Duitsland-Zwitserland
van 16 juni tot 27 juni 2002

De smaak van gesmolten zonnestralen

bord Duitsland

Op zondag 16 juni fietsen we bij Breisach op de brug over de Rijn Duitsland in. Sinds lange tijd fietsen we over vlakke wegen, weliswaar met een fikse tegenwind, maar dat schijnt bij fietsen te horen. Nog nooit las ik een fietsverhaal waarin iemand alleen maar meewind had. Integendeel: fietsers hebben vreemd genoeg altijd tegenwind, alsof ze gestraft moeten worden voor iets. Terwijl wij eigenlijk vinden dat ze beloond dienen te worden; fietsen is gezond en milieuvriendelijk. De god van de wind is familie van de duivel.
Het is vandaag pufferig warm. De hittegolf die Europa in haar greep heeft, heeft ook ons overspoeld met haar warmte. Rond het middaguur duiken we bij Eschbach in de gelijknamige beek en laten ons lekker afkoelen. Karin wil het liefst het water niet meer uit. We nemen een extra lange pauze en fietsen 's middags loom nog wat kilometers. Maar veel meer zit er vandaag niet in. In Duitsland is het verboden wild te kamperen, we vinden de meeste campings echter te duur voor ons krappe budget. Los van het budget is het mentaal ook lastig om 25 euro neer te tellen voor een warme douche en een sjieke toiletpot. Er zit niets anders op dan een stil plekje vinden waar we voor een nachtje de tent kunnen zetten. De eerste avond duiken we een onverhard weggetje in tussen een kersenboomgaard en duizenden druivenranken. Uit het zicht parkeren we de fietsen in de schaduw van een grote kersenboom. We besluiten de tent niet op te zetten, het is warm genoeg om buiten te slapen. We rollen slechts de matjes uit en duiken in onze slaapzak. Als het donker is worden we vermaakt door een kudde vuurvliegjes die een waar spektakel voor ons opvoert.

camperen tussen de druiven

De weg van Müllheim naar Schönau is op onze Michelinkaart roodgeel geblokt weergegeven, een onverharde weg derhalve. Hij is tevens groen, wat inhoudt dat het een landschappelijk mooie route is. Een prachtige combinatie en ik ben al wekenlang erg benieuwd naar deze weg. Om half zes zijn we wakker, een uur later zitten we op de fiets. Vroeg, maar verstandig gezien de te verwachten hitte. Vanaf Schweighof fietsen we op de blokjes, maar het asfalt weet niet van wijken. De weg stijgt voortdurend, met percentages van 5 tot 9%. Om negen uur is het al 32 graden Celsius, per uur zetten we een liter water om in zweet. En dan fietsen we nog in de schaduw. Het wonderschone weggetje wordt wat smaller maar blijft geasfalteerd.

Peter in de bergen

In de afdaling naar Schönau halen we snelheden van boven de 70 kilometer per uur, heerlijk. Net als gisteren duiken we vandaag weer een beek in en nemen een lange middagpauze. 's Avonds zetten we de tent bij beek nummer vijf en kijken elkaar lachend aan: we zien poepbruin, beginnen op onze schouders en armen al te vervellen en Karin zit onder de blaasjes. Na een laatste duik in de beek maken we ons op voor weer een lange nacht, als we een teek ontwaren op mijn linkerkuit. De eerste teek van mijn leven. We hebben dus niet voor niets een tekentang aangeschaft: voorzichtig weet ik de profiteur pijnloos te verwijderen.

We zijn op weg naar Schaffhausen om de grootste waterval van Europa te bekijken. We hebben twee rustdagen gehad in Stühlingen, aan het riviertje de Wutach. De route loopt door het zuidelijkste deel van het Zwarte Woud. Het is overal groen, na 20 kilometer horen we het geraas van donderend water. Het is zeker 30 jaar geleden dat ik hier was, maar de waterval is nog net zo indrukwekkend als toen ik een klein jongetje was. We fietsen er omheen en kunnen zo de val van de Rijn van alle kanten bekijken.

Daarna fietsen we Duitsland weer in, waarna weer een stukje Zwitserland volgt en opnieuw Duitsland. Je komt in wat landen, op zo'n dag. Het is kersentijd en langs de weg eten we onze buiken vol. De ene boom ziet er nog aantrekkelijker uit dan de andere. Het is een raadsel dat we met alle stops toch nog 90 kilometer op de teller krijgen vandaag. In Allensbach, aan de Bodensee, hebben we een onrustige nacht dankzij de vele weekendgangers die de nacht gebruiken om feest te vieren.

In Lindau bezoeken we de volgende dag de prachtige Katholieke en Evangelische kerken. Net als de Dom in St. Blasien zijn de kerken hier rijkelijk versierd. Op een bankje aan het meer houden we de Duitse kampioenschappen kersenpit-ver-spugen. En we winnen.

Dom St. Blasienbbbbbbbplafond kerk


We fietsen steeds verder oostelijk, met aan onze rechterhand de Alpen. Langzamerhand komen we steeds hoger en we spotten het eerste hoopje sneeuw op een berg in de verte. Na de overheerlijke kersenboomgaarden fietsen we ook af en toe langs aardbeienvelden. Open en bloot, zonder omheining, schrikdraad of gewapende wacht. Dat is vragen om moeilijkheden. En die moeilijkheden, dat zijn wij. Na een tijdje kunnen we ons niet meer inhouden en schuifelen omzichtig een aardbeienveldje op. De warme vruchten smelten bijna op onze tong, de smaak is zomerzoet, we blijven nog even rondsnuffelen, en nog even… Al het zonlicht van de afgelopen weken lijkt getransformeerd te zijn in deze volle weldadige bloedrode schijnvrucht. Dit is dus de smaak van gesmolten zonnestralen…

In Aach doen we het een dagje rustig aan, zwemmen in het met bergwater gevulde ijskoude zwembad en wandelen naar het 500 meter verder gelegen Oostenrijk. En weer terug, want Oostenrijk is nog niet aan de beurt.
Van Aach fietsen we naar Schwangau. Voor het eerst sinds ons vertrek ligt de temperatuur op een vooral voor Karin aanvaardbaar niveau. Het is de hele dag zo'n 23 graden en dat is voor fietsen de perfecte temperatuur. Karin ervaart dat het fietsen in deze 'kou' ineens een stuk eenvoudiger is. Ze schept op dat ze "goeie benen" heeft vandaag en alles aankan. Ik kijk op de kaart of ik in de buurt een aardige strafklim kan vinden, maar zie er zo gauw niet een. Daar komt ze goed mee weg. In Immenstadt bezoeken we de zoveelste Duitse kerk, ook deze is de moeite meer dan waard, maar het moet wel afgelopen zijn met kerken bezoeken en fotograferen. We zitten niet bij de EO.
Via mooie kleine weggetjes langs de Grüntensee en Weissensee (wat gewoon meren zijn en geen zeeën) komen we in Schwangau, waar de camping zoals verwacht gericht is op families met kinderen en dus te duur. Na enig zoeken vinden we een mooi stil plekje tussen een bos en een weideheuvel, met prachtig uitzicht op de bergen. We zitten er lekker doorheen en na het avondeten zijn de oogleden ineens een pond zwaarder. Om acht uur gaat het licht definitief uit.

Neu Schwannstein

De Beierse Koning Ludwig II liet in een opwelling van eigenliefde in 1869 een kasteel bouwen, op een heuvel aan de voet van de Säulingberg. Het kasteel moest en zou mooier en nog bijzonderder worden dan alles wat er al was op dit gebied. In plaats van de gebruikelijke architecten, trok hij een aantal kunstenaars aan, die de opdracht kregen iets onbestaanbaar moois neer te zetten. En ze gingen aan de slag. Zeventien jaar later was men nog altijd bezig aan het kasteel, dat van verre al door iedereen bewonderd werd wegens de vele sierlijke torentjes en scherpe witte vormen. Het begon er al echt als een sprookjeskasteel uit te zien. De familie van Koning Ludwig II was echter steeds minder blij met de fratsen van hun hoogheid en bedachten een list. Er werden geruchten de wereld in geholpen, en de geruchten deden hun werk. Men ging meer en meer twijfelen aan de geestelijke gezondheid van de Koning, de Koning was ziek. De familie bracht hem onder deze voorwendselen tijdelijk naar een ander kasteel in de omgeving van München, waar de Koning onder verdachte omstandigheden reeds de volgende dag verdronk in een nabijgelegen meer. Het kasteel werd niet verder afgebouwd, de familie zegde de lopende, peperdure, bestellingen af. Ook de ivoren troon met goud ingelegd kwam er niet.
We lopen in en rond het kasteel en het is inderdaad net een sprookje. Overal zijn mooie versieringen aangebracht, er zijn stijlvolle lambrizeringen, prachtig gewelfde beschilderde plafonds, en enorme houten trappen met bijzonder houtsnijwerk. Het summum is voor ons het hemelbed van de Koning: volledig van houtsnijwerk, met honderden gothische torentjes in het hemeldak, een genot om naar te kijken.

De volgende dag is onze laatste in Duitsland (en deels al Oostenrijk). En een hele mooie: het fietsen langs de Plansee, over een brede vlakke weg, is als een heerlijk nagerecht na een maaltijd van zware kost. Via het Duivelsdal klimmen we naar Ettal en door naar Garmisch Partenkirchen. We staan aan de voet van de enorme ski-springschans en proberen ons voor te stellen dat je daar in duizelingwekkende vaart vanaf vliegt. Dan toch liever fietsen.

Garmisch Partenkirchen


We brengen onze laatste nacht door op een wildkampeerplekje in de buurt van Krün. Het lijkt er op dat Duitsland ons graag ziet gaan: we worden weggejaagd met onweer en regen en de temperatuur zakt pijlsnel tot ver onder de 20 graden.
Auf wiedersehen dan maar.