We fietsen in een waterig zonnetje van Belogradcik
naar Berkovica. Na een afdaling langs de laatste rotsformaties van eerstgenoemde
plaats fietsen we over de uitlopers van de Stara Planina. Dit gebergte
vormt de natuurlijke grens tussen Servië en Bulgarije en herbergt
van oudsher diverse dierensoorten. Vandaag komen we er een aantal van
tegen, de meeste in dode vorm langs of op de weg. Het is een van de
onaangename kanten van het fietsen: de doordringende lijkenstank van
dode honden, katten, slangen, vossen, vogels, hazen, vleermuizen, ratten,
egels of eekhoorns. Vandaag wordt het enigszins vergoed door de vele
ooievaars die we vliegend, of zittend op hun enorme nest zien.
De eerste plaats die we aandoen
is Montana. De communistische naam tot voor enkele jaren geleden was
Mihailjovgrad. Montana is stukken minder poëtisch, maar makkelijker
uit te spreken. De stad is gebouwd volgens oude communistische traditie:
beton, genummerde flatgebouwen en veel industrieterreinen. Nu maakt
het een vervallen indruk. Het is moeilijk om iets moois te ontdekken
in een stad als Montana; alles is grijs, grauw en ademt een troosteloze
sfeer. Je zou er depressief van worden.
Tussen Montana en Berkovica wordt het groener en warmer en dat schijnen
de insecten ook te weten. Om een prematuur en ongewenst diner te vermijden
moeten we met gesloten mond fietsen.
Na een lange dag komen we aan in Berkovica. Tijdens het zoeken naar
een betaalbare overnachtingsplaats ontmoeten we een jonge Bulgaar die
in Manhattan woont en werkt. Hij spreekt perfect Engels en helpt ons
bij het politiebureau. Daar vragen we naar een camping of een andere
veilige plek voor de tent en onze tolk vertaalt alles. Hij geeft aan
dat hier nooit toeristen komen en dat er serieus naar een oplossing
gezocht wordt om ons een veilige overnachting te garanderen. Even later
blijkt dat men contact heeft opgenomen met de burgemeester van de stad.
Protocollen, regels en gemeenteverordeningen blijken niet te voorzien
in deze ongewone situatie waarin twee fietsende reizigers om een veilige
overnachtingsplaats vragen. Agenten, inspecteurs en commissaris durven
niet zelfstandig een beslissing te nemen over een zo gewichtige en delicate
zaak. Terecht.
Van onze tolk horen we dat de burgemeester opdracht gegeven heeft ons
op gemeentegrond te laten kamperen, bij gebrek aan een camping. De plek
moet bewaakt zijn. Er is eindelijk een beslissing genomen en we bedanken
de Amerikaan voor zijn vertaalwerk en hulp. Ons wordt verzocht de politieauto
te volgen die ons naar de veilige plek gaat loodsen. We volgen over
de kasseitjes van de stad en ontwijken de plassen en diepe putten die
vast onderdeel zijn van het wegdek. Het gaat soms iets te snel en door
het volgen duikt Karin met haar voorwiel in een gat. Ze blijft overeind
maar een stootlek is het gevolg. Gelukkig zijn we net bij ons doel aanbeland.
De keuze blijkt te zijn gevallen op het plaatselijke zwembad, dat een
beheerder heeft en een vlak stuk gras voor de tent. Het is geweldig
hoe de autoriteiten van deze stad zich hebben bekommerd om onze nachtrust
en veiligheid!
De bewaker van het zwembad ontfermt zich vaderlijk over ons, helpt met
het opzetten van de tent en het plakken van de lekke band. Hij sleept
een paar stoelen en een oude tafel naar de tent, zodat we niet op de
drassige grond hoeven te zitten. In het leegstaande pand naast het zwembad
kunnen we gebruik maken van een oude douche en een vies, kapot toilet.
Maar we zijn al lang tevreden, dit is luxe!
Een stormachtige wind houdt Karin 's nachts
wakker. Ze sleept de plastic stoelen en tafel het lege pand in om de
spullen voor wegwaaien te behoeden. De tent doorstaat de windstoten
zonder probleem.
Er wacht ons een lange etappe met veel klimmen. Om Sofia te bereiken
gaan we de Petrohanski Prohod (1438 m.) beklimmen en zullen ruim 90
kilometer moeten fietsen. De buitenwijken van Berkovica zijn nog armoediger
dan de binnenstad; veel huizen en flats hebben niet eens ramen, terwijl
het hier 's winters toch flink koud kan zijn. Na enkele kilometers begint
de weg geleidelijk te stijgen. Naar de top is het in totaal zo'n 15
kilometer. Het is heerlijk weer, perfect voor een lange klim. Achter
ons horen we even later het geluid van een andere fietser, het kraken
van de fiets komt steeds dichterbij. Als hij naast ons is kijk ik eens
opzij en kan mijn ogen niet geloven: een oudere man op een oude stadsfiets
met terugtraprem haalt ons in. We zeggen hem gedag, hijgend kreunt hij
iets terug. Het zweet staat in grote druppels op zijn voorhoofd. Op
de achterdrager heeft hij een kistje vastgebonden. Hierin liggen een
trui, wat kranten en een regenjasje. Met zijn enige vaste verzet gaat
hij ons voorbij. Hij heeft het zwaar, dat is duidelijk. We zien hem
lange tijd voor ons uit rijden. Wanneer het iets steiler wordt moet
hij staan op de pedalen. Met lange halen staat hij minutenlang op de
pedalen, tot het iets afvlakt, dan zit hij even. Op een steil deel valt
hij terug en stapt uiteindelijk af. Dit deel gaat hij lopen, zijn ene
versnelling is hiervoor niet geschikt. We halen hem in en groeten nogmaals.
Even later komt hij er weer aan, wanneer wij langs de kant een broodje
staan te eten. Hij stopt ook even en laat ons zien dat je de gele wilde
pruimpjes van de bomen uitstekend kunt eten. Hij heeft dan ook niets
te eten bij zich.
Hij rijdt verder, staande op de pedalen. We vragen ons af waar hij naar
toe gaat. Aanvankelijk dachten we dat hij een van de vele paddestoelenplukkers
was, maar dat blijkt niet zo te zijn. Ook wij stappen even later op
en vervolgen de klim door het bos. Bij een steil stuk halen we de man
weer in, lopend naast zijn fiets. Wat een doorzetter.
Een half uur later zijn we op
de top waar we onverwacht een terrasje aantreffen. Wanneer onze collega
arriveert nodigen we hem uit voor een drankje. Hij heet Milotin Ivanov
en is al 55 jaar. Hij gaat op bezoek bij zijn dochter, die in Sofia
woont. Vanuit Montana, waar hij woont, is dat 140 kilometer met veel
klimmen. Bij gebrek aan geld en een auto gaat hij altijd op de fiets.
Hij rijdt het in twee dagen en eet onderweg van de bomen en de struiken.
Hij geeft er niet om dat hij op zijn leeftijd nog met de fiets zulke
afstanden moet afleggen om bij zijn familie te komen. Hij draagt zijn
lot met berusting en tevredenheid.
Vanaf nu is hij onze grote held, gedrieën gaan we op de foto. Dat
tochtje van ons, met al die versnellingen en goede remmen, stelt eigenlijk
niet meer zo veel voor.
In Sofia ondergaan we een cultuurschok van
drie dagen. De stad doet modern aan na een aantal weken eenvoud en platteland.
We bezoeken er de synagoge, de
Banya Bashi-moskee en het internetcafé, eten voor het eerst sinds
lange tijd Chinees en komen er na vijf dagen Bulgarije achter dat we
al die tijd een uur achterlopen.
bbb
De communicatie met de Bulgaren is en blijft
lastig: Engels wordt er nauwelijks gesproken, Russisch was altijd de
voertaal op school. Het moeilijkste is nog wel de omgekeerde lichaamstaal:
nee schudden met het hoofd betekent ja en andersom. We kunnen er niet
aan wennen.
In de laatste dagen in Bulgarije maken we in
een uitstekende stemming door regen en in een brandende zon veel kilometers.
Ons oude record verbreken we tweemaal. De meewind - eindelijk! - draagt
hiertoe bij. Ook de ontmoeting met Ewan Torrekens, een 20-jarige fietsende
Belg voor wie 160 kilometer per dag heel normaal is, is motiverend voor
ons.
Maar, als we heel eerlijk zijn, is Milotin
Ivanov onze grootste inspiratiebron. Hij laat ons zien dat het leven
eenvoudig en mooi is, dat je met de fiets overal kunt komen en dat leeftijd
van geen enkel belang is.