|
Het grote verdriet van Sarajevo en Srebrenica Sarajevo huilt. Eens een van de mooiste steden ter wereld, zeven jaar na de verschrikkelijke Balkanoorlog is de stad de verwoestingen nog lang niet te boven. In het oude centrum staan vele gebouwen leeg en kapotgeschoten te wachten op sloop of restauratie. De zijmuren van het hoge parlementsgebouw vertonen metersgrote mortiergaten; aan de voorkant zijn bijna alle ramen stuk. Gordijnen en luxaflex wapperen als troosteloze getuigen van dood en verderf in de wind. Het gebouw is nog altijd niet ontdaan van de geplaatste boobytraps. Niemand mag erin. Op minder dan tweehonderd meter staat het keurig herstelde Holiday Inn fleurig te pronken.
De Latijnse brug over de Milacka, waar in 1914 Prins Ferdinand en zijn vrouw werden doodgeschoten (de directe aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog), is deels verwoest en staat in de steigers. Er worden in Sarajevo zwart-wit ansichtkaarten verkocht met daarop verwoeste gebouwen van net na de oorlog. De mooiste kaart is die van het hoofdpostkantoor, een bouwval. Vandaag lopen we er even naar binnen; het gebouw is in oude, historische staat hersteld. Hier zijn professionals aan het werk geweest, het ziet er perfect uit en ademt toch de oude sfeer.
het postkantoor van Sarajevo voor en na renovatie Tijdens de oorlog was Sarajevo (1992-1995) jarenlang het doelwit van sluipschutters: de Servische Cetniks schoten vanuit de omliggende bergen op alles wat zich in de straten bewoog. Met name kinderen en ouderen waren hiervan het slachtoffer. In en om de stad zijn tientallen begraafplaatsen met duizenden, vooral Moslim-, graven. In Sarajevo kun je zeggen dat leven en dood heel dicht bij elkaar liggen.
Bij een postkantoortje willen we een pakje
versturen, met daarin onder meer een diarolletje. Dat wil niet erg lukken.
We verstaan de postbeambte niet en hij verstaat ons niet. Duidelijk
is alleen dat hij het pakje niet wil aannemen. Na lang aandringen gaat
er toch een postzegel op en wordt gezegd dat we het buiten in de brievenbus
moeten doen. We proberen het, maar ook dat levert een probleem op. Het
pakje, met bobbel, is te dik voor de gleuf. Dan maar terug naar binnen.
De beambte kijkt ons vreemd aan, wanneer we weer met het pakje voor
hem staan. Met handen en voeten maken we hem duidelijk dat het pakje
niet door de gleuf past. Zowaar komt hij vanachter zijn bureau en loopt
mee naar buiten. Hij zal ons voordoen hoe zo'n pakje in de bus gedaan
wordt. Maar de bobbel is nog altijd even dik en aan de hoogte van de
gleuf blijkt in tussentijd niet veel veranderd. Het lukt de beambte
ook niet, hoe hij ook probeert. Er staat inmiddels een groep nieuwsgierige
mensen om ons heen, die graag willen weten wat er allemaal aan de hand
is. Twee mensen spreken ons, in het Nederlands, aan. Het zijn Rames
en Jasmina Poljac, die al acht jaar in Nederland blijken te wonen. Ze
leggen uit dat men in Bosnië bang is voor terroristische aanslagen
door middel van postpakketjes, er zou een bom in kunnen zitten. Met
een etiket waarop de inhoud vermeld staat is alles ineens opgelost en
mag het pakje het postkantoor in. Na vijf dagen uitzieken, met Loperamide, bronwater,
rijstwafels, bosbessen en bananen, gaan we op weg naar Srebrenica. Dit
ligt zo'n 150 kilometer van Sarajevo. Als we de stad oostwaarts uit
fietsen via een tunneltje, rijden we zo een andere wereld binnen. De
natuur is ruig en sterk wisselend van karakter. Het ene moment rijden
we door canyons, het andere moment lijken we in Oostenrijk of op de
Veluwe te fietsen. Dan verandert het landschap van een breed gecultiveerd
dal met groene heuvels in een bergpas met enge onverlichte tunnels van
honderden meters lengte. Vervolgens rijden we op een hoogvlakte. Heerlijk
afwisselend, maar zwaar. Mijn benen zijn niet super na ruim een week
diarree en overgeven. Ik kan Karin niet bijhouden, maar doe het rustig
aan en probeer te genieten van de mooie omgeving en de frisse lucht. Vandaag is de laatste etappe naar Srebrenica,
de oude Moslimenclave in een Servisch deel van het land. Zeven jaar
geleden vond hier de enorme tragedie plaats, toen onder het oog van
de Nederlandse Dutchbatters 7 tot 8000 Moslimmannen werden afgevoerd,
om later te worden vermoord door de Servische troepen.
Rechts van de weg zien we een witte gedenksteen staan, naast één moslimgraf, midden op een groot leeg veld. We stappen af en lopen naar het monument. Op het marmer staat gebeiteld: 'Srebrenica, 1995'. Dit is de plek waar in de nabije toekomst, na het vinden en identificeren, alle vermoorde Moslims begraven zullen worden. Het kippenvel staat op onze armen.
We passeren het plaatsnaambordje Srebrenica, dat in het Cyrillische schrift is weergegeven, maar voor ons toch leesbaar is. We verwachten een halfleeg dorp met veel vrouwen in het zwart en weinig mannen. Dat blijkt niet het geval. We fietsen langzaam door het langgerekte dorp dat in een smal dal omhoog klimt. De weg loopt langs halfkapotte flats en afgebladderde huizen met kogelgaten. Overal zien we vrouwen, mannen, kinderen. Geen moslims. Niemand lijkt veel aandacht aan ons te besteden. Links is een nieuwe post van de UN, bij de poort zit een aantal mannen op een muurtje. Een kilometer verder zijn we in iets wat op een centrum lijkt; we stappen af en gaan op een terrasje zitten. Ons wordt verteld dat er meer Hollanders zijn in het dorp. Op dat moment komt Hans Huikeshoven aanlopen, een van de Hollanders en we raken in gesprek. Een uurtje later zitten we aan tafel bij Abel Hertzberger, de coördinator van de Werkgroep Nederland-Srebrenica. De werkgroep ondersteunt sinds 2001 de Moslim-weduwen (Bosniaks = de moslimbevolking van de federatie Bosnië en Herzegovina) bij hun wens om terug te keren naar hun oude woonplaats. In de Daytonakkoorden is bepaald dat iedereen het recht heeft om terug te keren naar zijn huis of wat daarvan over is. De ondersteuning van de werkgroep is zowel op emotioneel, logistiek, financieel, publicitair als praktisch niveau. We bieden Abel onze hulp aan, op welk gebied dan ook. Na overleg besluiten we op onze website aandacht te zullen besteden aan het werk van de werkgroep en lezers op te roepen financieel of praktisch medewerking te verlenen aan de doelen van de werkgroep.
de voormalige HEMA, nu een ruine We
mogen overblijven in het huis waar de vrijwilligers van de werkgroep
verblijven, een geweldige luxe voor ons. Met de Engelse en Nederlandse
vrijwilligers kunnen we het goed vinden en hebben we lange gesprekken.
Op de terugweg komen we een stel 'Nederlandse' Bosniërs tegen die zopas teruggekeerd zijn. Hun huis ligt helemaal in puin; zonder werk en geld weten ze niet hoe ze het leven hier weer op moeten pakken. Er is de komende jaren nog
veel werk in Bosnië-Herzegovina.
|