meestal: "Kort klimmetje zeg." Een halve minuut later barst ze in huilen uit als ik haar vraag hoe het gaat. Ze heeft het ontzettend zwaar, het is heet, ze kan haar warmte niet kwijt, het is lang en alleen maar klimmen en er is niks aan. Dat klinkt een stuk eerlijker.
Op de uitgezette route moeten de zwaarste klimmen nog komen. Tijdens een pauze praten we maar weer eens over de route en besluiten via Colmar naar de Rijn te fietsen. Een paar dagen wat minder klimmen zal Karins lijf goed doen.

In Colmar rusten we een dagje uit van alle klimkilometers van de afgelopen weken. Op die ene rustdag is de vermoeidheid pas goed voelbaar. Bovendien zijn we nog niet helemaal los van de beslommeringen en het vele werk van het laatste halfjaar. Met name Karin heeft het flink voor haar kiezen gehad: mentaal afscheid van haar moeder, het overlijden van haar vader, abcessen als gevolg van de vaccinaties. Dan nog samen de laatste dingen regelen: werk afronden, huis verkopen, inboedel verkopen, aankoop van het chalet, aanleg van de tuin bij het chalet, tussendoor duizenden dingen regelen en uiteindelijk het emotionele afscheid van vrienden en familie. Het voorbereiden van een wereldreis als deze blijkt een uitstekende poging te zijn om tot overspannenheid te geraken.
Overdag genieten we nog van de vakwerkshuizen in het prachtige Colmar, maar 's avonds komt de uitbarsting die niet meer uit kon blijven: opgehoopte irritaties, de spanningen van de laatste maanden en de vermoeidheid van het klimmen vormen samen een licht ontvlambaar kruitvat. De ontploffing is honderden meters hoorbaar wanneer de borden met een zalig en niet te versmaden aardbeientoetje door de lucht vliegen.