|
Nederland - Belgie - Luxemburg We zijn op wereldreis!. toch?
onze laatste nacht in ons eigen huis Hevig geëmotioneerd fietsen we Oisterwijk uit. Het afscheid van familie en vrienden blijkt tien maal moeilijker dan we tevoren hadden gedacht. Probeer maar eens weg te fietsen wanneer al je geliefden huilend om je heen staan en je weet dat je hen een jaar of twee jaar niet zult zien.
het afscheid voor ons chalet Als aan de grond genageld trachtte ik op de fiets te stappen, maar de opdracht vanuit m'n hersenen leek niet aan te komen.
Karin, Leny, Peter, Sarin, Edy
Het fietsen valt de eerste dagen niet mee. Dat wil zeggen, voor Karin. Ze heeft tevoren natuurlijk minder getraind dan ik aangeraden had, terwijl ik eerder te veel dan te weinig heb gefietst. Karin wordt altijd een beetje misselijk als ze het woord trainen hoort. Het gebrek aan fietsarbeid breekt haar nu op, als we de Ardennen in fietsen. Daar komt bij dat het erg warm is en haar warmtehuishouding zal nog moeten wennen aan de combinatie inspanning en hitte. Gelukkig wordt haar natuurlijke neiging tot luiheid gecompenseerd door haar natuurlijke aanleg voor doorzetten en nooit opgeven. De smalle grensweg tussen België en Luxemburg wordt de eerste grote test voor haar doorzettingsvermogen. Het prachtige weggetje loopt van Ouren in België naar Weiswampach in Luxemburg. De eerste twee kilometer verlopen van steil naar supersteil. Terwijl ik staande de pedalen gesel, moet ik ineens hijgend lachen om de Redoute, door iedereen in de klassiekers een hele zware klim genoemd. Deze klim is steiler en langer. Ik kijk af en toe achterom en zie dat Karin het moeilijk heeft. Op het steilste stuk fietst ze zo langzaam dat ze vanzelf tot stilstand komt. Net op tijd zet ze een voet op de grond, zodat ze niet omvalt. De rest van de klim volbrengt ze - hijgend, puffend en scheldend - lopend, met de fiets aan de hand. Maar ze komt boven!
Het wordt steeds warmer, de temperatuur in België en Luxemburg stijgt boven de 30 C. Wanneer we op de zesde dag Saint Vith uitfietsen is het broeierig en heet. Dat kan natuurlijk niet lang goed gaan. Aan het eind van een lange klimdag vinden we een mooi wildkampeerplekje op een heuvelrug net buiten Wiltz. We hebben er een prachtig uitzicht op de Ardense heuvels en bossen. Helaas staan we er ook pal op de wind, wanneer 's avonds het reeds uren dreigende onweer losbarst. Met z'n tweeën moeten we de stokken van de tent vasthouden, anders vliegen we de lucht in. Dat zou wel een erg voortijdig einde van een jarenlange reis betekenen. Dag zes. Als echt jongetje heb ik veel plezier van mijn nieuwe speeltje: het Suunto-horloge. Met functionaliteiten als hoogtemeter, thermometer en kompas kan ik uren zoet zijn, terwijl ik aan het fietsen ben. Je kunt zelfs de tijd aflezen op het horloge, een veelzijdig instrument. Wanneer we 's avonds in de tent het dagboek schrijven, vermelden we het aantal geklommen en gedaalde meters, net als de middagtemperatuur en de gefietste kilometers van de dag. Een soort wetenschappelijke onderneming dus, die wereldreis van ons.
Luxemburg is een beetje als Zwitserland:
af. Alles is klaar, geregeld, opgeruimd, netjes, mooi. Geen kreukjes,
geen afval, geen stankluchtjes, geen scheuren in de muren, geen problemen.
Fietsen hier doet wat steriel aan, vooral omdat we gewend zijn aan Frankrijk,
een land dat nooit af zal zijn. Maar het asfalt zoeft en er ligt geen
gevaarlijk glas op de weg. Lekke banden zijn hier bijna onmogelijk.
Voor wij gaan slapen die avond
stel ik Karin voor de zekerheid nog maar eens die belangrijke vraag:
"Zijn we echt op wereldreis?"
|