|
Duitsland-Zwitserland De smaak van gesmolten zonnestralen
Op zondag 16 juni fietsen we bij Breisach op
de brug over de Rijn Duitsland in. Sinds lange tijd fietsen we over
vlakke wegen, weliswaar met een fikse tegenwind, maar dat schijnt bij
fietsen te horen. Nog nooit las ik een fietsverhaal waarin iemand alleen
maar meewind had. Integendeel: fietsers hebben vreemd genoeg altijd
tegenwind, alsof ze gestraft moeten worden voor iets. Terwijl wij eigenlijk
vinden dat ze beloond dienen te worden; fietsen is gezond en milieuvriendelijk.
De god van de wind is familie van de duivel.
De weg van Müllheim naar Schönau is op onze Michelinkaart roodgeel geblokt weergegeven, een onverharde weg derhalve. Hij is tevens groen, wat inhoudt dat het een landschappelijk mooie route is. Een prachtige combinatie en ik ben al wekenlang erg benieuwd naar deze weg. Om half zes zijn we wakker, een uur later zitten we op de fiets. Vroeg, maar verstandig gezien de te verwachten hitte. Vanaf Schweighof fietsen we op de blokjes, maar het asfalt weet niet van wijken. De weg stijgt voortdurend, met percentages van 5 tot 9%. Om negen uur is het al 32 graden Celsius, per uur zetten we een liter water om in zweet. En dan fietsen we nog in de schaduw. Het wonderschone weggetje wordt wat smaller maar blijft geasfalteerd.
In de afdaling naar Schönau halen we snelheden van boven de 70 kilometer per uur, heerlijk. Net als gisteren duiken we vandaag weer een beek in en nemen een lange middagpauze. 's Avonds zetten we de tent bij beek nummer vijf en kijken elkaar lachend aan: we zien poepbruin, beginnen op onze schouders en armen al te vervellen en Karin zit onder de blaasjes. Na een laatste duik in de beek maken we ons op voor weer een lange nacht, als we een teek ontwaren op mijn linkerkuit. De eerste teek van mijn leven. We hebben dus niet voor niets een tekentang aangeschaft: voorzichtig weet ik de profiteur pijnloos te verwijderen. We zijn op weg naar Schaffhausen om de grootste
waterval van Europa te bekijken. We hebben twee rustdagen gehad in Stühlingen,
aan het riviertje de Wutach. De route loopt door het zuidelijkste deel
van het Zwarte Woud. Het is overal groen, na 20 kilometer horen we het
geraas van donderend water. Het is zeker 30 jaar geleden dat ik hier
was, maar de waterval is nog net zo indrukwekkend als toen ik een klein
jongetje was. We fietsen er omheen en kunnen zo de val van de Rijn van
alle kanten bekijken. In Lindau bezoeken we de volgende dag de prachtige Katholieke en Evangelische kerken. Net als de Dom in St. Blasien zijn de kerken hier rijkelijk versierd. Op een bankje aan het meer houden we de Duitse kampioenschappen kersenpit-ver-spugen. En we winnen.
In Aach doen we het een dagje rustig aan, zwemmen
in het met bergwater gevulde ijskoude zwembad en wandelen naar het 500
meter verder gelegen Oostenrijk. En weer terug, want Oostenrijk is nog
niet aan de beurt.
De Beierse Koning Ludwig II liet in een opwelling
van eigenliefde in 1869 een kasteel bouwen, op een heuvel aan de voet
van de Säulingberg. Het kasteel moest en zou mooier en nog bijzonderder
worden dan alles wat er al was op dit gebied. In plaats van de gebruikelijke
architecten, trok hij een aantal kunstenaars aan, die de opdracht kregen
iets onbestaanbaar moois neer te zetten. En ze gingen aan de slag. Zeventien
jaar later was men nog altijd bezig aan het kasteel, dat van verre al
door iedereen bewonderd werd wegens de vele sierlijke torentjes en scherpe
witte vormen. Het begon er al echt als een sprookjeskasteel uit te zien.
De familie van Koning Ludwig II was echter steeds minder blij met de
fratsen van hun hoogheid en bedachten een list. Er werden geruchten
de wereld in geholpen, en de geruchten deden hun werk. Men ging meer
en meer twijfelen aan de geestelijke gezondheid van de Koning, de Koning
was ziek. De familie bracht hem onder deze voorwendselen tijdelijk naar
een ander kasteel in de omgeving van München, waar de Koning onder
verdachte omstandigheden reeds de volgende dag verdronk in een nabijgelegen
meer. Het kasteel werd niet verder afgebouwd, de familie zegde de lopende,
peperdure, bestellingen af. Ook de ivoren troon met goud ingelegd kwam
er niet. De volgende dag is onze laatste in Duitsland (en deels al Oostenrijk). En een hele mooie: het fietsen langs de Plansee, over een brede vlakke weg, is als een heerlijk nagerecht na een maaltijd van zware kost. Via het Duivelsdal klimmen we naar Ettal en door naar Garmisch Partenkirchen. We staan aan de voet van de enorme ski-springschans en proberen ons voor te stellen dat je daar in duizelingwekkende vaart vanaf vliegt. Dan toch liever fietsen.
|