|
Een barse agent,
Op woensdag 7 augustus 2002 komen we bij de
grens van Bulgarije. Bij de Servische grenspost worden we gewaarschuwd
dat kamperen in Bulgarije niet veilig zal zijn. Dat verhaal kennen we:
bij elke grenspost worden we voor het volgende land gewaarschuwd. We
vertellen de beambte dat zijn Kroatische collega ons een week geleden
voor Servië had gewaarschuwd. "Ja logisch," zegt hij,
"iedereen ziet ons als slachters en terroristen."
De desolate kleine dorpjes waar we doorheen fietsen zien er vervallen en armoedig uit. Oude mensen, krom van jarenlange noeste arbeid, troepen ganzen en sjokkende ezeltjes kijken ons gekweld aan. Het belangrijkste vervoermiddel is de ezelskar. De eerste grotere plaats, Rakovica, blijkt geen enkele voorziening te hebben. Zonder Bulgaarse Lev's fietsen we door de stromende regen tot we bij een moestuin een plekje voor de nacht vinden. Tijdens het koken raakt de brander verstopt en eten we niet geheel gare pasta. Een troosteloos begin.
Met twee koekjes als ontbijt en geen koffie
en thee wegens de verstopte brander, fietsen we het laatste stukje naar
ons eerste doel in Bulgarije: Belogradcik. Volgens een klein reisgidsje
is hier zowel een camping als een natuurwonder. Halverwege passeren
we dorpjes die zo uit de middeleeuwen lijken weggerukt. Onvoorstelbaar
dat dit Europa is. Net voor we Belogradcik binnenkomen zien we in een
veld drie zwarte ooievaars. Zouden zij verantwoordelijk zijn voor de
zwarte babies, en de witte ooievaars voor blanke babies? Bulgarije raakt ons in het hart.
Ondanks de schoonheid van het land zijn de mensen afwachtend en murw
en hebben geen enkele toekomstverwachting. Ook hier was de val van het
communisme in 1989 het startsein voor een nieuw leven, met hoge verwachtingen
ten aanzien van de democratie en de voorzichtig ontwikkelende markteconomie.
Het communisme maakte het leven grauw, eenvormig en doods, ondanks al
zijn goede bedoelingen. Het is nu dertien jaar later, er lijkt niet
veel verbeterd. De landbouwproduktie is gestagneerd; de oorspronkelijke
landeigenaren (aan wie het land na de val is teruggegeven) zijn dood,
te oud of leven in de stad en speculeren nu met hun grond. Maar niemand
heeft geld om het land te kopen en investeringen te doen. Sinds 1989
is er vrijwel geen onderhoud meer gepleegd aan gebouwen en straten.
De infrastructuur is onvoldoende. Er zijn weinig buitenlandse investeerders
omdat lagelonenlanden nóg goedkoper zijn. Het communisme heeft
het initiatiefvermogen van mensen voor lange tijd gedood. En dat terwijl
initiatief en ondernemingskracht juist nu hard nodig zijn.
Vandaag is het feest, want we gaan naar het grootste natuurwonder van Bulgarije. Voor een euro per persoon lopen we het nationale park in, langs het fort en vergapen ons aan de honderden vreemde rotsformaties die naar de hemel rijzen. Elke rots is anders, maar altijd rood en grillig van vorm. Met gemak herken je paddestoelen, een beer of een adelaar in de bizarre rotsformaties. We wandelen kilometers en schieten veel te veel foto's. Het gebied is groot genoeg om er drie dagen doorheen te dwalen. Er zijn vrijwel geen andere toeristen en ook dat is bizar. Zo'n mooi natuurfenomeen waar het midden in de Europese zomervakantie zo stil is, terwijl de saaie Spaanse stranden ongetwijfeld miljoenen mensen trekken. Die avond laten we ons het goede leven
nogmaals smaken: op de terrassen in het centrum van Belogradcik is het
een levendige boel. De wereldreis begint vorm te krijgen: onbegrijpelijke
talen, vreemde culturen, natuurwonderen, bureaucratische conflicten,
onverwachte ontmoetingen, betaalbare prijzen, wat willen we nog meer?
|